Marta Dorofei: ‘Stel je voor dat je als enige van je gezin in veiligheid bent’

Marta Dorofei: ‘Stel je voor dat je als enige van je gezin in veiligheid bent’

De Oekraïense Marta Dorofei is nog maar net als uitwisselingsstudent in Tilburg als Rusland haar thuisland binnenvalt. Samen met Univers blikt ze terug op een verschrikkelijk jaar, waarin ze toch de kracht vond om te helpen. “Iets doen, al was het klein, had de allerhoogste prioriteit.”

Beeld: Ton Toemen

Door het dolle heen was ze. “Mijn huisgenoten waren niet thuis, dus ik had niemand om het mee te delen. Toen ben ik maar naar de sportschool gegaan en heb ik het daar aan iedereen verteld.” Afgelopen oktober hoorde de Oekraïense Marta Dorofei (18) dat de Ukranian Catholic University in Lviv háár had uitgekozen om een half jaar op exchange te gaan naar Tilburg University. Als enige, want uitwisselingsplekken zijn schaars in het land dat niet meedoet aan het Erasmus+-programma.

Nog geen maand nadat ze arriveerde op de Tilburgse campus vielen Russische troepen haar thuisland binnen, en sloegen miljoenen mensen op de vlucht. Marta was opnieuw de enige, het enige familielid dat in veiligheid verkeerde. Na een paar verlammende dagen, waarin ze geen contact kreeg met haar ouders, kwam ze in actie. Ze organiseerde een inzamelingsactie, sprak de Universiteitsraad toe en bracht een kort bezoek aan Oekraïne. “Op dit moment is er geen scenario waarin ik permanent terugga.”

Zomerserie

Dit is de tweede aflevering in een serie zomerinterviews. Vlak voor de zomervakantie vertellen wetenschappers en studenten waarom zij een bijzondere tijd achter de rug hebben.

Je vertrok eind januari naar Nederland, toen net duidelijk werd dat Rusland een invasie van Oekraïne voorbereidde. Is er sprake geweest van het afblazen van je exchange?

“Nee, nooit. Wat je moet begrijpen, is dat reizen naar het buitenland voor Oekraïners niet zo vanzelfsprekend is als voor West-Europeanen. Tot dertig jaar geleden waren de grenzen dicht. In de Sovjettijd reisde niemand, en ook nu is het niet vanzelfsprekend. Mijn hele faculteit had maar één uitwisselingsplek te vergeven. Dit was een eenmalige kans. De toenemende politieke spanningen heb ik wel met mijn ouders besproken. Maar we wisten allemaal dat ik zou gaan.”

Wat weet je nog van 24 februari, de dag van de invasie?

“De dagen ervoor had ik mezelf op een beeldschermdieet gezet. Ik probeerde me te concentreren op mijn studie, in plaats van de héle tijd online te zijn en het nieuws te volgen. Daarom weet ik nog dat ik in de nacht van 23 op 24 februari om 4 uur ’s nachts klaarwakker in bed lag en mezelf dwong niet naar mijn telefoon grijpen. Uiteindelijk ben ik opgestaan en zag ik een spraakberichtje van mijn beste vriendin. Ze zei: ‘Marta, er zijn explosies in de stad. Zet het nieuws aan. Ik hou van je, ik hoop dat we elkaar ooit weer zien.’”

“Het was verschrikkelijk. Ik kon niks doen, en wist dat mijn familieleden ook in een situatie zaten waaraan ze niet konden ontsnappen.”

“Ik kreeg het bericht dat Kyiv ook werd gebombardeerd, en ik kon mijn ouders, die daar wonen, pas de volgende dag bereiken. Ik vreesde het ergste. Van de uren daarna weet ik niks meer. Alleen dat mijn schermtijd van twee uur per dag weer omhoogschoot naar elf. En dat ik op 25 februari naar de campus moest voor een studentenverklaring, een formaliteit. Terwijl ik daar zat te wachten, kreeg ik een paniekerig appje van mijn huisgenoot dat het gasfornuis in de keuken nog brandde. Bleek dat ik het niet had uitgedraaid toen ik wegging.”

Heb je overwogen om naar Oekraïne toe te gaan?

“Lichamelijk wilde ik niets liever dan bij mijn familie zijn. Maar tegelijkertijd kwam er een vluchtelingenstroom richting de grenzen op gang en zaten treinen overvol. Rationeel wist ik dat ik er niet zou kunnen komen. Ik zat hier vast. En dat was verschrikkelijk. Ik kon niks doen, en wist dat mijn familieleden ook in een situatie zaten waaraan ze niet konden ontsnappen. Niet alleen omdat ze zelf ver van de grens wonen, maar ook vanwege de mobilisatie waardoor mijn vader en broer geen kant op konden.”

Voelde je je schuldig?

“Natuurlijk, stel je voor dat je de enige in je gezin bent die veilig is. Maar ik weet dat velen zich schuldig voelden ten opzichte van de achterblijvers. Ook de mensen die in de eerste dagen het land ontvluchtten naar Polen. Wat me hielp, was dat andere mensen tegen me zeiden hoe opgelucht mijn moeder wel niet zou zijn dat ik in Nederland was. ‘In elk geval één van haar kinderen is veilig,’ van dat soort opmerkingen.”

We hebben een afspraak: geen discussies tot na de oorlog. Pas als het vrede is, mogen we weer ruziën.

