De Winterspelen zijn ingrijpend veranderd: ‘Het draait niet meer alleen om wie het snelst schaatst’
Skiën, schaatsen en bobsleeën. De Olympische Winterspelen in Milaan gaan deze week van start. Het sportevenement viert zijn 25e editie. Een goed moment om samen met sporthistoricus Thijs Kemmeren terug te blikken op een eeuw winterse topsport.

De komende weken zitten sportliefhebbers wereldwijd aan de buis gekluisterd: de Olympische Winterspelen in Milaan en Cortina d’Ampezzo beloven opnieuw spectaculaire prestaties en spannende wedstrijden. Onder de enthousiaste kijkers bevindt zich ook de Tilburgse sporthistoricus Thijs Kemmeren.
Samen met Univers blikt Kemmeren terug op de hoogtepunten van eerdere Winterspelen en kijken we vooruit naar wat Milaan te bieden heeft, van gouden medailles tot sportieve blunders en van sporthelden tot politieke controverses rondom de Spelen.
In Milaan komen de beste wintersporters van de wereld voor de vijfentwintigste keer samen. Hoe zijn de Winterspelen in de afgelopen honderd jaar veranderd?
‘De Olympische Winterspelen zijn, net als de sportwereld zelf, ingrijpend veranderd. Er heeft een enorme professionalisering plaatsgevonden. Denk aan geavanceerdere trainingsmethoden, betere voeding en intensievere begeleiding van sporters. Ook sportmaterialen zijn sterk verbeterd, denk bijvoorbeeld aan de introductie van de klapschaats.
‘Daarnaast wordt topsport tegenwoordig als volwaardig beroep gezien. Dat was vroeger wel anders. Neem Ard en Keessie (Ard Schenk en Kees Verkerk, red.), twee nuchtere, sympathieke jongens die in de jaren zestig uitzonderlijk hard konden schaatsen. Voor hen was schaatsen geen fulltime baan; ze combineerden hun sport met andere werkzaamheden. Tegenwoordig verdienen vrijwel alle Olympiërs hun boterham met hun topsportcarrière.’
Zijn de sportaccommodaties ook zo veranderd?
‘De zogeheten ‘indoorization’ heeft grote invloed gehad: Schenk en Verkerk reden nog op buitenbanen. Zij waren volledig afhankelijk van het weer: een sporter die vroeg moest starten kon profiteren als later een sneeuwstorm opstak en concurrenten onder slechtere omstandigheden moesten rijden. Dat kon tijden en uitslagen aanzienlijk beïnvloeden.
‘Nu worden veel sporten in overdekte arena’s beoefend, waardoor omstandigheden beter controleerbaar zijn. Het ijs is consistenter, de kwaliteit van het ijs is hoger en de competitie eerlijker, omdat iedereen onder vergelijkbare omstandigheden presteert.’
Wat is er veranderd aan hoe we de Spelen volgen?
‘Ik heb in de jaren zestig de opkomst van de televisie meegemaakt. Een moment dat me nog helder bijstaat, is toen kunstschaatsster Sjoukje Dijkstra olympisch kampioen werd. We zaten met z’n allen rond een kleine tv te kijken.
‘Vergelijk dat eens met nu. Sport is overal: via livestreams, sociale media, voor- en nabeschouwingen en voortdurende updates. Het draait al lang niet meer alleen om wie het snelst rijdt, maar om het hele ecosysteem eromheen.’

Zijn we ook anders naar sporthelden gaan kijken?
‘Een manier om sport en haar betekenis te duiden, is via identiteit. Wie ben je, waar hoor je bij en hoe wordt het individuele én collectieve zelfbeeld gevormd? Hierin speelt sport een belangrijke rol.
‘Identiteit is altijd gelaagd. Ze begint bij jezelf, breidt zich uit naar je wijk, dorp, provincie of land. Bij de Olympische Spelen zie je dit terug: het ‘oranje’, symbolen zoals klompen en tulpen op het hoofd van supporters en liedjes die aan de zijlijn gezongen worden. Dit is allemaal onderdeel van een collectieve Nederlandse identiteit. Sporters die uitkomen voor TeamNL belichamen deze identiteit; zij maken het zichtbaar.
‘Ook het idee dat mensen zich spiegelen aan een topsporter is niet nieuw. Wielrenner en zilveren medaillewinnaar Jan Pijnenburg werd jarenlang als voorbeeld gezien door jongeren in Tilburg. Er werd een wielervereniging naar hem genoemd en er werden boeken over hem geschreven.
