Brenda Espinosa: ‘In Nederland heb ik mezelf opnieuw uitgevonden’

Brenda Espinosa: ‘In Nederland heb ik mezelf opnieuw uitgevonden’

Als collaborative grants officer Brenda Espinosa (33) in haar geboorteland Colombia was gebleven, had ze jong een gezin moeten stichten en de rest van haar leven een braaf getrouwde ultrafitte carrièrevrouw moeten zijn. Op haar vijftiende besloot ze dat ze een ander leven wilde. In 2016 kwam ze voor een master internationaal ondernemingsrecht naar Tilburg, binnenkort wordt ze Nederlands staatsburger. ‘De persoon die ik hier kan zijn, vind ik veel leuker.’

Brenda Espinosa Apráez. Beeld Ton Toemen

Een rivier aan de voet van een waterval waar families op rotsblokken vrolijk rondspartelen. Een oase van tropische planten, zo ver als je oog kan reiken. Wie de foto’s ziet van het tropische landschap waarin Brenda Espinosa opgroeide, kan zich moeilijk voorstellen waarom ze deze groene idylle tien jaar geleden verruilde voor Tilburg. Vanaf de keukentafel in haar behaaglijke woonkamer kijkt ze uit op een vers aangeplant boompje dat zwiept in de wind. Achter een hoogspanningsmast ruist de provinciale weg.

Twee jaar geleden betrok ze met haar Nederlandse partner deze koopwoning aan de rand van Berkel-Enschot. Haar hele familie woont nog steeds in Mocoa, de hoofdstad van de Zuid-Colombiaanse provincie Putumayo, waar het Andesgebergte eindigt en het Amazonegebied begint. ‘Maar de definitie van een grote stad in Colombia is heel anders dan in Nederland,’ vertelt Espinosa in vloeiend Engels – in die taal drukt ze zich net iets makkelijker uit, ook al spreekt ze uitstekend Nederlands. ‘In Mocoa hadden we veel kleine winkels, restaurants en cafés, maar een McDonald’s, een bioscoop en een grote supermarkt waren er niet.’

Hoe bracht je je vrije tijd door?

‘Elk weekend zwommen we bij een van de vele rivieren en watervallen. Als kind konden we zonder ouderlijk toezicht buitenspelen, maar tot iedereens verbazing zat ik vaak binnen te lezen. Mijn moeder leerde mij al op mijn vierde lezen en schrijven. Als mijn vader op reis ging bracht hij boeken mee, want er waren geen boekwinkels in de stad. Ik was dolblij toen ik de kans kreeg om in Bogota te studeren.’

Waarom precies?

‘Mocoa is klein, iedereen kent elkaar. Dat is fijn, maar het betekent ook dat je continu in de gaten wordt gehouden. Mensen geven makkelijk hun mening over je leven, je relatie of je lichaam. Colombianen leggen veel druk op het uiterlijk, vooral bij vrouwen. Het ideaal is dat je dun en atletisch bent, en dat je er goed uitziet in een bikini. Van kinds af aan lag mijn gewicht onder een vergrootglas. Eén keer per jaar ga ik terug, en het eerste wat mensen zeggen is: o, je bent aangekomen, of oh, je ziet er goed uit, ben je afgevallen?’

Wat voor waarden kreeg je van je ouders mee?

‘Dat het belangrijk is om iets te doen voor de samenleving. Mijn ouders werkten voor de overheid. Mijn vader deed financiën voor de gemeente en de provincie, mijn moeder werkt als sociaal psycholoog met slachtoffers van het gewapende conflict (sinds de jaren zestig woedt er een gewapende strijd in het land tussen de Colombiaanse regering, paramilitaire groepen en communistische guerillastrijders, red.)

Internationals in Tilburg

Chinees, Duits, Braziliaans: lange tijd zijn internationals uit alle hoeken van de wereld naar Nederland getrokken. De wetenschap houdt zich niet aan landsgrenzen en Dutch universities willen goed scoren op het academische wereldtoneel. Maar er kwamen wel heel veel internationals deze kant op: collegezalen en studentenhuizen zitten overvol en veel opleidingen worden alleen nog in het Engels gegeven.