“Het Oekraïense leger plaatste bovendien berichten op sociale media. Hun boodschap was: ‘Voel je niet schuldig omdat je in veiligheid bent. Het is ons werk om daarvoor te zorgen. Probeer te genieten van je kop koffie in de ochtend, of van je pasgewassen haar. Huilen helpt ons niet.’ Daarop heb ik een lijst gemaakt met manieren waarop ik vanuit Nederland zou kunnen helpen.”

Samen met andere Oekraïense studenten heb je noodgoederen ingezameld. Kende je hen al?

“Nee. Toen de invasie begon, heb ik de mensen die ik wél kende uit mijn werkgroepen en hoorcolleges geappt om te vragen zij misschien contact hadden met Oekraïners. Ik wilde hen graag snel ontmoeten omdat ik verwachtte dat zij sneller dan wie dan ook actie zouden willen ondernemen. Iets doen, al was het klein, had voor ons de allerhoogste prioriteit. Maar ook van internationals en Nederlanders heb ik enorm veel steun en medeleven gekregen.”

Beeld: Ton Toemen

Kreeg je ook hulp van de universiteit?

“De universiteit heeft ons veel gegeven. Een gebouw, dozen voor de hulpgoederen, en hulp in de gedaantes van Anja Visker, Natascha Rikkerink, Zarrea Plaisier, Marc Horsten, rector magnificus Wim van der Donk en Kenny Meesters. Die laatste heeft ons groepje vrijwilligers gereorganiseerd tot een professioneel inzamelteam van bijna 150 mensen. We hebben drie trucks gevuld en naar Oekraïne gestuurd.”

“Mijn moeder stortte in toen ze me zag. Ze moest hard huilen, en niet op een opgeluchte of ontroerde manier. Later gaf ze toe dat ze had gedacht dat ze mij nooit meer zou zien.”

“Ook mijn docenten hielpen me. Zo heeft een van hen tijdens de inzamelactie aangeboden om een deadline voor me te verleggen. Daar heb ik gebruik van gemaakt, maar om meer heb ik niet gevraagd. Ik was bang dat ik helemaal niks af zou maken als ik eenmaal begon met het uitstellen van studieopdrachten. Als ik mijn studie niet afmaak, doet niemand het. Het is heel zwaar geweest, maar ik ben helemaal bij.”

In de tussentijd ben je in Oekraïne geweest. Vroegen je ouders daar om, of ben je gewoon gegaan?  

“Eind april zei ik tegen ze: ‘ik wil naar jullie toekomen, zelfs al zijn jullie het daar niet mee eens’. Niet dat ik niet openstond voor hun mening, maar ik wilde gewoon niet dat ze zouden zeggen dat ik niet mocht komen. Ik ben naar Polen gevlogen, heb eerst een trein genomen naar de grens en daarna een bus. Het laatste stuk naar een stad dichtbij Lviv heb ik gelopen. Mijn ouders kwamen daar naartoe vanuit Kyiv.”

“Mijn moeder stortte in toen ze me zag. Ze moest hard huilen, en niet op een opgeluchte of ontroerde manier. Later gaf ze toe dat ze had gedacht dat ze mij nooit meer zou zien. Ik ben er een week geweest. We moesten in een schuilkelder slapen, en konden de inslagen van raketten en bommen horen. Toch ging de tijd heel snel en was het goed om even samen te zijn. Ik heb de hele terugreis gehuild, maar tegelijk heb ik er kracht uit gehaald. Dankzij dat bezoek weet ik weer waarom ik hier in Nederland doe wat ik doe.”

Net voordat je naar Oekraïne ging, werd je gevraagd om de universiteitsraad toe te spreken. Wist je meteen wat je wilde zeggen?

“Ja, op dat moment voelde het echt alsof ik iets belangrijks te zeggen had. De invasie was toen al bijna twee maanden geleden en ik wilde de toehoorders eraan herinneren wat er gebeurt in mijn land. Want ik wist dat de belangstelling voor het conflict in Nederland afnam. Daarom heb ik beschreven hoe hoog de nood nog steeds is.”

“Voor nu is het mijn taak om hier te blijven en verder te gaan met mijn studie. Mijn ouders steunen me overal in.”

“Ik kon zien dat ze geshockeerd waren door mijn woorden. Eerst bleef het stil, ze leken verbijsterd. Maar toen begon één iemand te klappen, en de rest viel hem bij. De voorzitter bedankte me, en Wim van der Donk zei dat ik Tilburg University’s eigen president Zelenski ben. Voor mij was dit een speciale gebeurtenis, en ik voelde me begrepen door hen.”

Jouw exchange loopt bijna af. Hoe gaat het nu verder? Wil je terug naar Oekraïne?

“Ik heb me aangemeld als bachelorstudent aan Tilburg University, en ben op zoek naar een bijbaan. Van tevoren had ik niet verwacht dat ik me hier zo thuis zou gaan voelen. Dat komt niet alleen omdat ik hulp heb gekregen omdat er een oorlog woedt in mijn land. De sfeer aan deze universiteit is bemoedigend, alles lijkt hier mogelijk. Daarom is het een mooi vooruitzicht om mijn studie hier af te maken, in plaats van terug te gaan naar huis.”

“Natuurlijk heb ik een heleboel toekomstplannen, dromen en doelen. Maar voor nu is het mijn taak om hier te blijven en verder te gaan met mijn studie Sociologie. Mijn ouders steunen me overal in. Ze zijn redelijk veilig, maar hun dagelijkse leven is niet gemakkelijk. Ze hebben geen inkomen meer en er zijn enorme tekorten. En toch, als we bellen, kunnen we best met elkaar lachen. We hebben namelijk een afspraak: geen discussies tot na de oorlog. Pas als het vrede is, mogen we weer ruziën.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.