Kleine stijging werkloosheid hoogopgeleiden
Hoogopgeleiden kwamen in 2025 iets moeilijker aan een baan. Dat gold ook voor de afgestudeerden tot 35 jaar: 3,3 procent had géén werk. Onder vrouwen lag het percentage nog hoger.

Jonge hoogopgeleiden (25- tot 35-jarigen) vonden het afgelopen jaar iets minder vaak werk: 3,3 procent was werkloos. In 2024 was dit 3,1 procent.
Vrouwen waren vaker op zoek naar werk: 3,7 procent van hen had geen baan, tegenover 2,9 procent van de mannen.
Toch kunnen hoogopgeleiden in Nederland nog altijd relatief vaak aan de slag. Het gemiddelde werkloosheidspercentage onder 25- tot 35-jarigen is 3,7 procent. Hoger dus dan bij de hbo’ers en wo’ers. Bij laagopgeleiden gaat het zelfs om 7,1 procent. Het verschil is de afgelopen jaren wel wat kleiner geworden.

De werkloosheid in Nederland onder de gehele hoogopgeleide beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) verschilde weinig van de 25- tot 35-jarigen. Deze is ook ietwat toegenomen: 3,1 procent van hen had geen baan in 2025, tegenover 2,8 procent in het jaar daarvoor. Het gaat om zo’n 134 duizend mensen, van wie 80 duizend met een bacheloropleiding en 54 duizend met een master of doctoraat.