Tijd voor een ommekeer, klinkt het nu. De politiek wil minder internationals en Engels aan universiteiten. Universiteiten maken plannen om de internationalisering terug te dringen. En zo gaat het steeds óver internationals. Maar wie zijn zij eigenlijk? En hoe zien zij hun toekomst voor zich? In deze rubriek gaat Univers in gesprek met internationale studenten en medewerkers van Tilburg University.

‘Alles draaide om een goede opleiding, en dat moest de universiteit zijn. Van vrouwen wordt verwacht dat ze carrière maken en succes hebben, maar ook dat ze een partner hebben en kinderen krijgen. Mijn ouders vonden het geen probleem als ik in Bogota ging studeren, zolang ik terugkwam om te settelen. Het idee was: je blijft hier en je volgt de gebaande paden.’

Waarom ligt er Colombia zo’n nadruk op universitair onderwijs?

‘Meer dan een derde van de Colombianen leeft onder de armoedegrens, er is een grote ongelijkheid. Met een universitair diploma verdien je veel meer dan zonder. Een bachelor is niet genoeg, want onder werknemers heerst een enorme competitie. Het is alsof werkgevers je een gunst verlenen door je in dienst te nemen.

‘Mensen doen er alles voor om hun baan te houden, omdat de uitkeringen veel te laag zijn om van te kunnen leven. Je ziekmelden met een zware verkoudheid is in Colombia geen optie. Je hebt daar maar 15 vakantiedagen per jaar, en je moet bijna smeken om ze op te mogen nemen. Ik was verrast dat ik in Nederland gewoon kon aangeven dat ik me ziek voelde of dat ik op vakantie wilde.’

Je ging als vijftienjarige al uit huis om in Bogota te studeren, omdat je een paar klassen had overgeslagen. Voelde je je klaar voor die stap?

‘Absoluut. Mijn ouders waren zorgzaam, maar ook erg beschermend. Ik snakte naar bewegingsvrijheid, naar een grote stad waar ik anoniem kon zijn en mijn eigen beslissingen kon nemen. Ik wilde dolgraag het huis uit, weg van de strenge regels van mijn ouders, over hoe laat ik thuis moest zijn en met wie ik om mocht gaan.’

Hoe was het om als vijftienjarige in een grote stad te wonen?

‘Heel dubbel. Alles wat ik thuis niet had kon opeens: naar de film, en voor het eerst sushi eten. Maar ik moest bij kennissen van mijn ouders gaan wonen, zodat zij een oogje op me konden houden. Na een jaartje verhuisde ik naar een universiteitspension voor vrouwen, dat werd gerund door nonnen. Om tien uur ging de poort dicht.

‘Toen mijn ouders zagen dat ik was gewend aan de stad, mocht ik een appartement delen met een klasgenoot. Maar ze belden elke avond om te checken of ik veilig thuis was gekomen. Er heerste veel angst in Colombia, niet alleen voor armoede, maar ook voor onveiligheid.’

Was die angst terecht?

‘Ja, want Bogota is een grote stad waar het soms erg gevaarlijk kan zijn. Het openbaar vervoer is een soort Russische roulette, vanwege alle zakkenrollers. Je kunt niet op straat een taxi aanhouden, je moet hem bellen of bestellen via de app, want mensen vinden steeds nieuwe manieren om je te bestelen.

‘Ze verdoven je met een injectie of bedwelmen je door je aan een zakdoek te laten ruiken, waardoor je wel bij bewustzijn blijft, maar volkomen weerloos bent. Dan dwingen je ze om bij een pinautomaat je pincode in te voeren. Het was een enorme overgang toen ik in Nederland met mijn telefoon in mijn hand over straat kon.’

Ik begrijp dat Colombia een klassenmaatschappij is. Hoe werkt dat door in het onderwijs?

‘Mijn ouders zijn allebei universitair geschoold en behoorden tot de hogere middenklasse, maar we waren zeker niet rijk. Het beste onderwijs wordt gegeven op privéscholen, ik heb op een particuliere universiteit gezeten. Daar moesten mijn ouders een lening voor afsluiten.

‘Werken naast je studie wordt gezien als iets voor de onderklasse, daar hangt een raar stigma omheen. In Colombia duurt een bachelor vijf jaar, mijn ouders hebben al die jaren mijn leefgeld betaald. Als tegenprestatie zorgde ik dat ik een goede student was. Vanwege mijn hoge cijfers kreeg ik voor drie jaar het collegegeld terug, zodat mijn ouders minder schulden hadden.’