‘Tegenwoordig zien we hetzelfde fenomeen bij topsporters als schaatsster Jutta Leerdam, met één belangrijk verschil: de wijze waarop zij zich presenteren. Via sociale media bereikt Leerdam miljoenen volgers, waardoor haar online aanwezigheid haar de allure van een wereldster geeft.’
Bij de Zomerspelen in Parijs mochten Russische atleten alleen onder neutrale vlag meedoen. Zijn de Spelen politieker dan vroeger?
‘De Olympische Spelen zijn vanaf het allereerste begin politiek. Dat is het nooit níet geweest. De Franse baron Pierre de Coubertin bedacht in 1896 de Spelen om de beste sporters van over de hele wereld samen te brengen. Ze zouden sporten en cultuur beoefenen en daarmee bijdragen aan een betere wereld. Is dat politiek? Absoluut.
‘Een van de vroegere, grotere negatieve voorbeelden zijn de Zomerspelen van 1936 in Berlijn. Nazi-Duitsland zette die editie in om te laten zien wie ze waren: een gezond, sportief en krachtig volk. Overheidsdiensten werden betrokken, atleten werden ondersteund en het land behaalde veel medailles.
‘Meer recent zijn de Winterspelen van Sotsji in 2014. Rusland voerde vlak voor de Spelen een wet in tegen zogenoemde ‘homopropaganda’, wat internationaal werd gezien als discriminerend tegen LHBTIQ+-personen. Sporters lieten hun stem horen via kleine gebaren, zoals nagellak in regenboogkleuren.
‘Tijdens die Winterspelen was er ook een ander moment dat de spanning tussen sport en politiek zichtbaar maakte. Zo veroorzaakte een foto van het moment waarop Willem-Alexander, koningin Máxima en Poetin samen bier drinken en proosten veel media-aandacht.’
Welke Olympische sportmomenten behoren tot het collectieve geheugen?
‘Er zijn tal van iconische momenten die behoren tot het collectieve geheugen. Denk aan Sjoukje Dijkstra die in 1964 in Innsbruck als eerste Nederlandse topsporter ooit olympisch wintergoud won.
‘Of Ard Schenk die in 1972 in Sapporo bij de start van een 500-race op zijn neus viel. Hij herstelde zich en won tijdens die Spelen – op die ene afstand na – alles wat er te winnen viel.
‘Ook de uitspraak ‘Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?’ van NOS-commentator Frank Snoeks tijdens de Winterspelen van 1998 in Nagano staat bij veel Nederlanders in het geheugen gegrift. De woorden vielen op het moment dat Marianne Timmer onverwacht goud veroverde op de 1.500 meter.
‘En natuurlijk de zes gouden medailles van Ireen Wüst, de meest succesvolle Nederlandse schaatsster ooit, die ze verspreid over vijf Winterspelen won. Ze is de grootste Olympiër die we ooit gehad hebben.
‘Minder fortuinlijk, maar memorabel, was de blunder van schaatscoach Gerard Kemkers in Vancouver 2010, waardoor Sven Kramer de verkeerde wissel maakte en het goud aan zijn neus voorbijging.’
Waar verheugt u zich de komende Winterspelen het meest op?
‘Op schaatsster Femke Kok natuurlijk: we hebben nog nooit op de 500 meter bij de vrouwen goud gewonnen, en zij kan geschiedenis schrijven. Twee jaar lang heeft ze bijna alles gewonnen wat er te winnen viel, en als ze dat nu weer doet, wordt het een enorm spektakel om te volgen.
‘Ook skeletonster Kimberley Bos springt eruit: haar prestaties zijn fenomenaal. Ze beoefent een sport die je in Nederland eigenlijk niet kunt doen (vanwege het ontbreken van een volwaardige bobsleebaan, red.). Toch is ze zo goed. Het is een bizarre sport: je gaat met je hoofd naar beneden razendsnel een baan af. Juist dat maakt het zo indrukwekkend.’
Thijs Kemmeren (74) is sporthistoricus en promoveerde in 2024 als buitenpromovendus aan Tilburg University en de Universiteit Gent met een onderzoek naar de Tilburgse sportgeschiedenis. Hij werkte eerder als gymnastiekleraar en was docent sportmarketing bij Fontys Hogescholen. Samen met Henk van Doremalen schreef hij het boek Olympische verhalen en meer: Midden-Brabanders en hun ervaringen met Olympische Spelen.