Is oppassen goed voor de hersenen van opa en oma?

Een middagje knutselen, koekjes bakken of samen naar de speeltuin met opa en oma. Het is niet alleen leuk voor kleinkinderen, maar ook goed voor de gezondheid van grootouders, blijkt uit onderzoek van promovenda Ontwikkelingspsychologie Flavia Cherecheş.

Beeld Dragana Gordic / Shutterstock

Grootouders worden steeds ouder en zijn daardoor langer betrokken bij het leven van hun kleinkinderen. Veel opa’s en oma’s passen regelmatig op, wat gezinnen helpt om kosten te besparen voor de kinderopvang. Dit roept een interessante vraag op: in hoeverre heeft dit ook voordelen voor de grootouders zelf?

Flavia Cherecheş, promovenda aan het departement Ontwikkelingspsychologie, onderzocht als hoofdonderzoeker in hoeverre het oppassen op kleinkinderen samenhangt met de cognitieve vermogens van grootouders. Ze keek daarbij ook naar de activiteiten die de grootouders met kleinkinderen ondernemen, omdat die het effect kunnen beïnvloeden.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit je onderzoek?

‘De resultaten laten zien dat zowel grootmoeders- als grootvaders die oppassen een betere score hebben op geheugen en verbale taalvaardigheid vergeleken met grootouders die niet oppassen. Op de lange termijn gelden deze voordelen echter alleen voor oppassende grootmoeders.’

Waarom zijn er cognitieve verschillen tussen opa’s en oma’s, denk je?

‘Oma’s ervaren mogelijk meer voordelen, omdat zij een andere rol aannemen tijdens het oppassen. Zij doen veelal de klassieke zorgtaken, zoals organiseren, wassen en koken. Deze taken worden als complexer gezien. Opa’s nemen vaak een meer ondersteunende en recreatieve rol aan, zoals samen spelen of uitstapjes maken.

‘Een andere verklaring zou kunnen zijn dat oma’s over het algemeen vaker alleen oppassen en opa’s meer in het bijzijn van hun partner. Dit geeft denk ik ook een andere stimulatie.’

Zijn er resultaten die je verrast hebben?

‘We hadden verwacht dat cognitief uitdagende taken, zoals huiswerkbegeleiding, een sterker effect zouden hebben op de cognitie, omdat het meer cognitieve inspanning vraagt dan enkel aanwezig te zijn. Zo moet je de informatie eerst zelf goed begrijpen en daarna op een makkelijke manier uitleggen aan je kleinkind. Maar het gaat er niet per se om wat je doet, maar of je het wil doen en hoe belastend je het ervaart.’

Is oppassen voor opa’s en oma’s de enige manier om een gezond stel hersenen te behouden?

‘Ik zou hierbij graag willen benadrukken dat oppassen op de kleinkinderen niet voor iedereen de juiste weg is. Aan grootouders die ongewild moeten oppassen, kan het zelfs hun welzijn schaden. Alternatieven om toch een sterke cognitie te behouden, zijn activiteiten met sociale, fysieke en mentale prikkels. Denk hierbij aan vrijwilligerswerk, hobby’s of algehele sociale participatie.’

Wat maakt het dat je zo geïnteresseerd bent in specifiek ouderen?

‘Ik ben gefascineerd door hun behoud van mentaal welzijn, terwijl hun gezondheid achteruit gaat. Niet bij allemaal natuurlijk, maar over het algemeen wel. Ik vind het heel interessant hoe ouderen ondanks fysieke veranderingen toch betekenis kunnen blijven geven aan het leven.’

Flavia Cherecheş, promovenda aan het departement Ontwikkelingspsychologie, voerde dit onderzoek uit samen met Nicola Ballhausen, Gabriel Olaru en Yvonne Brehmer. Ze analyseerden gegevens van de English Longitudinal Study of Ageing (ELSA) om te onderzoeken hoe het oppassen op kleinkinderen verband houdt met de cognitieve vaardigheden van grootouders.

Advertentie.

 

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.