Het klinkt alsof je op ieder terrein van je leven onder druk stond.

‘Dat klopt. Mijn broer is zes jaar jonger, toch had hij veel meer vrijheid dan ik. Als vrouw krijg je de boodschap dat niemand over je mag roddelen. Prima als je een vriend hebt, zolang dat er maar een is, en het een serieuze relatie is. Mannen kregen dat soort waarschuwingen niet, maar ook zij mochten niet te veel opvallen. Als een jongen bijvoorbeeld veel overgewicht had, werd hij flink gepest.’

Hing die angst voor gevaar ook samen met het openlijke geweld door drugskartels?

‘Zeker, maar de impact van de drugshandel ging in golfbewegingen. Mijn vader is geboren in 1964 en werd als tiener gevraagd om voor de drugskartels te gaan werken. Het idee was dat hij genoeg scheikundelessen zou volgen om cocaïne te kunnen maken. Dat wilde hij niet, want hij wist dat veel van zijn klasgenoten bij dat werk waren vermoord.

‘Na zijn weigering moest hij onmiddellijk verhuizen. Ik ben geboren in 1992. Net daarvoor, eind jaren tachtig, brak er een slechte tijd aan, omdat de grote drugskartels, zoals die van Pablo Escobar, veel bomaanslagen en gewelddadige aanvallen pleegden.

‘Mijn jeugd werd vooral beïnvloed door het gewapende conflict tussen groeperingen zoals de FARC. Soms hadden we geen stroom, omdat guerrillagroepen de infrastructuur bombardeerden. Mocoa genoot als hoofdstad de bescherming van het leger en de politie, maar een paar uur rijden naar het zuiden, in de jungle, werd coca verbouwd en huisden veel gewapende groeperingen, waarvan sommige een rol speelden bij de drugshandel.

‘Dat gebied is zo ontoegankelijk dat het een perfecte schuilplaats is voor drugslaboratoria. Vooral in de afgelegen dorpen ten zuiden van waar ik woonde werden mensen vermoord of ontvoerd. Het gevaar was dichtbij, het kon op elk moment gebeuren.’

Wat betekende dat voor je dagelijks leven?

“Ik heb weinig van mijn provincie gezien, want het was niet altijd veilig om te reizen. Maar het ging niet alleen om bewegingsvrijheid. Als ik in Nederland kritiek wil leveren op de politiek, kan dat. In Colombia kun je in het openbaar niet zomaar alles zeggen. Veel gemeenschapsleiders worden vermoord als hun belangen botsen met die van de guerrillastrijders of andere gewapende groepen. Denk bijvoorbeeld aan mensen die ijveren voor mensenrechten of voor het milieu.’

Hoe kwam je tot de keus voor een bachelor rechten?

‘Na een heleboel discussies met mijn ouders. Zodra ik een studierichting voorstelde die ook maar iets creatiever was dan geneeskunde of rechten, reageerden ze sceptisch. Mijn vader vond: als jij van kunst houdt, doe je dat maar als hobby. Rechten was niet mijn eerste keus, ik wilde internationale betrekkingen studeren, zodat ik kon reizen en andere talen kon leren. Uiteindelijk wilde mijn vader alleen zijn zegen geven aan een rechtenstudie.

‘Gelukkig vond ik mijn studie vanaf dag één geweldig. Ik hou van logische dingen, en wetgeving is de ideale manier om een samenleving te organiseren. Het is een studie waarbij je veel moet lezen en schrijven, daar was ik goed in.’

Wanneer besloot je dat je een master in het buitenland wilde doen?

‘In het eerste jaar van mijn bachelor. Sommige hoogleraren hadden hun master in Parijs gedaan en waren gepromoveerd in Rome. Ze klonken zo cool en intelligent, ik dacht: misschien is dat ook wat voor mij?’

Toch ging je eerst een paar jaar werken, als advocaat.

‘Tegen het eind van mijn bachelor hoorde ik dat mensen die in het buitenland waren gepromoveerd bij hun terugkeer in Colombia een laag salaris kregen, omdat ze geen werkervaring hadden in Colombia. Ik wilde de academische wereld in, maar het leek me slim om eerst werkervaring op te doen, zodat ik wat achter de hand had.

