Even rekenen: hoe hoog wordt de verplichte stagevergoeding?
Het nieuwe kabinet wil een verplichte stagevergoeding voor studenten invoeren, maar hoe hoog gaat die worden? Je kunt het op drie verschillende manieren berekenen.

De stage is vaak een groot en verplicht onderdeel van de opleiding, waarbij studenten maandenlang meedraaien in een organisatie. Dat geldt zeker voor het mbo en hbo en ook voor sommige universitaire opleidingen.
Maar lang niet altijd krijgen studenten een stagevergoeding. ‘Daar schrok ik eerlijk gezegd van’, zei onderwijsminister Rianne Letschert maandagavond in de talkshow van Eva Jinek, ‘dat het zo afhankelijk is van de sector of jij een stagevergoeding krijgt.’
Slechts 42 procent van de mbo-studenten kreeg een stagevergoeding, bleek twee jaar geleden. Bij hbo-studenten was dat 75 procent. Universitaire studenten ontvingen een vergoeding bij 65 procent van de verplichte stages en bij 91 procent van de vrijwillige stages.
Nog vóór de zomer wil Letschert een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer sturen die een stagevergoeding verplicht stelt. Er ging een jarenlange strijd van studenten aan vooraf, terwijl vooral rechtse politieke partijen tegenstribbelden.
Maar wat moet de minimale vergoeding worden? Het vorige kabinet was er ook al mee bezig. Ambtenaren hebben drie manieren bedacht om dit te bepalen, maar ze noemen geen bedrag. De politiek moet uiteindelijk de knoop doorhakken. Wij zijn alvast gaan rekenen.
Scenario 1: Percentage van het minimumloon
Je zou stagiairs een percentage van het minimumloon kunnen geven, opperen de ambtenaren. Dat lijkt een overzichtelijke oplossing, maar welk minimumloon willen ze gebruiken?
Een volwassene vanaf 21 jaar verdient minimaal 14,71 euro bruto per uur. Stel, de stagevergoeding wordt 20 procent hiervan, dan krijgt een fulltime stagiair een maandelijkse vergoeding van ruim 500 euro. Een stage van vier dagen per week, ook niet ongebruikelijk, levert zo’n 400 euro op.
Het heeft zijn voordelen om de stagevergoeding op deze manier te bepalen. Voor werkgevers zou het een simpele regel zijn. En als de lonen stijgen, gaat de stagevergoeding automatisch mee omhoog. Daar hoeft de politiek dan niet meer over na te denken.
Maar het heeft ook nadelen. Onder de 21 jaar geldt het minimumjeugdloon. Als het kabinet daaraan vasthoudt, gaan oudere stagiairs meer verdienen dan jongere stagiairs. Een 16-jarige verdient 5 euro per uur en een 19-jarige krijgt nog geen 9 euro.
Dan kom je dus een stuk lager uit. Sommigen krijgen dan minder dan 200 euro. Ondenkbaar is het niet: diverse gemeenten hanteren zo’n principe en geven oudere stagiairs inderdaad meer geld.
Scenario 2: Het meest voorkomende bedrag in cao-afspraken
Vakbonden en werkgevers maken afspraken over loon, bijscholing en verlof. Dat doen ze in de cao’s, die vaak één of twee jaar geldig zijn. Daarin staan soms ook afspraken over stages. Voor de verplichte stagevergoeding kun je in de cao’s kijken wat nu al gangbaar is, zeggen de ambtenaren.
Er zijn circa zevenhonderd cao’s in Nederland. In 2025 staat in 122 cao’s een stageparagraaf en het bedrag van 400 euro is de meest genoemde vergoeding. Dat bedrag zou je als minimum kunnen kiezen.
Een fikse beperking is dat slechts één op de vijf cao’s momenteel een specifiek bedrag noemt. Dit vormt dus geen goede afspiegeling van de totale arbeidsmarkt. Veel organisaties bepalen hun vergoedingen buiten de cao om via bedrijfsregelingen. Zo hebben supermarkten als Jumbo en Dirk hun vergoedingen onlangs verhoogd naar 500 en 520 euro, terwijl dit niet in de cao staat.
Een ander nadeel is dat die cao-bedragen (anders dan het minimumloon) niet meteen de inflatie volgen.
