Klimaatexamen confronteert deelnemers met hun blinde vlekken
Dat de aarde opwarmt, verrast bijna niemand meer. Maar hoeveel weet je daadwerkelijk van klimaatverandering? Bas Keemink – een vegetariër die pretendeert duurzaamheid belangrijk te vinden – deed mee aan het nationale klimaatexamen op Tilburg University. En dat viel nog niet mee.

In de bevestigingsmail van deelname aan het Klimaatexamen raadt Dirk van den Berg, projectmanager aan Tilburg University en een van de initiatiefnemers van het examen, aan om je goed voor te bereiden. Zoals menig (oud-)student weet: motivatie opbrengen voor tentamens die nergens voor meetellen is lastig. Totaal onvoorbereid arriveer ik daarom ruim anderhalf uur voor aanvang op de campus, zodat ik nog een beetje tijd heb om me in te lezen.
Bij binnenkomst in het relatief nieuwe Marga Klompégebouw, waar het tentamen op dinsdag 19 mei plaatsvindt, komt de geur van verse planken op je af, die doet denken aan het magazijn van de Ikea. Ik ga aan een tafel in de gang zitten en laat me meteen afleiden door verschillende sociale media, waardoor de tijd om me voor te bereiden voorbijvliegt.
Oefenexamen
Dan maar snel het oefententamen op de website van het Klimaatexamen maken, denk ik. Deze bestaat uit vijf meerkeuzevragen. De eerste vraag luidt: Wat is de belangrijkste oorzaak van de huidige snelle klimaatverandering? Ik klik op antwoord D: Toename van broeikasgassen door menselijke activiteiten. Het is goed!
Het is ook meteen mijn enige juiste antwoord. Dit zorgt ervoor dat ik om half vier behoorlijk gespannen het auditorium MKZ1 betreed. Hier staat Van den Berg te kletsen met mede-initiatiefnemer en directeur van het Tilburg Sustainability Center, Jan Stoop.
Stoop vertelt dat het Klimaatexamen een nationaal evenement is en dat de organisatie hem benaderde om een editie op Tilburg University te organiseren. Hij vond het wel een goed idee. ‘Het wordt in mei georganiseerd, omdat dit ook de periode van het centraal eindexamen is,’ voegt Van den Berg toe. ‘Bij Frans en Geschiedenis worden belangrijke dingen gevraagd, maar bewustwording over het klimaat is ook belangrijk.’
Slechte marketing
‘25 mensen hebben zich aangemeld,’ zegt Stoop, ‘maar het is afwachten hoeveel er daadwerkelijk op komen dagen.’ Later hoor ik een collega van hem balend zeggen dat de communicatieafdeling van de universiteit vergeten is om het Klimaatexamen in de nieuwsbrief te vermelden, terwijl ze wel alle informatie hebben aangeleverd. Als troost sturen ze een fotograaf, zodat er een LinkedIn-post gemaakt kan worden.
Van den Berg, die zijn toewijding voor een beter milieu moeilijk kan verbergen, benadrukt enthousiast dat het helemaal niet uitmaakt hoeveel mensen er vandaag komen. ‘Dit is pas de eerste keer dat we het organiseren. Volgend jaar zullen er vast meer deelnemers zijn. Zo gaan die dingen.’
Schrale opkomst
In het verder nog lege auditorium neem ik plaats in de collegebanken. Aan de andere kant van het gangpad komen even later drie studenten zitten. ‘I didn’t bring anything, not even a pen,’ hoor ik een van hen zeggen. Haar twee vriendinnen lachen, maar kunnen haar ook niet helpen, dus leen ik mijn reservepen aan haar uit.
Uiteindelijk zijn er zestien deelnemers, inclusief mensen van de organisatie en ikzelf. Om vier uur starten Stoop en Van den Berg een introductiepraatje in het Engels. Ze vragen onder andere wie het oefententamen heeft gedaan. Een bedrijfskundeprofessor steekt als enige zijn hand op. Hij geeft aan dat het hem niet meeviel en dat hij maar één vraag goed had. ‘Yes, it’s very, uh… Well, it’s uh… Pittig,’ reageert Van den Berg.
Het tentamen
Er zijn drie tentamens: een voor jongeren, experts en een reguliere versie. Iedereen kiest voor de reguliere, deze bestaat uit 21 vragen waar we een uur de tijd voor krijgen. De eerste vraag gaat over het Klimaatakkoord van Parijs. Ik hoor een aantal mensen, net als ik, flink zuchten.
Waarom zou ik moeten weten in welk jaar dit akkoord gesloten is, vraag ik me af. Ik doe een beredeneerde gok: 2014. Als ik de volgende dag mijn examen nakijk met het antwoordmodel, blijk ik er een jaar naast te zitten. Het is 2015. Oftewel, nul punten voor vraag een.

Sommige vragen zijn makkelijker en, vind ik, ook veel belangrijker. Zo komt er aan bod welke continenten historisch de grootste uitstoot per inwoner hebben (Europa met 29 procent en Noord-Amerika met 27 procent) en welk deel van de wereld het hardst getroffen wordt door klimaatverandering (het mondiale zuiden). Geen verrassende, maar toch confronterende feiten.
Van een vegetariër mag je verwachten dat hij het een en ander weet van methaan, het aardgas dat onder andere de veeteelt uitstoot, maar voor de vraag over dit onderwerp haal ik nul punten. In totaal zijn er honderd punten te behalen. De laatste vraag is een vijftigpunter, waarin wordt gevraagd om in een brief te beschrijven hoe je de wereld over tien jaar wil zien. Hier heb ik niet genoeg tijd voor.
Borrelen
Tijdens het evalueren van de toets vraagt Stoop wie er toegekomen is aan de brief. Eén iemand steekt haar hand op. Over de moeilijkheidsgraad van de toets zijn de meningen verdeeld, maar één uur voor 21 vragen vindt iedereen te krap.
Op de aansluitende borrel drinken zo’n tien mensen een drankje, voordat ze weer snel vertrekken. Van den Berg blijft optimistisch. ‘Een LinkedIn-post en een artikel op Univers. Volgend jaar komen er zeker meer mensen.’
Een magere voldoende
Dezelfde avond ontvangen alle deelnemers het antwoordmodel in hun mailbox. Twee van de drie meerkeuzevragen gok ik goed en ik haal uiteindelijk een magere voldoende van een 6,2 op basis van 50 punten.
Het tentamen slaagt erin om me te confronteren en zorgt er ook voor dat ik weer even stilsta bij klimaatverandering. Vooral op historische en wetenschappelijke feiten is er ruimte voor verbetering. Of ik volgend jaar meedoe met de expertversie? Ik ben bang dat ik Van den Berg moet teleurstellen.
