‘We moeten veel vrolijker met tegenmacht omgaan’, zegt Marius Bakx
In de Tweede Kamer is tegenmacht een buzzword geworden. Maar is er in de lokale politiek ook sprake van een beetje gezonde kritiek? Marius Bakx schreef er als buitenpromovendus een proefschrift over. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart is het gesprek daarover geen overbodige luxe. ‘Burgers houden ook een wakend oog op de macht.’

Veel Tilburgers zullen er nog nooit binnen zijn geweest: de oude raadszaal in het witte Paleis-Raadhuis dat pontificaal op het Stadhuisplein staat. Stoelen met kleurrijke voering, een houten interieur en tapijt op de vloer in de kleur versleten paars. ‘Hier wordt nog steeds weleens vergaderd, maar als je hier de hele dag zit begint het na een tijdje wel muf te ruiken’, lacht Marius Bakx (1982). ‘Een uurtje is nog wel te doen.’
Bakx promoveerde vorig jaar aan Tilburg University op het onderwerp tegenmacht en onderzocht welke vormen van tegenmacht er zijn. Als raadsadviseur staat hij de Tilburgse gemeenteraad bij met gevraagd en ongevraagd advies. Het is werk waar hij tijdens dit gesprek liever niet al te veel over uitweidt. ‘Ik vind het niet kies om hier vanuit mijn positie op de Tilburgse situatie qua tegenmacht te reflecteren.’ Bakx wil dat raadsleden altijd bij hem terecht kunnen en vreest dat dat niet meer gaat gebeuren als hij nu op specifieke gevallen ingaat.
Waarom wilde je onderzoek doen naar lokale tegenmacht?
‘Eigenlijk kwam alles voor mij in dit proefschrift bij elkaar. Ik woon in Bergen op Zoom en zag in Antwerpen, net over de grens, verschillende burgerbewegingen opkomen. Die kwamen in verzet tegen de herinrichting van de Antwerpse Ring. Dat deden ze ook op hele creatieve manieren: ze organiseerden tentoonstellingen, er werden dichters bij gehaald die poëzie schreven en er waren optredens.’
‘Er werden daarnaast ook rechtszaken aangespannen. Ik zag dat die Antwerpenaren allerlei wegen bewandelden om hun boodschap uit te dragen. Dat fascineerde me enorm. Gecombineerd met mijn eigen werk, mijn nevenfunctie in de rekenkamercommissie in de gemeente Woensdrecht en het boek La contre-démocratie van Pierre Rosanvallon, zette dat me aan het denken.’
Er kwam een proefschrift uit dat ook in boekvorm werd uitgebracht: Vormen van tegenmacht, heet het. Volgens Bakx komt tegenmacht in verschillende gedaanten. Altijd gaat het om een groep mensen of instantie die machthebbers controleert. Dat kan om een Ombudsman gaan die burgers helpt met klachten over een gemeente. Het kan om een protestgroep gaan die een bepaald besluit van tafel wil krijgen. Maar de gemeenteraad is net zo goed een vorm van tegenmacht wanneer ze checken of een wethouder of burgemeester wel doet wat de raadsleden hebben gevraagd.
Waarom spreekt die tegenmacht op lokaal niveau zo weinig tot de verbeelding?
‘Dat debat over tegenmacht concentreert zich vooral op nationaal niveau. Zeker nu, met alle geopolitieke ontwikkelingen. Daar valt veel voor te zeggen, maar het is ook belangrijk om naar het lokale niveau te kijken. Dat is voor veel mensen het meest nabije bestuur. Het is de eerste overheid. In tijden waarin de democratie onder druk staat helpt het volgens mij dat lokale bestuurders het goede voorbeeld geven. Dat ze laten zien hoe een sterke democratie eruitziet.’
Er is in gemeenteraden nog wel wat werk aan de winkel, toch?
‘Gemeentepolitiek is vooral hele praktische politiek. In Nederland kennen we een bestuurscultuur die heel erg gericht is op samenwerken. Als je alle coalitieakkoorden van Nederland zou analyseren en zou zoeken op het woordje samen of meedenken, dan krijg je heel veel hits. Tegelijkertijd is een beetje schuring wel noodzakelijk om tot een mooi resultaat te komen. Je hebt die zandkorrels nodig om een parel te krijgen.’
