Geen straf voor bewering ‘ik moest m’n broek laten zakken’
Moest een student bij de studentendecaan zijn broek laten zakken om een beenwond te laten zien? Voor deze valse beschuldiging kreeg de student een formele waarschuwing van zijn hogeschool, maar die straf vindt de rechter te zwaar.

Wat zou er precies gebeurd zijn tussen de studentendecaan en de student aan de Hogeschool van Amsterdam? Misschien wilde de student, vanwege een ernstige beenwond, een extra herkansing of financiële steun. En wellicht twijfelde de studentendecaan aan zijn verhaal.
Vast staat dat ze vorig jaar in conflict kwamen en dat het eerst tot een interne procedure en daarna tot een rechtszaak heeft geleid.
In die eerste procedure beweerde de student van alles over de studentendecaan, bijvoorbeeld dat die hem verzocht om zijn broek naar beneden te doen om een wond op zijn been te laten zien. Ook wilde de decaan volgens de student in diens medische gegevens willen ‘neuzen’ en zelf contact op willen nemen met zijn huisarts.
Potentieel grote schade
Later gaf de student toe dat het niet klopte. Hij kreeg een formele waarschuwing van het college van bestuur, omdat zulke uitlatingen de potentie hebben om ‘grote schade aan de studentendecaan toe te brengen, mede gelet op de huidige tijdsgeest, waar maatschappelijk veel aandacht is voor grensoverschrijdend gedrag’. Daarop spande de student een rechtszaak aan: hij wil geen formele waarschuwing in zijn dossier.
Je mag geen valse beschuldigingen uiten, vindt de hogeschool. Daar is de rechter het mee eens, maar kun je dan een formele waarschuwing uitdelen? Daar zit hem de kneep.
Voor zo’n schriftelijke waarschuwing moet sprake zijn van ‘gedragingen die ernstige overlast binnen de gebouwen en terreinen veroorzaken’, verklaart de studentenrechter van de Raad van State. En de student deed die beweringen in een formele procedure. ‘De groep personen die daarvan kennis heeft genomen is daarom zeer beperkt’, stelt de rechter.
De rechter kan zich overigens wel voorstellen dat de studentendecaan door de uitlatingen ‘onaangenaam getroffen’ was. Dat had aanleiding kunnen vormen voor ‘een normoverdragend gesprek’ met de student, maar het rechtvaardigt geen formele schriftelijke maatregel.
Schadevergoeding
Eind goed, al goed? Nee, de student wil een schadevergoeding omdat hij die formele waarschuwing heeft gekregen. Hij heeft psychische schade geleden, stelt hij.
Daar maakt de rechter korte metten mee. Zo erg is het nu ook weer niet om een waarschuwing te ontvangen. Krijg je daar echt zoveel stress van dat je er geestelijk letsel aan overhoudt? Dan moet je dat kunnen onderbouwen.
Geen chilling effect
Onderwijspsycholoog Henk van Berkel, gepromoveerd op juridische kwesties in examinering, vindt het een interessante uitspraak. Hij snapt wel dat het bestuur wilde optreden, want onderwijsinstellingen hebben ‘uiteraard de verantwoordelijkheid om medewerkers te beschermen tegen beschuldigingen die als beschadigend of grensoverschrijdend kunnen worden ervaren’.
Tegelijkertijd moeten studenten zich veilig genoeg voelen om een klacht in te dienen. Als ‘scherpe formuleringen’ tot disciplinaire maatregelen leiden, kan er een chilling effect ontstaan, stelt Van Berkel. Daarom moeten bestuurders voorzichtig omspringen met de ruimte om formele waarschuwingen uit te delen.
