Marion Koopmans over online bedreigingen en desinformatie: ‘Wetenschappers, kom die ivoren toren uit’
Desinformatie, online bedreigingen en een afnemend vertrouwen in de wetenschap vormen volgens viroloog Marion Koopmans een groeiend risico. Koopmans pleit daarom voor stevigere gedragscodes op sociale media en meer zichtbaarheid van wetenschappers: ‘Misschien moeten academici massaal de socials opgaan.’

Tijdens de covidpandemie werd viroloog Marion Koopmans (1956) ineens een BN’er. Als lid van het Outbreak Management Team (OMT) adviseerde ze het kabinet over de bestrijding van corona, met als ongewenst neveneffect dat ze met ernstige bedreigingen te maken kreeg en zelfs een tijdje beveiligd moest worden.
Wat voor impact heeft dat op Koopmans zelf gehad, en op de wetenschap in bredere zin? Univers spreekt Marion Koopmans (Erasmus MC) via een videoverbinding, voorafgaand aan haar optreden vorige week bij Science Café XL in Tilburg.
Het wantrouwen van bepaalde groepen in de wetenschap werd tijdens de covidpandemie ineens heel zichtbaar. Heeft u er als wetenschapper daarvoor al mee te maken gehad?
‘Partijen die het bestaan van virussen ontkennen, zeggen dat vaccins giftig zijn, of beweren dat klimaatverandering niet bestaat, bestonden al langer. Maar tijdens de pandemie is dat wel merkbaar toegenomen.
‘De combinatie van informele netwerken en sociale media die we toen zagen, heeft de informatievoorziening ingrijpend veranderd. En daar ligt wat mij betreft een behoorlijke uitdaging.’
U heeft zich de afgelopen jaren vaak uitgelaten over de ernstige bedreigingen en haat die u tijdens de pandemie – veelal via sociale media – kreeg. Ook bij de Parlementaire Enquêtecommissie Corona vertelde u welke impact dat op u en uw gezin had. U zei: ‘Ik vind het heel ingewikkeld dat je daar eigenlijk niets aan kunt doen.’ Wat bedoelt u daarmee?
‘Overal bestaan afspraken en gedragsregels over hoe je met elkaar omgaat. Maar online heb je die niet. Daar komen de meest bizarre, afgrijselijke en seksistische uitspraken voorbij. Als die uitingen heel extreem zijn, en je doet aangifte, wordt het soms gestopt.
‘Extreme online posts worden vaak opgepikt en weer rondgepompt door politici, meestal van de rechtse kant. Je staat erbij, kijkt ernaar en kunt er als individu niets tegen doen. Dat vind ik erg zorgelijk.’
Waren uw woorden tegen de enquêtecommissie in die zin ook een oproep aan de politiek?
‘Ik geloof dat wij in Nederland een stevige democratie hebben. Maar als je naar Amerika kijkt en ziet welke omvang het anti-vaccinatiedenken daar heeft gekregen: dat is volledig ingebed en ingeburgerd in de politiek.
‘Diezelfde politiek sluit onder andere klimaatonderzoeksinstituten, want klimaatverandering, dat is allemaal maar onzin. En bij Amerikaanse onderzoeksfinanciers bestaan tegenwoordig lijsten met verboden woorden. Wil je een subsidieaanvraag doen en daarin gender differences meenemen? Vergeet het maar, dan krijg je die subsidie niet.
‘Dat gaat echt ver. Daarom benoem ik dit, ook als boodschap aan de politiek: kijk eens in de eigen gelederen. Hoe gaan wij hier in Nederland mee om? Ik twijfel of wij hiertegen gewapend zijn. Ik denk het eigenlijk niet.’
Ziet u bij collega-wetenschappers aarzeling of terughoudendheid als het gaat om deelname aan het publieke debat?
‘Er zijn geen cijfers over, maar ik hoor het wel om me heen. Er zijn ook mensen die tegen mij zeggen: dat jij dat toch nog steeds doet. Ik denk dan: wat ik over mij heen krijg, gaat niet specifiek over mij, dit is een maatschappelijk probleem. Bovendien is het zeker niet wenselijk dat iedereen in een soortgelijke functie als de mijne stopt met mediaoptredens.
‘Tegelijkertijd vind ik dat het de rol van de wetenschapper is om uit de ivoren toren te komen. Ga de maatschappij in, laat zien wat je doet en hoe wetenschap werkt. Jonge wetenschappers worden daar erg op beoordeeld. We moeten ze daar dus ook beter in gaan begeleiden en op voorbereiden.’
