Online haat: iedereen ziet het, niemand doet iets

Online haat lijkt voor veel socialmediagebruikers net zo onvermijdelijk als de algoritmes die hun tijdlijn vullen. Uit onderzoek van Sara Pabian blijkt dat jongvolwassenen online haatspraak zien en afkeuren, maar zelden ingrijpen.

Beeld: Jimmy Tudeschi / Shutterstock

Je scrollt gedachteloos door je tijdlijn en ineens is het er: een venijnige opmerking onder een video, een stroom aan haatreacties onder een nieuwsbericht. Even blijf je hangen, misschien frons je je wenkbrauw, maar daarna scroll je door. Online haat is overal zichtbaar, en toch grijpen maar weinig mensen in.

Dat blijkt uit onderzoek van communicatiewetenschapper Sara Pabian, uitgevoerd met collega’s Eefje van Moorsel en Jennifer van Zon. Voor hun onderzoek gingen zij in gesprek met jongvolwassenen tussen de 19 en 25 jaar over hoe zij online haat ervaren en of ze erop reageren.

Online haatspraak is bijna normaal geworden, veel socialmediagebruikers zijn eraan gewend. Waar komt die haat eigenlijk vandaan? ‘De mensen die haatcomments plaatsen op sociale media doen dat vooral om hun eigen frustratie te ventileren’, vertelt Sara Pabian. ‘Na een slechte dag op werk of ruzie met een partner is het makkelijk om die frustratie af te reageren op een ander zonder daar de directe gevolgen van te ervaren.’

Opvallend is dat online haatspraak met name voorkomt bij content creators en beleidsmakers. ‘Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat mensen het voor zichzelf goedpraten. Zo wordt er vaak gezegd ‘zij hebben ervoor gekozen’, ‘het is maar online dus dat is minder erg’, of: ‘iedereen doet het’.’

Redenen voor negeren

Dat wil niet zeggen dat online haatspraak probleemloos wordt geconsumeerd. Sterker nog, mediagebruikers geloven dat online haat zorgt voor polarisatie in de samenleving en kan leiden tot fysieke en verbale agressie in de offline wereld. Maar ingrijpen? Dat doen socialmediagebruikers over het algemeen niet.

Er zijn verschillende redenen voor mensen om niet te reageren op online haatspraak. Allereerst heerst de angst dat zij zelf of hun familie aangevallen zal worden. Daarnaast denkt men dat actie ondernemen weinig nut heeft, omdat het niet duidelijk is of rapporteren zin heeft. Platformen bieden daar geen tot weinig transparantie in, waardoor het nutteloos kan voelen om tijd te stoppen in het rapporteren of blokkeren van accounts.

Een verloren zaak?

Het tegengaan van online haatspraak ligt vrij complex. ‘Voorheen gaven we in ons onderzoek aan dat constructief reageren verschil zou kunnen maken. Dit houdt in dat je reageert op de haatspraak en daarmee opkomt voor het slachtoffer. Alleen door de opkomst van de algoritmes ligt dat nu toch een stuk anders, omdat je met het plaatsen van een reactie meer van dat soort haatdragende content oproept.’

Zo hebben gebruikers weleens geprobeerd om te reageren met kattenmemes op haatspraak, vertelt Pabian. ‘Maar als iedereen met kattenmemes gaat reageren dan is de kans groter dat de post viraal gaat. Dan draag je indirect dus ook weer bij aan het verspreiden van de haat.’

Pabian haalt een deelnemer aan het onderzoek aan, die geloofde dat haatspraak bestrijden een verloren zaak is. ‘Wat eigenlijk wil zeggen dat we al te laat zijn en het heel lastig is om de online haatspraak nog terug te draaien.’

Zo maak je toch het verschil

Toch zijn er wel manieren om tegen online haatspraak in opstand te komen, laat Pabian weten. Zo zou het helpen om het slachtoffer privé te berichten en je steun betuigen. Op die manier zorg je ervoor dat het slachtoffer er niet alleen voor staat.

Daarnaast zouden social media platformen het melden aantrekkelijker kunnen maken door transparant te maken wat er gebeurt nadat een melding is ingediend.

Advertentie.

 

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.