Mijn allerlaatste college aan Tilburg University
Alle studenten volgen op een dag voor de laatste keer een college, schrijft Antje Beers. ‘Daar wordt verder niet zozeer bij stilgestaan. Je klapt je laptop dicht en loopt het lokaal uit. Het is goed geweest zo.’

Op maandag 18 mei was het zover. Het was weliswaar een willekeurige dag zoals alle andere dagen, maar toch was er iets bijzonders. Het was namelijk mijn allerlaatste college aan deze universiteit. Dat voelt toch gek.
Na al die jaren werkgroepen en colleges volgen, is er ineens een random dag waarop je voor het laatst in een collegezaal zit. Daar wordt verder niet zozeer bij stilgestaan, want niet voor iedere student is het laatste college hetzelfde. Je klapt je laptop dicht, loopt het lokaal uit en ergens later op de dag dringt pas door dat dit dus echt de laatste keer was.
Daarmee breken ook meteen de laatste tentamens aan. En juist voor studenten die bijna afgestudeerd zijn, is dat een bijzondere fase. Veel studenten staan in die periode eigenlijk al met één been in de werkpraktijk via een relevante bijbaan of ander werk.
Voor mij voelt dat eigenlijk al jaren zo. De afgelopen jaren heb ik veel naast mijn studie gedaan. Juist die dingen buiten de collegebanken hebben mij misschien nog wel het meest gevormd. Het maakt je op een andere manier volwassen. Je leert verantwoordelijkheid nemen, omgaan met verwachtingen en ontdekken waar je energie van krijgt. Daardoor voelde het soms alsof ik al voortdurend een beetje in het ‘echte leven’ stond, terwijl ik officieel nog student was.
En eerlijk gezegd denk ik ook niet dat ik ooit een typische student ben geweest. Ik ben nooit echt iemand geweest van veel feesten of het stereotype studentenleven. Aan het begin van mijn studie dacht ik nog dat het universiteitsleven er op een bepaalde manier uit hoorde te zien. Tijdens de introductieweek in 2021 liep ik als 19-jarige rond en dacht ik regelmatig: is dit dus hoe het studentenleven eruitziet?
Maar gaandeweg kwam ik erachter dat iedereen zijn studententijd uiteindelijk volledig op een eigen manier invult. De één haalt geluk uit avonden in de kroeg, de ander uit reizen, sporten, studeren of werkervaring opdoen. Uiteindelijk draait het er vooral om dat je kijkt naar de kansen die op je pad komen en daarin dicht bij jezelf blijft. Dat is misschien wel het belangrijkste wat ik tijdens mijn studententijd heb geleerd.
Jaren geleden dacht ik altijd dat ik het schoolse zou gaan missen. De vrijheid van het studentenleven, lange vakanties en het idee dat alles nog openligt. Maar inmiddels merk ik dat het ook goed is om door te gaan. Er komt een moment waarop je voelt dat het tijd is om ook dat andere been volledig in het werkende leven te zetten. Dat betekent niet dat het leren stopt. Integendeel zelfs. Ik ben een groot voorstander van een leven lang leren, alleen straks op een andere manier dan vanuit collegezalen en tentamens.
Het is goed geweest zo.
En hoewel het gek blijft dat zo’n lange periode eindigt op een willekeurige maandagmiddag, voelt het tegelijkertijd ook als het begin van iets nieuws. Ik vervolg mijn levenspad.
Maar eerst die tentamens nog maar eens maken.
Antje Beers is masterstudente staats- en bestuursrecht en arbeidsrecht aan Tilburg University.
