Roxane van Iperen: ‘Big Tech verandert ons in fruitvliegjes’

Roxane van Iperen: ‘Big Tech verandert ons in fruitvliegjes’

Scrollen, swipen, appen. Vliegend van app naar app. ‘We zijn een generatie fruitvliegen,’ stelt Roxane van Iperen. Aangetrokken door de felst riekende vuilnisbelt. Nu techbazen steeds meer grip op de wereld krijgen, beseft ze: ‘Ook ik ben soms een fruitvlieg.’

‘Mijn essay is geen handleiding, maar een aanzet tot een gesprek over Big Tech.’ Beeld: Keke Keukelaar.

In het essay Ik zie wat ik geloof laat Roxane van Iperen (49) zien hoe Big Tech ons met minimale inspanningen gevangenhoudt door middel van verslavende algoritmes, eindeloze scrollfuncties en gepersonaliseerde content die inspeelt op onze aandacht en emoties. Univers spreekt met de jurist en auteur over hoe de mens zich kan wapenen tegen deze technologische machtsgreep. Zondag 12 april komt Van Iperen naar Tilburg om de Dag van de Filosofie in de LocHal te openen.

De Wereldgezondheidsorganisatie noemt dit de eeuw van de eenzaamheid, terwijl we technologisch meer verbonden zijn dan ooit. Wat zegt dat over de aard van die technologische verbinding?

‘Een deel van het antwoord ligt in een bredere verschuiving. We zijn onszelf steeds meer gaan zien als een mini-marktplaats, een persoonlijke BV waarin we bepalen hoe slim, succesvol, gezond of knap we zijn. Vanuit dat idee ontstond ook de belofte van technologie: apps en platforms zouden ons helpen grip te krijgen op ons leven en onze prestaties.

‘Maar in de praktijk gaat dit voorbij aan wat mensen écht nodig hebben. De huidige eenzaamheidsgolf laat zien dat synthetische relaties – die via technologie ontstaan, zoals interacties met chatbots, AI-assistenten of andere mens-robotcontacten – geen vervanging zijn voor échte menselijke verbinding. Bovendien vindt contact tussen mensen onderling steeds vaker via een scherm plaats, wat die gevoelens van eenzaamheid juist kan versterken.

‘Dus blijft de vraag: wat hebben we nodig om zingeving te ervaren en ons niet eenzaam te voelen? En hoe geven we daar concreet vorm aan?’

Geschiedenis, filosofie en literatuur bieden volgens u een cruciaal tegenwicht aan de technologische machtsgreep. Welke rol ziet u voor een universiteit?

‘De vaardigheden die je dankzij de geesteswetenschappen ontwikkelt, zijn wat een mens ‘mens’ maakt: vrije wil, kritisch denken, creativiteit en compassie. Techbazen voeden hun eigen kinderen niet voor niets op in een techvrije omgeving met aandacht voor geschiedenis, literatuur en filosofie.

‘Dat betekent niet dat we studenten die voor marktgerichte studies kiezen, moeten afstraffen. Wat wél nodig is, is dat universiteiten studenten actief en eerlijk informeren over technologische ontwikkelingen. Juist banen in vakgebieden als rechten, data science en marketing worden als eerste door AI vervangen.

‘Daarnaast doen universiteiten er goed aan om expliciet ruimte te creëren voor fysieke ontmoeting en uitwisseling, als tegenwicht voor een steeds verder digitaliserende wereld.’

Wat bedoelt u daar precies mee?

‘Als je kijkt naar grote verzetsbewegingen in de geschiedenis, valt op dat ze vaak steunen op twee pijlers: het bewustzijn van gedeeld lijden en het vermogen om collectieven te vormen. Neem de vrouwenemancipatie: die kwam op gang toen vrouwen bij elkaar herkenden dat hun rol – thuisblijven en zorgen voor de kinderen – hen beperkte.

‘Bij veel jongeren lijkt dat mechanisme juist te ontbreken. Zeker onder zogeheten digital natives, die opgroeien in een volledig digitaal tijdperk, is er weinig gevoel van onderdrukking. Integendeel, zij ervaren extreme vrijheid: ze kunnen kopen wat ze willen, zijn voortdurend verbonden en hebben het idee zelf te kiezen.