Scenario 3: Het mediaan bedrag
Je kunt ook kijken naar de huidige gemiddelde stagevergoeding of, iets subtieler, naar de mediaan. In het hoger onderwijs is de mediaan van alle stagevergoedingen ongeveer 400 euro: precies de helft van de studenten krijgt minder, en de andere helft krijgt meer. Voor mbo-studenten, die vaak een lagere vergoeding krijgen, is de mediaan 230 euro.
Een belangrijke kanttekening is dus: welke mediaan kiest de minister? Als de mediaan van het mbo straks de basis is, dan schieten hbo- en wo-studenten er minder mee op.
Bovendien baseer je het beleid dan op de huidige situatie, waarin een aanzienlijk deel van de stagiairs niet of nauwelijks een vergoeding ontvangt. En dat is nu juist wat de politiek wil veranderen.
Wat anderen willen
MKB-Nederland, belangenbehartiger van het midden- en kleinbedrijf, stelt voor om de hoogte van de vergoeding mee te laten groeien met de ervaring van de stagiair. Een ouderejaars student krijgt dan een hogere vergoeding dan een eerstejaars, omdat de productiviteit hoger ligt.
Dat klinkt ergens wel logisch, maar hoe doe je dit in de praktijk? Opleidingen kun je op allerlei manieren opbouwen, met stages in eerdere of latere jaren. Het zegt weinig over de kennis en kunde waarmee de stagiair binnenkomt.
Toch voelt zo’n afweging kennelijk rechtvaardig voor de stageaanbieders zelf. Een opmerkelijk voorbeeld is de gemeente Bronckhorst (ongeveer 300 medewerkers), die een stagevergoeding tussen de 250 en 400 euro biedt. Het bedrag wordt in overleg met de personeelsafdeling en de stagebegeleider bepaald op basis van criteria zoals leerjaar, duur van de stage en de aard van de werkzaamheden. Sterker nog, gedurende de stage kan de vergoeding, met de juiste onderbouwing, nog worden verhoogd.
Te laag
Hoe dan ook gaapt er een kloof tussen de ambtelijke scenario’s en de wensen van studenten. De Landelijke Studentenvakbond en vakbond FNV Young & United kijken naar de inkomsten en uitgaven van een uitwonende student en vinden dat een stagevergoeding 989 euro zou moeten bedragen.
De eisen van het Interstedelijk Studenten Overleg en vakbond CNV Jongeren zijn minder hoog. Zij kijken naar de gemiddelde inkomsten uit een bijbaan en zetten in op een stagevergoeding van 500 tot 560 euro.
Deze bedragen liggen hoger dan de bedragen die uit de ambtelijke verkenning rollen. Het kabinet hoeft dus niet te verwachten dat studenten kritiekloos applaudisseren als het voorstel er eenmaal ligt.
Werkgevers met hoge stagevergoedingen
Toch hebben de actievoerende studenten iets om zich aan vast te houden. Bij de Rijksoverheid en gelieerde organisaties zoals de rechtspraak en het UWV ontvangen stagiairs momenteel 775 euro. Bij de politie en de provincies ligt dit rond de 700 euro.
In de zorgsector is de vergoeding in veel cao’s inmiddels geregeld. Bij ziekenhuizen bijvoorbeeld krijgen stagiairs 550 euro. Ook in het bedrijfsleven zijn er uitschieters: multinationals als Heineken, Unilever en Henkel bieden vergoedingen tussen de 600 en 750 euro. Bij verzekeraar Nationale Nederlanden is dit 650 euro. In de sector techniek kan het bedrag oplopen tot 850 euro per maand. De ruime vergoedingen zouden een goede manier zijn om nieuwe medewerkers te werven.
Wetgeving
Toch geven sommige werkgevers op dit moment géén vergoeding; zij zien de stage als onderdeel van de studie. Deze werkgevers gaan dus aan het kortste eind trekken, maar het kan nog even duren.
De minister en de Tweede Kamer moeten enkele lastige inschattingen maken. Wat als stageaanbieders hun vergoedingen verlagen en allemaal op het minimum gaan zitten? Dan gaan zeker niet alle studenten erop vooruit.
Dus hoeveel haast Letschert ook wil maken, het wetsvoorstel zal geen hamerstuk zijn. Er volgen schriftelijke vragenrondes en debatten in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Het zou zomaar tot 2028 kunnen duren voordat de verplichte stagevergoeding er daadwerkelijk is.

