Er gebeurt niets tijdens de optocht
Carnaval hoef je niet lijdzaam te ondergaan. Je kan ook eens goed om je heen kijken, besluit columnist Thomas Kaufmann. ‘Dat blijkt een vergissing. Mensen vragen of het wel goed met me gaat.’

Groot is de ontsteltenis als ik in de nacht van 13 februari op 15 februari besef dat er voor maandag een column op de rol staat. Carnaval is inmiddels begonnen en de ervaring leert dat het aantal lucide momenten in zo’n weekend beperkt blijft. Lucide momenten hebben bovendien de neiging zich schielijk terug te trekken zodra iemand je een biertje voorhoudt.
Ik besluit het weekend te observeren in plaats van te ondergaan. Dat blijkt een vergissing. Observeren tijdens carnaval is verdacht gedrag. Ik drink te langzaam en kijk te precies. Mensen vragen of het wel goed met me gaat. Alsof aandacht een symptoom is.
D’n Opstoet. Er gebeurt niets wat het vermelden waard is. Dat is geen verwijt, slechts een constatering. Alles verloopt volgens verwachting, maar verwachtingen zijn zelden interessant. Dit jaar levert zelfs de Kattenrug niet, waar elke wagen op het gemak onderdoor past.
Dan begint het te sneeuwen.
Een geschenk uit de hemel. Een handreiking van de natuur. Sneeuw is ongewenst tijdens carnaval. Waar de feestvierders in eerste instantie nog de confrontatie aan proberen te gaan, wordt al snel duidelijk dat tegen deze vochtige kou geen polonaise opgewassen is. Mensen duiken de kroeg in, dertigplussers voorop, druk wrijvend over de kalende achterhoofden die het zwaarst getroffen lijken door het bevroren gevaar. Een enkele groen-oranje sjaal blijft liggen in een wit decor.
Op zoveel mensen zijn de kroegen overdag echter nog niet bedacht. Die zijn gewend dan nog vooral dienst te doen als openbaar toilet. De mensen storen zich nog niet aan de drukte omdat die momenteel vooral de warmte biedt waar het ze zo-even aan ontbrak, maar ik weet dat de tijd dringt. Er moet nú iets gebeuren dat het vermelden waard is.
Opeens rent een man met bruine krullen de kroeg uit. Verrast door de verraderlijke gladheid van een vierkante meter gele sneeuw, glijdt hij uit en neemt in zijn val twee portiers mee die de uiteinden van het Piusplein bewaakten. Joelend rent een menigte middelbare scholieren slechte beslissingen tegemoet.
De columnist laat zich het gescheld van de portiers welgevallen. Zijn column is gereed.