‘Daardoor ontbreekt de eerste pijler: het gevoel van lijden. En zonder dat gedeelde besef van lijden ontstaat ook nauwelijks de tweede stap: elkaar fysiek opzoeken en collectief in actie komen. Een gezamenlijke vuist blijft uit.

‘Daar ligt een belangrijke rol voor de universiteit. Zij kan laten zien dat de ervaren autonomie vaak beperkt is en dat keuzes door technologie gestuurd en gemanipuleerd worden. Daarnaast moet de universiteit ruimte bieden voor fysieke ontmoetingen, die wezenlijk anders zijn dan digitaal contact, zodat studenten niet alleen inzichten kunnen uitwisselen, maar ook de ervaring van echte, persoonlijke verbinding met elkaar beleven.’

U waarschuwt in het essay ook voor afnemende geletterdheid. Welke rol speelt dat in dit verhaal? 

‘Geletterdheid heeft enorm veel voor de mens betekend. Het was een gigantische stap in emancipatie, vooral omdat lezen en schrijven niet langer voorbehouden was aan een elite, maar op grote schaal beschikbaar werd voor brede lagen van de bevolking. Dit is onmisbaar voor het functioneren van een democratie.

‘Als mensen niet meer in staat zijn om complexe teksten en ideeën te begrijpen – en ik heb het hier niet eens over academische teksten, maar over teksten uit de krant, een brief van de gemeente, of andere vormen van informatie die het dagelijkse maatschappelijk leven sturen, dan dreigt een democratie op termijn te imploderen.

‘Met het afbrokkelen van die cognitieve vaardigheden ontstaat bovendien een generatie die op fruitvliegen lijkt: steeds van hot naar her vliegend, aangetrokken door de sterkst riekende vuilnisbelt van menselijke emoties.’

Welke adviezen zou u lezers meegeven die zich willen verzetten tegen de toenemende technologische macht?

‘Voor mij begon het toen ik mijn eigen patronen onder ogen zag. Ik had de neiging solitair te leven, me terug te trekken op een studeerkamertje en daar dagenlang te blijven, zonder echt deel uit te maken van een gemeenschap.

‘Om daar verandering in te brengen, besloot ik een werkruimte te huren. Deze bevindt zich in een werkplaats met andere eenpitters die, naast hun eigen werk, ook iets bijdragen aan de samenleving. Op kleine schaal biedt dit mij de mogelijkheid om collectieven te vormen en samen met anderen te onderzoeken wat we voor onze gemeenschap kunnen betekenen.

‘Daarnaast ben ik gaan zwemmen in het gemeentebad. Zo richt ik me meer op de aanwezigheid van mijn fysieke lichaam in de openbare ruimte, iets waar ik eerder nauwelijks bij stilstond.

‘Hoewel dit goed voor mij werkt, ben ik een beetje huiverig voor kant-en-klare adviezen. Ook ik verander soms in een fruitvlieg: afgeleid, half aanwezig, mijn aandacht opgeslokt door mijn telefoon terwijl mijn kinderen iets tegen me zeggen.

‘Thuis spreken we elkaar daarop aan en proberen we eerlijk te blijven over de aantrekkingskracht van de telefoon. Mijn essay is dan ook geen handleiding, maar een aanzet tot een gesprek over Big Tech. Wat lezers eruit meenemen, is uiteindelijk aan hen.’

CV

1996 – 2001 Rechten, Universiteit van Amsterdam
2001 – 2016 werkzaam als jurist en adviseur
2016 Schuim der aarde
2017 VOJN Award voor Beste Journalistieke Opinie
2018 ’t Hooge Nest
2019 Opzij Literatuurprijs voor ’t Hooge Nest
2021 4-meilezing
2021 Boekenweekessay 2021 De genocidefax
2021 Gast in televisieprogramma Zomergasten
2021 Brieven aan ’t Hooge Nest
2022 Essay Eigen welzijn eerst 
2023 Dat beloof ik 
2025 Stemmen uit het diepe
2025 Eigen planeet eerst
2026 Essay van de Maand van de Filosofie Ik zie wat ik geloof

Advertentie.

 

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.