Is klimaatactivisme onwetenschappelijk?
Is het onwetenschappelijk als een wetenschapper opkomt voor het klimaat? Ömer Gürlesin vindt die denkwijze te kort door de bocht. ‘Bewegingen zoals Scientist Rebellion laten zien dat wetenschappelijke expertise kan samengaan met morele urgentie.’

De hedendaagse academische cultuur functioneert in toenemende mate onder het stille gezag van het sciëntisme, de veronderstelling dat uitsluitend empirische wetenschap legitieme kennis oplevert en dat morele, spirituele of normatieve overtuigingen buiten het academische werk moeten blijven.
Hoewel wetenschap onmisbaar is om de wereld te begrijpen, dreigt dit reductionistische kader het academische leven te verarmen doordat juist die dimensies worden uitgesloten, zoals betekenis, overtuiging en verantwoordelijkheid, die duurzame betrokkenheid bij urgente mondiale crises, waaronder klimaatverandering, mogelijk maken.
In de context van klimaatverandering leidt deze denkwijze tot een paradox. Ondanks een overweldigende wetenschappelijke consensus en een overvloed aan data blijven politieke inertie en maatschappelijke verlamming bestaan. De beperking is hier niet epistemologisch, maar motivationeel van aard. Feiten alleen zetten samenlevingen niet aan tot handelen.
Om deze kloof te overbruggen, moet de academische wereld het identiteitsbegrip van de onderzoeker heroverwegen. Vanuit de theorie van het dialogische zelf kan academische identiteit worden opgevat als samengesteld uit meerdere gelijktijdig aanwezige stemmen, waaronder alledaagse rollen zoals die van ouder of lid van een gemeenschap.
Voor het academische debat zijn vooral twee stemmen van belang. Het ‘ik als wetenschapper’ richt zich op empirische nauwkeurigheid, transparantie en methodologische discipline. Het ‘ik als gelovige’ wordt hier breed begrepen als de drager van diepgewortelde overtuigingen, ethische engagementen en morele verbeeldingskracht. Geloof in deze betekenis is niet beperkt tot institutionele religie, maar omvat ook impliciete geloofssystemen die handelen oriënteren, betekenis geven en langdurige inzet ondersteunen.
Dit is een wisselcolumn van de Tilburg Young Academy (TYA). Elke maand belicht een ander lid van TYA ontwikkelingen in de academische wereld.
Bewegingen zoals Scientist Rebellion laten zien dat wetenschappelijke expertise kan samengaan met morele urgentie. Veel wetenschappers die hierbij betrokken zijn, handelen niet ondanks hun datagedreven kennis, maar juist omdat deze kennis ethische betekenis krijgt wanneer zij wordt verbonden met overtuigingen over verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid en zorg voor de planeet.
Hun activisme vloeit dan ook niet uitsluitend voort uit data, maar uit de wijze waarop empirisch bewijs wordt geïnterpreteerd binnen een impliciet moreel kader dat planetaire verantwoordelijkheid als een niet-onderhandelbare verplichting beschouwt. Dit kader functioneert op een structureel vergelijkbare manier als religie. Het biedt oriëntatie, een plichtsbesef en de bereidheid om persoonlijke kosten te dragen voor een hoger doel.
Het erkennen van deze dynamiek ondermijnt de wetenschappelijke integriteit niet. Het risico dat overtuigingen het empirisch oordeel zouden overheersen, kan worden beperkt door duidelijke methodologische grenzen te handhaven. Transparantie, reproduceerbaarheid en peer review blijven niet onderhandelbaar. Morele motivatie hoeft empirische bevindingen niet te vertekenen, maar kan juist langdurige betrokkenheid ondersteunen en de maatschappelijke relevantie van onderzoek versterken.
In de strijd tegen klimaatverandering is de scheiding tussen wetenschap en morele betekenis ineffectief gebleken. Wetenschap vertelt ons wat er gebeurt en hoe; geloof, expliciet of impliciet, verklaart waarom het ertoe doet en waarom handelen noodzakelijk is. Deze dynamiek is ook zichtbaar in een wereld die wordt geconfronteerd met ecologische ontwrichting, oorlog, racisme, discriminatie en populistische polarisatie, waar louter empirische kennis onvoldoende is om ethische verantwoordelijkheid en sociale samenhang te mobiliseren.
Het uitdagen van sciëntisme is daarom geen aanval op de wetenschap, maar een oproep om de menselijke dimensie van het academische leven te herstellen. Door het dialogische karakter van de onderzoeker te erkennen en ruimte te maken voor diepgewortelde overtuigingen, kan de academie niet alleen betrouwbare kennis leveren, maar ook bijdragen aan de morele energie die nodig is voor collectieve transformatie.
Ömer Gürlesin is postdoctoraal onderzoeker bij de Tilburg School of Catholic Theology, op het NWO-project ‘Apocalypse and Climate Change’. Gürlesin onderzoekt de wisselwerking tussen religie, cultuur en politiek in de westerse context.