‘Ik dacht: wat er ook gebeurt, ik ga niet terug naar huis. Ik blijf in Bogota en zal bewijzen dat ik voor mezelf kan zorgen. Daarom koos ik later ook voor een master internationaal ondernemingsrecht: daarmee kun je makkelijker aan de slag dan met een theoretische master.’

Je vertelde net dat de overheid de beste banen bood, maar jij ging werken in het bedrijfsleven.

‘Dat was een bewuste keuze. In Colombia is de overheid de grootste werkgever, maar de politiek bepaalt wie die banen krijgt. Ik wilde niet afhankelijk zijn van de luimen van een willekeurige politicus. Ik heb gezien hoe vrienden van mij vriendjes moesten worden met politici, door te doneren aan hun campagne of door ze allerlei gunsten te verlenen. Ze bekleden nu hoge posities bij de overheid, en zeggen tegen mij: ik vind je dapper, want jij hebt wel gedurfd om dit allemaal achter je te laten en naar het buitenland te gaan.’

Beviel het om als advocaat te werken?

‘Op zich wel, maar de werkdruk lag heel hoog. Na vier jaar was ik 24, ik had een vriend, het plan was om met hem te settelen in Colombia. Maar ik dacht: ik lijk wel gek, waar ben ik mee bezig? Ik wil al zolang in het buitenland studeren, ik doe het gewoon. Misschien is dit wel de laatste keer dat ik zoiets groots helemaal voor mezelf kan doen?’

Waarom koos je voor een master in Tilburg?

‘Dat was een gelukkig toeval. Ik wilde in Italië studeren, maar met het oog op een toekomstige baan leek het me slimmer om een studie in het Engels te doen, en dat kan daar niet. Een Colombiaanse organisatie stelde beurzen beschikbaar voor Tilburg en Groningen. De master internationaal ondernemingsrecht in Tilburg had goede reviews op verschillende platforms. Op een beurs had ik een interessante lezing bijgewoond van iemand die in Tilburg werkte, en ik had een paar Colombianen ontmoet die enthousiast waren over het innovatieve programma.’

Wat wist je van Nederland voordat je hier kwam?

‘Niet meer dan dat kennis hier hoog werd aangeslagen, en dat onderwijs en onderzoek hier van harte werden ondersteund.

Nou, die tijd is wel voorbij.

‘Nogal ja. Het doet me verdriet, zeker als ik terugdenk aan hoe enthousiast we negen jaar geleden als internationale studenten werden bejegend. Ik voelde me heel welkom.’

Wat herinner je je van je eerste tijd op de campus?

‘Ik voelde me meteen thuis. Er was een fijne mix tussen Nederlandse studenten en internationals. Mensen waren zeer bereid om in het Engels te communiceren. Ik kon me overal redden.

‘Het was wel confronterend om voor het eerst in het Engels te studeren. Ik was altijd de briljante student geweest die moeiteloos leerde, en ineens kon ik niet alles meer volgen. Maar na een tijdje ging het prima.

‘Na Bogota was Tilburg een aangename verassing. Er hing een ontspannen vibe, mensen waren vriendelijk. Vanuit mijn kamer in het Talent Square fietste ik in 5 minuten naar de uni en naar het centrum van Tilburg, en de Albert Heijn was om de hoek.’

Vielen je cultuurverschillen op?

‘Ja, punctualiteit en timemanagement! In Colombia heb je een half uur speling, hier niet. In mijn klas zaten zes andere Colombianen. Ons groepje raakte bevriend met Nederlanders, Zwitsers en Oostenrijkers. Zodra we wat afspraken checkten we: is dit Nederlandse tijd of Colombiaanse tijd?

‘Het viel me op dat de meeste Nederlandse klasgenoten op zichzelf woonden. In Colombia doe je je master niet meteen na je bachelor, maar vaak pas na je 30e, als je een tijdje hebt gewerkt. Ik heb vrienden van in de dertig die in Colombia nog steeds bij hun ouders wonen.