‘Die controlerende rol, dat raadsleden wethouders echt volgen en tot de orde roepen, is uiteindelijk minder populair. Het is ook gewoon pittig werk: die jaarstukken lezen en daar dan een oordeel over geven is niet altijd makkelijk. Ik vind dat gemeenteraden daar ook wat vaker de ondersteuning van de griffie, de rekenkamer of adviesraden kunnen inschakelen.’
Is het voor parttime raadsleden sowieso niet veel moeilijker om fulltime wethouders en een heel ambtenarenapparaat te controleren?
‘Ik denk dat gemeenteraden dat best kunnen, maar niet alleen. Bij grote, gevoelige dossiers zie je ook vaak dat er een ander samenspel van tegenmacht ontstaat. De publieke tribune zit vol met bezorgde burgers, in de kranten staan opiniestukken en voor een besluit is er vaak al ingesproken. Soms ligt er ook een advies van de rekenkamer. Dan heb je een heel complex aan tegenmachten, en daarmee ontstaat wel druk op een wethouder.’
In Rotterdam, een van de steden die Bakx onderzocht, zag hij dat de burgerbeweging Recht op de Stad zoveel insprekers had opgetrommeld dat die niet allemaal in één vergadering hun zegje konden doen: er moest een tweede vergadering worden ingepland.

‘In grote steden neemt tegenmacht hele andere vormen aan. Je kunt daar niet zomaar altijd bij de wethouder op de koffie komen. Dus dit was voor hen een hele efficiënte manier om het onderwerp op de agenda te houden. Zo’n wethouder merkt dan: dit leeft schijnbaar heel erg.’
In Tilburg zijn er ook een aantal voorbeelden, bijvoorbeeld van energiecoöperatie Energiefabriek013. Zij ijverden voor een burgerberaad over een eerlijke klimaattransitie, ook toen het college van burgemeester en wethouders zo’n beraad totaal niet zag zitten. Mede door hun inzet kwam het burgerberaad er toch. Of denk aan de demonstraties tegen de komst van het Tilburgse bedrijventerrein Wijkevoort, waartegen al enkele jaren elke werkdag voor het stadhuis wordt gedemonstreerd.
Raadsleden en de media worden al vaak als tegenmacht gezien. Gebeurt dat bij burgers te weinig?
‘We hebben in Nederland een sterke focus op de politieke democratie. Sommige mensen hebben het idee dat democratie alleen over verkiezingen gaat. Ik zeg niet dat dat goed of slecht is, maar democratie is wel breder dan dat. Burgers houden ook een wakend oog op de macht, zeker burgers die zich sterk organiseren. Het kan lonen om de democratie meer als samenlevingsvorm te zien dan als politiek spel. We moeten veel vrolijker met tegenmacht omgaan.’
Op de campus wordt er ook al breed geoefend met die democratie. Hoe is het op Tilburg University met de tegenmacht gesteld, denk je?
‘Er zijn natuurlijk veel parallellen tussen de ‘campusdemocratie’ en de gemeentedemocratie. Het college van bestuur van de universiteit is vergelijkbaar met het college van burgemeester en wethouders. De universiteitsraad biedt daar tegenwicht aan.
‘Maar het stichtingsbestuur ook: die houdt toezicht en dat is ook een vorm van tegenmacht. Adviescommissies, zoals de Adviescommissie Samenwerkingsverbanden, kunnen ook tegenwicht bieden. En de media niet te vergeten: Univers is natuurlijk zelf ook een waakhond.’
Waar moeten gemeenteraadsleden snel mee aan de slag, wat jou betreft?
‘Ze moeten zich echt hard maken voor die tegenmacht. Opkomen voor onafhankelijke journalistiek, de democratische procedures volgen, hun collega’s daarop aanspreken én het college daarop aanspreken. Dat is juist nu heel belangrijk. Ik denk dat het op veel plekken nog steeds om bewustzijn gaat.’
