Je masterscriptie verdedig je maar één keer

De masterscriptie is de drempel op weg naar het volwassen leven. Voor menig student is het een gebed zonder einde. Univers-redacteur Ron onderging de lijdensweg. Deze week studeerde hij dan eindelijk af. Hij schreef er deze blog over.

***

Groen beginnen we aan onze bachelor. Vaak met grootse voornemens. Maar onmiddellijk worden we afgeleid door de onstuimigste jaren van ons leven. Vele mijlpalen, nevenactiviteiten, katers en herkansingen (blauwtjes) later bereiken we de master. Met acceptabele vertraging, of keurig na drie jaar. Vaak met zesjes. Dat is prima, want tijdens de master gaan we er écht voor. Niets minder dan cum laude is het streven.

Eenmaal daar blijkt alles wéér anders. Moeilijker. En hetzelfde: we moeten nog steeds vakken halen, daarbij een gemiddelde neerzetten én hooghouden, een CV verbeteren, werken of te veel bijlenen, sociaal blijven doen en bijslapen. Da’s niet best voor de voorgenomen toewijding. Ons denken draait in dit piekjaar overuren. We persen papers en tentamenwenselijke antwoorden uit ons overwerkte hoofd. We piekeren ons helemaal mal over de karige baankansen en studieschuld die voor ons liggen. En over de berg aan fouten die achter ons ligt. Tenzij we fiscaal recht studeren. Dan zijn we al lachend binnen voor we zijn afgestudeerd.

Bekend verhaal? Dan weet je waarschijnlijk ook dat de masterscriptie dé drempel is op weg naar het volwassen leven. Zo ook voor mij. Grote plannen had ik voor die kers op de academische fabriekstaart. Ik zou de wetenschap op zijn grondvesten doen trillen. Ook zou ik op tijd afstuderen.

Het liep anders. De masterscriptie heeft zijn charme, hoor. Maar dat piekjaar werd piekjáren. Na eindeloos uitstellen, lezen en redigeren stond afgelopen dinsdag de afstudeerzitting gepland. Het was spannend én leuk om over mijn onderzoek te vertellen. Dat het publiek leek te begrijpen waar het over ging, was nóg leuker. De presentatie was ook redelijk uitgedacht. Ik gebruikte zelfs attributen als een plastic speelgoed-shovel, kamerplant, cue cards en een Prezi.

Dat piekjaar werd piekjáren

De begeleiders maakten het me natuurlijk toch lastig. Zo’n zitting is voor de vorm, maar je moet wel nog wat laten zien. Terwijl zij tijdens mijn verhaal hardop vragen formuleerden over procesrecht, wetenschap en rechterlijke argumentatiemethodes, vroeg ik me knikkend en stamelend af wat ik zou antwoorden. Dat op elke poging een nieuwe vraag volgde, hielp niet.

Ondertussen vergat ik glad de tijd. Hoe lang mag zoiets duren? Vooraf legde begeleider no.1 nog aan mijn familie uit dat ik 10 minuten zou gaan praten. Maar ik had gerekend op 15 minuten zuivere spreektijd (20 minuten, een beetje smokkelen mag) en aanvullend een discussie en ondervraging. We deden het allemaal ineens. Het werden ruim 60 minuten.

Na dat uur was ik niet meer zo scherp. Na ook nog een paar keer “Shit!” te roepen omdat de projector afsloeg, wilde ik nog één sheet behandelen. Maar opeens richtte begeleider no.1 zich tot het publiek. In een halve minuut vatte ze de bedoeling van mijn scriptie samen. “Maar ik heb nog wel conclusies,” sputterde ik vlug. Beide begeleiders knikten, waarschijnlijk verzuchtend. Afraffelend somde ik mijn verhaal op en bedankte het publiek. Mijn begeleiders verdwenen uit de zaal. Om zich te beraden.

Een paar minuten later kreeg ik het cijfer: een 8. Bovendien was er een onvermoede extra kers: ik had al wat complimenten gehad voor de ideeën in mijn scriptie. Nu werd mij ook nog een grote toekomst voorspeld.

Maar niet in attent gedrag. Tot mijn schrik besefte ik plotseling dat een bedankje voor mijn begeleiders op zijn plaats was geweest. Sorry, begeleider no. 1 en 2, helemaal vergeten.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.