Universiteiten erkennen elkaars trainingen voor docenten
Een baan zoeken aan een andere universiteit wordt makkelijker voor ervaren docenten, nu de Nederlandse universiteiten onderling hun ‘senior kwalificatie onderwijs’ (SKO) gaan erkennen. Tilburg University heeft al een SKO-regeling.

Het moet aan de universiteit niet alleen om wetenschappelijk onderzoek draaien, meent de nieuwe generatie van universitaire bestuurders. Andere taken, zoals onderwijs geven, zijn ook van belang.
Onderwijs moet dus geen blok aan het been van wetenschappers zijn, maar een serieuze bezigheid waarmee je evengoed carrière kunt maken als met onderzoek doen. Universiteiten geven, in elk geval op papier, meer aandacht aan het onderwijs dan vroeger.
Ze hebben onder meer de basiskwalificatie onderwijs in het leven geroepen: de BKO. Daarmee trainen ze docenten, universitair (hoofd)docenten en hoogleraren in lesgeven, zodat ze beginnersfouten kunnen vermijden.
Negen universiteiten
Inmiddels hebben negen universiteiten ook trainingen die tot een ‘senior kwalificatie onderwijs’ leiden, oftewel een SKO voor ervaren docenten. Bij de andere universiteiten komt zo’n SKO er in de nabije toekomst ook. Nu hebben ze afgesproken deze SKO’s onderling te erkennen, net als eerder bij de BKO gebeurde.
Docenten komen in aanmerking voor een SKO-traject als ze enkele jaren aan de universiteit werken en de ambitie tonen om het onderwijs te verbeteren. Ze moeten oog hebben voor nieuwe ontwikkelingen in hun vakgebied. Ook moeten ze letten op technologische veranderingen en de diversiteit van studentengroepen.
Zo’n SKO-traject, met bijeenkomsten en opdrachten, kan een jaar duren. Als een senior docent daarna een baan aan een andere universiteit vindt, zou hij/zij wellicht opnieuw zo’n training moeten doen. Dankzij de wederzijdse erkenning hoeft dat dus niet meer.
Verantwoording
De rectoren van de veertien universiteiten hebben ook een praktische reden om goede afspraken rond de SKO te maken. Daarmee kunnen ze bij de overheidskeuring van opleidingen (accreditatie door de NVAO) aantonen dat ze hun docenten bijscholen. Ze spreken zelf van een ‘geobjectiveerde verantwoording’.
De huidige universiteiten met een SKO-regeling zijn Tilburg University, Universiteit Utrecht, Universiteit Leiden, Vrije Universiteit Amsterdam, Rijksuniversiteit Groningen, Radboud Universiteit, Erasmus Universiteit, Universiteit Twente en de Universiteit van Amsterdam.
Andere universiteiten hebben vaak een aanbod van bijscholing die erop lijkt, maar daar heet het nog geen SKO of heeft het nog een andere vorm.
Twee- à drieduizend
Er is geen landelijke registratie van het aantal docenten met een SKO, zegt een woordvoerder van universiteitenvereniging UNL, maar naar schatting zijn het er ongeveer twee- à drieduizend.
In Utrecht heeft volgens het jaarverslag 30 procent van de docenten een SKO, maar andere universiteiten lijken minder ver – als ze dus überhaupt een SKO aanbieden. Aan de Vrije Universiteit Amsterdam behalen ongeveer vijftig docenten per jaar deze kwalificatie. Vorig jaar is in Leiden de honderdste SKO uitgereikt.