In 2022 is het platform WetenschapVeilig gelanceerd. Toenmalig UNL-voorzitter Pieter Duisenberg zei bij die gelegenheid dat ‘bedreigingen een aanval op de academische vrijheid zijn’ en dat het ‘onze democratische waarden aantast als wetenschappers zich niet meer in het publieke debat kunnen mengen’. Motiveert u dat extra om zichtbaar te blijven?
‘Zeker, ik blijf me dus ook uitspreken. En nogmaals, ik vind dat er aan bepaalde aspecten van sociale media echt iets moet gebeuren. Anonieme accounts bijvoorbeeld, dat moet niet meer kunnen. In Engeland onderzoeken ze de mogelijkheden van een verbod. Ik vind dat een goed idee: duw mensen met anonieme accounts maar terug hun hok in.’
In een uitzending van actualiteitenprogramma Buitenhof had u het onlangs over een ander fenomeen: de infodemie. Wat houdt dat in?
‘Bij een infodemie komt er zoveel – ook onjuiste – informatie op mensen af dat betrouwbare informatie ondergesneeuwd raakt. Dat zag je recent bij de uitbraak van het hantavirus. Dat ging om dertien patiënten, maar wereldwijd berichtten de media er werkelijk buitensporig over.
‘Mensen weten op een gegeven moment niet meer wat betrouwbare informatie is en wat niet. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft het opzettelijk verspreiden van kwaadaardige desinformatie over ziekten inmiddels als een serieuze dreiging aangemerkt.’
Bij de enquêtecommissie sprak u ook uw zorgen uit over hoe we in de toekomst moeten omgaan met crises. U zei: ‘Ik denk dat we veel kwijtraken. Ook aan mogelijkheden voor bestrijding.’ Wat raken we precies kwijt?
‘Tijdens een crisis moeten partijen elkaar weten te vinden. Enerzijds heb je professionals die maatregelen adviseren, anderzijds zijn het burgers die deze maatregelen in het belang van zichzelf én anderen moeten toepassen.
‘Als je die burgers niet bereikt – al dan niet door politieke polarisatie en sociale mediadynamiek – kun je de prachtigste maatregelen hebben, maar dan lukt het niet om een pandemie te bestrijden.
‘Neem de vaccinaties. De weerstand daartegen nam vrij grote vormen aan. Stel dat dit bij een volgende pandemie nog verder doorschiet, dan is je meest effectieve maatregel om een virus te bestrijden onbruikbaar geworden. Dat is een enorm risico, daar raken we echt wat kwijt.’
In 2020 ontving u de Machiavelliprijs als erkenning voor de manier waarop u tijdens de pandemie communiceerde. In het juryrapport staat onder andere dat u feiten en fabels over het virus in begrijpelijke taal weet te onderscheiden. Ligt daar niet een uitdaging voor de wetenschapscommunicatie: om laagdrempeliger en toegankelijker te worden?
‘Het is daarom goed om jonge wetenschappers in beeld te brengen. Je hebt bijvoorbeeld Pint of Science, waarbij je in de kroeg zit en mensen over hun onderzoek praten. Er zijn ook projecten met scholen, waarbij scholieren ‘viruskenner’ worden.
‘Zelf geef ik door het hele land lezingen en bijvoorbeeld ook onderwijs aan ouderen. Vaak zijn dat mensen die de krant van voor naar achteren lezen. Die laten je in vraaggesprekken alle hoeken van de kamer zien. Daar leer je ontzettend veel van. Er zijn dus veel mogelijkheden om in gesprek te gaan over wetenschap.’
Kunnen sociale media hier ook een positieve rol in spelen?
‘Absoluut. Sociale media zijn een soort toegangspoort voor jongeren die geïnteresseerd zijn in wetenschap, maar die in landen wonen waar ze weinig toegang hebben tot kennis of literatuur. Dat begrijp ik van mensen die daar onderzoek naar deden.
‘Ook kun je wetenschappers trainen in het maken van sociale mediaposts. Onze PhD’s krijgen allemaal blogtraining, want subsidietoekenning gaat steeds meer over of je concreet aan mij duidelijk kunt maken waar je onderzoek over gaat.
‘Persoonlijk heb ik wel eens gedacht: ik moet van sociale media af, dan zie ik die bagger ook niet meer. Maar misschien moeten we er als wetenschappers juist massaal opgaan, en terrein terugpakken.’