Een beetje ongelukkig
Psychologiestudenten die zichzelf herkennen in elke stoornis die voorbijkomt in de collegezaal: het is een cliché. Thomas Kaufmann weet waarom. ‘Ik was niet de enige die in zijn schrift mee had zitten turven bij het opnoemen van de kenmerken van stoornissen.’

‘Kijk een beetje uit’, zei de docent, ‘studenten hebben over het algemeen de neiging om zichzelf bovenmatig snel te diagnosticeren als we psychopathologie behandelen. ‘In werkelijkheid vallen jullie best mee.’ De collegezaal lachte voorzichtig. Ongetwijfeld was ik niet de enige die in zijn schrift ongemakkelijk mee had zitten turven bij het opnoemen van de kenmerken van de betreffende stoornissen.
Helemaal gerustgesteld was ik nog niet. Gevoelsmatig had ik in de collegezaal de halve DSM al zien zitten. Het cliché luidt niet voor niets dat psychologiestudenten ook vooral psychologie gaan studeren om de eigen problemen op te lossen. ‘Wat zegt dat over jou?’, vroeg mijn psycholoog me ooit. Normaal zijn is normaal overkomen.
‘Wat heb jij?’, siste ik naar mijn buurman. ‘Narcistische persoonlijkheidsstoornis.’ Hij klonk trots. Dat sloot aan. ‘Jij?’ De realiteit was niet bepaald vrolijk. Een avond eerder had ik ongewild iets te lang aan het rad van de Boekanier gehangen. Ik geloof niet dat ik toen al bekend was met die term (het is in colleges in ieder geval niet aan bod gekomen), maar inmiddels zou ‘hangxiety’ een goede weergave van mijn binnenwereld zijn.
‘Depressie’, mompelde ik voorzichtig. Hij gromde wat en stopte zijn pen in zijn mond. Wie op pennen sabbelt wekt de indruk diep na te denken. ‘Geef eens hier dat schrift.’ Vlug overziet hij mijn aantekeningen. ‘Je mist nog twee kenmerken’, zegt hij uiteindelijk, ‘je bent niet depressief.’ ‘Hooguit een beetje ongelukkig.’ Een tikkeltje teleurgesteld gooide hij mijn schrift weer terug.
Sociaal fataal bij psychologen. Niet ziek genoeg voor medelijden en te gezond voor aandacht.
Thomas Kaufmann is alumnus van Tilburg University.