Brenda Espinosa Apráez. Beeld Ton Toemen

‘In Colombia moet je als advocaat een pak dragen, en verwacht men dat je als vrouw bent opgemaakt. Ik heb daar weinig mee. Toen ik in Tilburg ging promoveren, viel het me op dat collega’s casual gekleed gingen en dat veel vrouwen geen make-up droegen. Het lijkt een detail, maar voor mij betekende dat veel. Ik kan hier ontspannen en meer mezelf zijn.’

Toch ging je na je master terug naar Colombia.

‘Het was altijd het plan om terug te keren naar Colombia. Aan het eind van mijn masteropleiding had ik het zo naar mijn zin dat ik wilde blijven, maar ik moest terug, want als burger van buiten de Europese Unie kun je met een studentenvisum niet in Nederland blijven zonder baangarantie.’

Na zes maanden was je terug in Tilburg.

‘In Colombia ontdekte ik een vacature voor een PhD-positie. Bovendien had ik een nieuwe vriend gekregen, een klasgenoot, dat speelde ook mee. Ik besefte hoezeer ik het in Nederland naar mijn zin had, ver weg alle verwachtingen van mijn sociale omgeving en mijn familie. Ze zijn me dierbaar, maar in Nederland kon ik mezelf opnieuw uitvinden.

‘Ik voel me bevrijd. Natuurlijk staan vrouwen hier ook onder een zekere sociale druk, maar je hoeft er in ieder geval niet op een bepaalde manier uit te zien of op je 25e al na te denken over een huwelijk. Mijn vriend en ik wonen nu zeven jaar samen, maar we zijn niet getrouwd, en we hebben vooralsnog geen plannen om kinderen te krijgen.

‘De persoon die ik hier kan zijn, vind ik veel leuker. Maar dat besefte ik pas toen ik afstand had genomen van mijn oude leven. In Colombia liep ik in de pas, maar zodra je uit het systeem stapt, zie je: zo fijn was het niet.’

In 2018 begon Espinosa met haar promotieonderzoek bij TILT,  het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society van de rechtenfaculteit. Ze deed onderzoek naar de juridische uitdagingen bij de uitwisseling en het gebruik van gegevens die worden verzameld door nutsbedrijven. In 2022 volgde een postdoc over AI-beleid en verantwoorde dataverwerking in de energiesector. Een dag per week werkte ze als lid van de universiteitsraad. Sinds maart 2025 is ze collaborative grants officer.

‘Ik help onderzoekers om de juiste financiering te vinden voor hun projecten. Tegenwoordig zie je meer vacatures voor dat soort functies dan voor academische banen. Omdat het onderzoeksbudget bij universiteiten gekort wordt, moeten ze steeds meer op zoek naar externe financiering. Het is een totaal andere rol dan ik hiervoor had, want ik doe zelf geen onderzoek meer.’

In Colombia droomde je van een academische carrière. Had je hoogleraar willen worden?

‘Niet per se. Kennis heeft mij ver gebracht en ik houd van lesgeven. Maar hoogleraar worden is een lange weg, en ik had niet het idee dat dat mijn leven beter of spannender zou maken. De logische stap na een postdoc is universitair docent worden, maar daarna is het niet gezegd dat je automatisch een tree hoger komt als je een x aantal papers hebt geschreven en een x aantal uur hebt lesgegeven. En als er in jouw regio geen werk is, moet je verhuizen. Ik wil niet nog een keer mijn leven opnieuw opbouwen.’

Toen ik je benaderde voor dit gesprek, gaf je aan dat je het jammer vond dat je geen onderzoek meer doet. Daaruit leid ik af dat je wel universitair docent had willen worden.

‘Het is niet dat ik dat niet wil. Ik heb geprobeerd om die baan te krijgen, maar er is veel competitie, en de focus ligt steeds meer op mensen die in het Nederlands les kunnen geven. Voorheen waren de vacatureteksten tweetalig, maar sinds een jaar verschijnen de universitaire vacatures alleen in het Nederlands.

‘Ik krijg het idee dat sollicitaties van mensen die geen Nederlands spreken worden ontmoedigd. Ik had door kunnen solliciteren, maar ik verlangde naar zekerheid, dus ben ik me gaan oriënteren op een ondersteunende functie. Maar ik weet niet zeker of ik voor altijd mijn onderzoekambities of hoop op een academische carrière heb opgegeven.

