Vooruitblik: vooral D66 moet op eieren lopen in het debat over de OCW-begroting
Het nieuwe kabinet zou de bezuinigingen op onderwijs en onderzoek terugdraaien. Toch wordt er opnieuw beknibbeld en gaat het beloofde renteplafond voor studieschulden niet door. Hoe gaat ‘onderwijspartij’ D66 deze week reageren?

Vorige week brak het kabinet een belofte: er komt toch geen renteplafond voor studieschulden. Een maximale rente van 2,5 procent is duurder dan gedacht, schreef minister Rianne Letschert aan het parlement.
Haar eigen partij, D66, had zo’n plafond in het verkiezingsprogramma staan. Sterker nog, voor studenten van de pechgeneratie zou de rente helemaal moeten verdwijnen. Dat wordt een van de interessante kwesties deze week tijdens het debat over de OCW-begroting: hoe reageert D66 op de ommezwaai?
De partij moet verschillende belangen afwegen. Enerzijds wil ze voor studenten opkomen, anderzijds wil ze de eigen minister beschermen en het beschikbare budget voor onderwijs zo goed mogelijk besteden.
Reputatie
Ook moet de partij oppassen voor reputatieschade. D66 was toch de onderwijspartij? Hoe kan de grootste regeringspartij zo makkelijk een verkiezingsbelofte breken, die ook nog eens in het coalitieakkoord staat?
De Landelijke Studentenvakbond is woest. Samen met FNV Young & United lanceert de LSVb vandaag een LinkedIn-protest: ze vragen jongeren om in hun profiel te zetten dat ze ‘onvrijwillig rentesponsor van de overheid’ zijn.
Reputatieschade ligt toch al op de loer. Bij de presentatie van het coalitieakkoord zei partijleider Rob Jetten met trots dat de bezuinigingen op onderwijs werden teruggedraaid, maar de wereld lijkt veranderd. D66 probeert dit geld inmiddels als ‘extra’ geld te bestempelen. Als er dan toch iets vanaf gaat, voelt het misschien minder pijnlijk.
Want het wordt inderdaad minder dan beloofd. Het ‘extra’ geld groeit bijvoorbeeld niet met de inflatie mee, wat de komende twee jaar naar schatting zo’n 67 miljoen euro gaat schelen. Toen de SP daar vragen over stelde, wuifde de minister het weg: die schattingen kende ze niet. D66 sprong voor de minister in de bres met een wonderlijke redenering: het zou helemaal geen onderwijsbezuiniging zijn, want sommige andere departementen kregen diezelfde korting ook.
Onmogelijke keuze
Dit alles speelt tegen de achtergrond van een groter probleem, namelijk de bezuinigingen op de sociale zekerheid die vooralsnog niet doorgaan. Als het niet lukt om de kosten te drukken, gaat vooral het onderwijs daarvoor opdraaien. Zo is het althans ingeboekt. Volgens D66 gaat het helemaal niet gebeuren, maar dit is wel hoe het in de begroting staat.
Kennelijk probeert het kabinet de oppositie en vakbonden voor een onmogelijke keuze te stellen: bezuinigen op sociale zekerheid of op onderwijs, alsof er nergens anders op kan worden bezuinigd. Als er straks toch een onderwijsbezuiniging komt, kan het kabinet zeggen: dit is niet onze schuld, maar de schuld van de vakbonden. De vraag is wel wie dat gaat geloven.
Deze week wordt duidelijk welke lijnen de partijen trekken. De oppositie heeft genoeg munitie, maar hoe gaat het in de coalitie zelf? Zal D66 alsnog kritische vragen stellen aan partijgenoot Rianne Letschert, die als informateur ook nog eens aan de basis van het coalitieakkoord stond? Of zet de partij dan onnodig druk op een toch al wankele minderheidscoalitie?
Knetteren
Misschien hoeft D66 niet zo voorzichtig te zijn. Hoe instabiel kabinetten ook zijn, sinds de jaren zeventig zijn ze niet meer gestrand op een onderwijskwestie. Toch hebben partijen er sterke meningen over, zodat het in debatten flink kan knetteren – ook tussen coalitiepartijen.

