Minderheidskabinet kwetsbaar voor incidenten, ook in hoger onderwijs
Nederland krijgt een minderheidskabinet van D66, CDA en VVD. Dat hebben de formerende partijen vrijdag bekendgemaakt. Vermoedelijk gaan incidenten hierdoor een grotere rol spelen, ook in de politiek van het hoger onderwijs.

Na de verkiezingen lag er maar één meerderheidskabinet voor de hand: D66 en CDA konden samen met GroenLinks-PvdA en VVD regeren. Maar de VVD blokkeert de samenwerking met een linkse partij.
Een kabinet met JA21 had ook gekund, maar die populistische partij staat ver van D66 af. Bovendien zou die coalitie nog net geen meerderheid hebben.
Zo bleef er eigenlijk maar één optie over: een minderheidskabinet. Het laatste serieuze minderheidskabinet, dat bijna vier jaar lang regeerde, was het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck, dat in 1918 aantrad.
Minderheid
Een minderheidskabinet moet voor alle plannen steun vinden bij de oppositie in de Tweede en Eerste Kamer. Voor het hoger onderwijs heeft dit voor- en nadelen. Bezuinigingen worden minder waarschijnlijk, terwijl incidenten en de waan van de dag meer impact zullen hebben.
Er komen wel bezuinigingen, alleen al om de rekening van het verhoogde budget voor Defensie te betalen. Maar die slaan vermoedelijk vooral neer in de zorg en de sociale zekerheid.
Extra geld
D66 klopt zichzelf op de borst als dé onderwijspartij. Als Jetten premier wordt, mag je verwachten dat de bezuinigingen van het kabinet-Schoof ongedaan worden gemaakt en dat er zelfs extra geld komt.
De VVD zit straks in de regering, dus die zal zich niet verzetten tegen nieuwe investeringen in onderwijs en onderzoek. Je kunt ook uitleggen dat ze goed zijn voor de economie. Extra uitgaven zullen dus geen politiek probleem zijn.
Maar de verdeling?
De vraag is vooral waar dat geld naartoe moet. Gezien de brede steun die een minderheidskabinet nodig heeft, zal het aan verschillende wensen tegemoet moeten komen: fundamenteel onderzoek versterken, maar ook inzetten op innovatie en toegepast onderzoek.
En welke vakgebieden zullen profiteren? Dit kan iets meer van de politieke waan van de dag gaan afhangen. Als een meerderheid ervan overtuigd raakt dat onderzoek naar de zorg, kwantumcomputers of AI heel belangrijk is voor onze toekomst en hierover moties indient, dan zal een minderheidskabinet sneller moeten meebuigen.
Defensie
Extra geld voor universiteiten en hogescholen kan ook binnenkomen via het ministerie van Defensie. Een minderheidskabinet kan dan twee dingen tegelijk zeggen: wij investeren in Defensie én wij investeren in onderzoek en innovatie.
Zal de wetenschap klaarstaan om met Defensie samen te werken? In een NRC-column pleit voormalig D66-minister Robbert Dijkgraaf voor een cultuuromslag in de wetenschap: van techniek tot ethiek, alle wetenschapsgebieden moeten zich met militaire innovatie bezighouden.
Dijkgraaf: ‘Een concrete vraag is welk percentage van de defensiebegroting naar onderzoek en innovatie zal gaan. Hierover is geen expliciete NAVO-norm afgesproken, maar het aandeel ligt in Europa nu rond een schamele 1 procent, tegenover 15 procent in de Verenigde Staten.’
Incidenten maken meer los…
Afgelopen najaar zette demissionair onderwijsminister Gouke Moes (BBB) druk op de Radboud Universiteit Nijmegen, waar een fel pro-Palestijnse docent stof deed opwaaien. Moes dreigde met ingrijpen.
Dat was een trendbreuk. Zijn voorgangers beschermden de onderwijsinstellingen juist tegen woedende oprispingen aan de interruptiemicrofoon. Daar gaan wij niet over, was steevast het antwoord als partijen om ingrijpen vroegen. Hooguit gingen ze weleens het ‘gesprek’ aan en dan hoorde je er zelden nog iets over.
Dat kon weleens anders zijn bij een minderheidskabinet. Loopt een demonstratie uit de hand? Blijkt het onderzoek van een hoogleraar of lector onbetrouwbaar door invloed van het bedrijfsleven? Is er sprake van diplomafraude bij een opleiding? Grote kans dat de Tweede Kamer om ingrijpen vraagt. Normaal gesproken steunt een meerderheid van regeringspartijen dan de afwerende houding van de minister, maar bij een minderheidskabinet heb je dat vangnet niet.
… maar bieden ook kansen
Omgekeerd kan het hoger onderwijs ook meer druk uitoefenen op de politiek. Moet een kleine maar waardevolle opleiding sluiten wegens geldgebrek? Reken maar dat het tot Kamervragen leidt.
De opleiding Fries kan als voorbeeld dienen. Daar is geld voor vrijgemaakt op aandringen van de politiek. Dat zou in principe voor elke opleiding kunnen gebeuren die de deuren moet sluiten. Denk aan tekortopleidingen in de krimpregio’s.
Kabinetten vallen nooit op hoger onderwijs
De minister van Onderwijs kan bij incidenten de rug rechthouden en zeggen: zo doen we dit niet. Bij geldtekort voor specifieke opleidingen kan de regering bijvoorbeeld voorspiegelen: instellingen maken hun eigen keuzes, daar gaan wij niet over. Of de minister zegt: we werken aan stabielere financiering, wacht maar af.
Wordt de minister dan weggestuurd? Gewoonlijk niet. Het hoger onderwijs is een gevoelig onderwerp en staat vaak in de belangstelling, maar leidt tegelijkertijd nooit tot een kabinetscrisis. Bij een minderheidskabinet zal dat niet anders zijn. Stikstof, wonen en migratie zijn heikeler onderwerpen.
Uitkomst
De drie partijen D66, CDA en VVD praten verder over hun gezamenlijke programma, dat dus flexibel genoeg moet zijn om wensen van de oppositie op te vangen. Het is de vraag hoe lang ze nog nodig hebben, maar vermoedelijk willen ze zo snel mogelijk de ploeg van Dick Schoof aflossen.
De uitkomst van de onderhandelingen is nog ongewis. Meer geld voor de basisbeurs of niet? Hoe wordt het onderzoeksgeld verdeeld? Wat gebeurt er met de onderwijsfinanciering? Het zal allemaal in het uiteindelijke regeerakkoord staan. En dan kan de oppositie er de tanden in zetten.
