Werkt het internationaal recht nog wel? Vijf vragen over de oorlog in het Midden-Oosten
Met de aanvallen van de Verenigde Staten en Israël op Iran is een nieuw hoofdstuk geopend van de roerige geschiedenis in het Midden-Oosten. Tijdens het symposium Iran in Turbulence van Studium Generale gingen drie kenners in gesprek over de situatie in het land. En die zegt meer over de westerse wereld dan we misschien zouden willen.

‘Vergeet ons niet.’ Dat sms’je kreeg Damon Golriz, strategisch analist bij het The Hague Institute of Geopolitics, van een vriend, op de dag dat de oorlog in Iran begon. Dertig jaar geleden vertrok hij uit het land en kwam hij in Nederland wonen. ‘Het is bizar dat we in de 21ste eeuw, met alle technologie die we hebben, nog steeds moeilijk digitaal contact met de Iraniërs kunnen krijgen. Dat heeft me altijd grandioos verbaasd.’
Met een geopolitieke bril zet hij de middag van donderdag 26 maart de situatie in Iran uiteen. Zijn collega Ammar Maleki is universitair docent aan de Tilburg Law School en runt onderzoeksbureau Gamaan, waarmee hij de echte meningen van Iraniërs probeert te polsen, in plaats van de propaganda die het land zelf naar buiten brengt. Universitair docent Zülâl Muslu kijkt vooral met een juridische blik naar de ontwikkeling. In anderhalf uur tijd doen ze een aardige poging om de situatie in het Iran van vandaag de dag te duiden.
1. Ho even, hoe zat het ook alweer met die oorlog?
Een korte geschiedenisles is wel op zijn plaats. Sinds de Iraanse Revolutie in 1979 wordt het land geleid door strenge geestelijken die allerlei religieuze wetten handhaven, zoals het verplicht dragen van een hoofddoek. De religieuze leiders moeten niets hebben van de staat Israël, en die haat is wederzijds. In internationale conflicten in bijvoorbeeld Syrië en Gaza stonden de landen altijd lijnrecht tegenover elkaar.
Nu is het echt tot een fysieke confrontatie gekomen, doordat Israël en bondgenoot de Verenigde Staten vorige maand samen het land bombardeerden en daarbij de hoogste leiders van het land ombrachten. Door het westen wordt Iran als een risico gezien, onder meer omdat ze goede kaarten hadden om een eigen atoomprogramma op te zetten.
2. Gaat deze oorlog dan om dat atoomprogramma?
Dat is een excuus dat wordt gebruikt, denkt Damon Golriz. ‘Deze oorlog is helemaal niet begonnen omdat Israël zich bedreigd voelt, maar omdat de wereld verandert. Voor Israël draait deze oorlog om de vraag wie de scepter straks mag zwaaien in de regio. De staat heeft de ambitie om het hele Midden-Oosten te regeren.’
De Verenigde Staten merken op hun beurt weer dat zij als superpower invloed aan het verliezen zijn. Het land moet iets doen om internationaal relevant te blijven. ‘Het conflict verengt zich nu tot de Straat van Hormuz, waar een groot deel van de Iraanse olie en het Iraanse gas doorheen wordt gevoerd. Als de Verenigde Staten en Israël daar voet aan de grond krijgen, is dat een fijne uitgangspositie voor ze.’
3. Wat vinden Iraniërs zelf van deze oorlog?
Dat heeft Ammar Maleki met zijn onderzoeksbureau Gamaan uitgezocht. Hij zet regelmatig anonieme vragenlijsten uit onder Iraniërs, waarbij geen enkel telefoonnummer of IP-adres wordt opgeslagen. Uit de antwoorden op die vragenlijsten blijkt dat de Iraniërs veel meer verschillende meningen hebben dan de regering in het land wil doen geloven. De laatste resultaten komen wel uit november vorig jaar.
‘We zagen bijvoorbeeld dat veel Iraniërs het prima vonden dat Trump ingreep tijdens de Twaalfdaagse Oorlog, een conflict tussen Israël en Iran vorig jaar’, zegt Maleki. ‘De bevolking hoopt al jarenlang dat er verandering komt, door te stemmen en door vreedzaam protest, maar de verandering bleef telkens uit. Iraniërs zijn wanhopig en Trump geeft hen weer enig perspectief.’
4. Welke opties zijn er voor de toekomst van Iran?
Uit de surveys van Gamaan blijkt dat, in tegenstelling tot wat het land zelf naar buiten communiceert, drie op de vier Iraniërs van de islamitische republiek af wil. Maleki: ‘Maar die islamitische republiek heeft wel een sterke, georganiseerde aanhang. Zij hebben de wapens, de infrastructuur, een sterke ideologie en lang de macht gehad. Dat zomaar ontmantelen, is moeilijk. Er zijn ook inwoners die tegen deze oorlog zijn omdat ze vrezen dat hun land straks niet meer bestaat.’
In de vragenlijsten tonen Iraniërs zich vooral voorstander van een ‘normale’ republiek waarin de religieuze wetten achterblijven, maar veel Iraniërs zouden ook tekenen voor een monarchie — de staatsvorm die het land voor de Iraanse Revolutie in 1979 had. Volgens Damon Golriz is het land het beste af als parlementaire democratie. ‘Dat is uiteindelijk de enige oplossing om nieuwe demonstraties in Iran te voorkomen. Zeker jonge mensen zijn op zoek naar vrede en stabiliteit, en zonder democratisch alternatief zien zij revolutie als de enige manier.’
5. Is het internationaal recht nog iets waard als landen zomaar elk ander land kunnen aanvallen?
Een terechte vraag, vindt Zülâl Muslu. ‘Studenten vragen zich al veertig jaar af of het internationaal recht wel werkt als het zo makkelijk geschonden kan worden. Er is inderdaad een probleem: er is geen internationale politie die landen direct kan straffen als ze het internationaal recht schenden’, zegt ze. ‘Het is wrang dat veel van de landen die het internationaal recht de rug toekeren democratieën zijn waarvan we de leiders zelf hebben gekozen.’
Maar het internationaal recht zoals het er nu uitziet, stelt ook een norm. Sinds de Verenigde Naties zijn opgericht, na de Tweede Wereldoorlog, is het aantal oorlogen wereldwijd namelijk drastisch afgenomen. Al ruim 80 jaar is vrede de norm en daar heeft het internationaal recht aan bijgedragen. Muslu: ‘En door de oorlog is er nu juist veel aandacht voor het internationaal recht. Het recht kan oorlogen misschien niet oplossen, maar diplomatie wel.’