‘Toen in 2024 werd gesproken over wetgeving om de toestroom van internationale studenten te beteugelen, werd er op de universiteit geopperd dat medewerkers een bepaald taalniveau moesten bereiken om nog les te kunnen geven. De rector gaf aan dat er bij de universiteitsraad op termijn misschien alleen in het Nederlands zou worden vergaderd, in plaats van in het Engels. Ik kreeg de indruk dat het vrij snel beleid zou worden om op de universiteit voornamelijk Nederlands te spreken.

‘Maar goed, ik wil deze complexe kwestie niet platslaan door te doen alsof het gaat om de vraag of ik graag Nederlands spreek. Dat is het probleem niet, want ik spreek Nederlands en ik zit in het traject om Nederlands staatsburger te worden. Het is vooral de mentaliteitsverschuiving die mij zorgen baart.’

Het valt me op dat je een beetje verdrietig bent gaan kijken.

Espinosa denkt even na. ‘Misschien komt dat omdat de meeste collega’s en mensen met wie ik in Tilburg bevriend ben geraakt hier niet vandaan komen. Het voelt opeens alsof wij vanwege de taalbarrière niet dezelfde kansen krijgen als Nederlanders met dezelfde kwalificaties als de onze. Dat doet me pijn. Het is triest om te merken dat internationale studenten hier niet meer zo welkom zijn als voorheen.

‘Veel Engelstalige programma’s worden opgeheven, en er komt meer nadruk te liggen op de Nederlandstalige programma’s. Een van de redenen waarom ik destijds voor Nederland koos, was het belang dat er werd gehecht aan kennisuitwisseling tussen culturen. Maar ik betwijfel of ik als student nu nog voor Nederland zou kiezen.’

Voel je je buiten de campus nu anders behandeld dan toen je hier negen jaar geleden kwam?

‘Nee, dat niet. Het helpt dat ik inmiddels Nederlands spreek, mensen waarderen dat. Het scheelt ook dat ik een Nederlandse partner heb. Via zijn familie en vrienden heb ik meer contact met Nederlanders gekregen.’

Wat spreekt je nu het meest aan in Tilburg?

Enthousiast: ‘Dat ik op de universiteit kan bijdragen aan de samenleving, ook al geef ik geen les meer en help ik onderzoekers, in plaats van dat ik zelf onderzoek doe. Ik had een mooie carrière kunnen hebben in het bedrijfsleven, zeker op het gebied van data en AI, maar ik word niet meer gedreven door een zucht naar geld en prestige, zoals dat in Colombia gebruikelijk is. Ik ken veel mensen die na hun promotieonderzoek een totaal ander vakgebied zijn ingegaan, dat vind ik verfrissend. Die vrijheid heb ik mezelf pas onlangs toegestaan.

‘Op de universiteit heb ik mijn beste vrienden leren kennen en mijn partner ontmoet. Toen mijn vader het afgelopen jaar ziek werd en op zijn sterfbed lag, was het moeilijk om zover weg te zijn. Ik werd heel erg gesteund door de afdeling en kreeg alle tijd om naar hem toe te gaan.’

Heb je weleens heimwee?

‘Continu. Ik mis mijn familie en vrienden, en ik mis de verscheidenheid aan vers fruit en groente. Ik mis de spontaniteit en ontspannen sfeer, ook al ben ik eraan gewend dat mijn volle agenda mijn leven nu dicteert.’

Espinosa schiet in de lach. ‘Weet je wat ik raar vind? Dat je op je verjaardag je eigen taart moet meenemen! In Colombia zouden mijn collega’s mijn kamer hebben versierd, een taart hebben meegenomen en me hebben getrakteerd op een lunch. Hier moet je als jarige trakteren, maar dat vertik ik nog steeds.’

Over Brenda Espinosa, 1992, Mocoa, Colombia

2008 – 2013 Bachelor rechten, Universidad Externado de Colombia, Bogota
2014 – 2018 Werkzaam als advocaat in Colombia
2016 – 2017 Master internationaal ondernemingsrecht, Universiteit van Tilburg
2018 – 2022
Promotieonderzoek, Universiteit van Tilburg
2022 – 2025 Postdoc Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT)
2025 – heden Collaborative grants officer, Universiteit van Tilburg

Advertentie.

 

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.