Michiel Bot: ‘Hoe realiseren we een rechtvaardige wereld? Daar moeten we onderzoek naar doen’
Elke maand vraagt Univers aan een wetenschapper wat hij of zij zou onderzoeken wanneer alles mogelijk is. Voldoende geld, voldoende tijd, geen restricties. Kortom: utopisch denken. Deze keer: Michiel Bot, universitair hoofddocent bij Tilburg Law School (TLS).

De genocide in Palestina houdt u behoorlijk bezig.
‘Op dit moment ben ik bezig met een artikel over de Duitse filosoof Jürgen Habermas en zijn beruchte stellingname van november 2023, waarin hij zegt dat het antisemitisch is om genocidale intenties toe te dichten aan het optreden van Israël. Ik probeer te laten zien dat deze stellingname, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, consistent is met zijn eerdere werk. Al decennialang negeert hij bewust zaken als racisme en kolonialisme.’
En breder: waar doet u verder onderzoek naar?
‘Naar vrijheid van meningsuiting en demonstratievrijheid, ideologie, recht en racisme, militarisering en, toch weer wat specifieker, mondiaal verzet tegen genocide.’
Was u voor oktober 2023 ook al met die thema’s bezig?
‘Wel met de vrijheid van meningsuiting. Wat er de afgelopen jaren in Gaza is gebeurd, heb ik geïncorporeerd in mijn onderzoek. Ik denk dat dat noodzakelijk is. We zijn daar als land en universiteit bij betrokken geraakt, medeplichtig geworden. Ik voelde daarom de verantwoordelijkheid om me op deze thematiek te storten, om bij te leren, om hier op de universiteit, samen met anderen, lezingen, debatten en bijeenkomsten te organiseren. Om het onderwerp op de agenda te zetten.’
Hoe ging dat?
‘Het is lastig, omdat het een gevoelig thema is. Er wordt nog altijd heel spastisch over gedaan. Volgens mij zit er iets sacraals in die gevoeligheid. Juist die verafgoding van Israël zouden we moeten ontheiligen, zodat we bespreekbaar kunnen maken wat er met de Palestijnen gebeurt.
‘Dat brengt ons bij utopisch denken: voordat je hier goed wetenschappelijk onderzoek naar kunt doen, moet je dit vraagstuk bevrijden van sacrale ideologische elementen. Hoe kun je er anders over nadenken? Hoe kun je het anders tot object van wetenschap en discussie maken?’
Kunt u iets uitweiden over die sacraliteit? Wat bedoelt u daarmee?
‘Een voorbeeld: ik zat laatst naast een Duitse collega toen dit onderwerp ter sprake kwam, en merkte hoe zijn hele lichaam verstijfde. Het zit heel diep. We ervaren het als een taboe, bewegen eromheen, proberen er niet over te praten. En dat rechtvaardigen we met het idee dat de hele situatie in Palestina zo complex is, dat we er niet genoeg vanaf weten.
‘Dat sacrale element, het niet durven bekritiseren van Israël, verblindt de werkelijkheid, maakt een scherpe analyse onmogelijk. En houdt bovendien de status quo in stand, die niet bevorderlijk is voor het bestrijden van discriminatie en racisme, inclusief daadwerkelijk antisemitisme.’
In een utopische situatie zou de manier van denken binnen de universiteit dus eerst op de schop moeten?
‘Ik zou graag zien dat we een universiteit worden die historisch is geïnformeerd en daarom begrijpt dat de vragen waar we ons mee bezighouden mondiaal van aard zijn. Wanneer je zo’n mondiaal perspectief cultiveert, zou je iets moeten doen om de ongelijkheid tussen ‘Westerse’ universiteiten en universiteiten in de rest van de wereld te verkleinen.
‘Dat kun je bijvoorbeeld doen door onze middelen voor onderwijs en onderzoek te delen met universiteiten in het mondiale Zuiden. Zij hebben nu, door de eeuwenlange geschiedenis van uitbuiting, kolonialisme en racisme, de financiële middelen niet.
‘De wetenschappers daar worden op een heel andere, vaak directere manier geraakt door de mondiale problemen die we hier bestuderen. Zij zouden onze blik op bijvoorbeeld de situatie in Gaza kunnen verrijken, maar ook onze blik op zoiets als klimaatverandering. Verdelen we de middelen en gaan we intensief samenwerken, dan zou dat – écht utopisch gedacht – een wereldse universiteit opleveren.’
U bent een van de weinigen die deze vraag zo collectief benadert, en niet vanuit uw eigen onderzoek redeneert.
‘Mijn eigen onderzoek zou veel beter worden wanneer we de universiteit op die manier hervormen. Neem bijvoorbeeld de hoeveelheid geld die we nu uitgeven aan defensie, of aan de wapenindustrie, eigenlijk, en de druk op wetenschappers dat ze zich zouden moeten afvragen hoe ze kunnen bijdragen aan de ‘nationale weerbaarheid’. Wat als we met de miljarden die aan militair onderzoek worden besteed onderzoek financieren naar hoe we vrede kunnen realiseren? En een rechtvaardige wereld?’
Iets vertelt me dat u nog ergens op broedt…
‘Nog één ander ding inderdaad: ik zou de universiteit graag zien als een plek waar studenten tot onderzoeker worden opgeleid en waar onderzoek en onderwijs niet zo strikt van elkaar gescheiden zijn. Dat wetenschappers en studenten elkaars gelijken zijn: allebei onderzoekers. Alleen ben ik meer gevorderd en kan ik als mentor fungeren, studenten dingen aanreiken waarmee ze hun nieuwsgierigheid kunnen volgen.
‘Dat is in deze tijd, met het aanzwellende fascisme en conformisme, van groot belang. Dat we studenten een ruimte bieden waarin ze vrij kunnen denken. Hun interesses verder kunnen uitdiepen. Hun nieuwsgierigheid als beginpunt kunnen nemen voor hun onderzoek, en dat onderzoek niet laten bepalen door onderzoeksfinanciering of door van bovenaf vastgestelde onderwerpen en agenda’s.’
Hoe kijkt u naar de nieuwe generatie studenten?
‘Ze verzetten zich tegen de status quo die een genocide gewoon laat gebeuren. Veel studenten zijn kritisch, nieuwsgierig, laten zich geen oor aannaaien, niks wijsmaken. Dat vind ik hoopvol. In een utopische situatie zou de universiteit veel meer een plek worden waar zo’n houding ook echt wordt aangemoedigd. Pas dan kan het onderzoek beginnen.’
