Kinderen spelen de Zero Hunger Game: ‘Ik schrok, we kregen er een paar miljoen inwoners bij’

Kinderen spelen de Zero Hunger Game: ‘Ik schrok, we kregen er een paar miljoen inwoners bij’

Kinderen die druk rondlopen, praten en onderhandelen over bevolkingsgroei en honger. Met het bordspel Zero Hunger Game van Tilburg University leren kinderen op basisscholen over honger en ongelijkheid in de wereld. Univers keek mee op een basisschool in Tilburg-Noord.

Zero Hunger Game spelleiders Barend van der Voorden Verheul en Babette van den Berg. Beeld: Jack Tummers

Er heerst een gezellige drukte deze woensdagochtend 10 juni in groep 8 van Kindercampus Het Hazennest. Hier en daar klinken opgewonden stemmen van jonge deelnemers die willen onderhandelen met klasgenootjes. Met veel inzet spelen de leerlingen het bordspel Zero Hunger Game, een zogenaamde serious game.

Ongelijkheid zit ingebakken

‘Ze doen het supergoed, iedereen let goed op,’ legt Babette van den Berg uit. Zij is één van de twee studenten van Tilburg University die het spel begeleiden. ‘En dat is fijn, want voor mij was dit de eerste keer dat we echt tot de vijfde ronde zijn gekomen. Ze willen allemaal meedoen, ook al vinden sommigen het niet eerlijk hoe de kansen verdeeld zijn.’

Want ongelijkheid zit in het spel ingebakken. Linda Parasiz, programmamanager van Tilburg University Junior: ‘We hebben het spel ontwikkeld om scholieren te leren over honger en ongelijkheid in de wereld. Het mooie van het spel is dat kinderen de problematiek zelf ervaren. Op den duur ontstaat bij spelers het gevoel van: wacht eens even. Waarom kunnen zij hun bevolking wel voeden en wij niet?’

Genoeg geld voor eten

‘Er zijn al twee miljoen doden, is dat erg?’ vraagt student en spelleider Barend van der Voorden Verheul. ‘Niet voor ons,’ klinkt het bij een groepje rijke landen. Maar daar neemt Van der Voorden Verheul geen genoegen mee. ‘Wat vinden jullie?’ vraagt hij aan de rest van de klas. ‘Wij willen graag hulp,’ klinkt het uit de hoek van de arme landen. ‘Zullen we dan van positie wisselen?’ ‘Nee,’ protesteren de rijke landen.

‘Een team had vier miljoen ‘inwoners’ in het spel en dan gaan er twee miljoen ‘dood’,’ legt Van den Berg uit. ‘Voor de kinderen zijn die kaartjes en muntjes in het spel abstracte getallen. Om het concreter te maken vraag ik dan: ‘Stel dat er iets gebeurt met mensen in jouw eigen omgeving? Dat er niet genoeg geld is voor eten?’ Zo probeer ik de gevolgen van hun keuzes door te laten klinken. En dan zie je soms dat ze het iets meer snappen.’

Leerlingen uit groep 8 van Kindercampus Hazennest Tilburg-Noord spelen de Zero Hunger Game. Beeld: Jack Tummers

Van der Voorden Verheul: ‘Honger in de wereld is een abstract probleem. Voor de meesten van ons is het een ‘ver-van-mijn-bed-show’. Als je dit spel speelt moet je gaan onderhandelen en keuzes maken om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat je bevolking genoeg te eten heeft. Door dit spel gaan deelnemers nadenken over keuzes die ze maken en ervaren ze aan den lijve hoe oneerlijk honger en ongelijkheid kunnen zijn.’

Kennismaken met de wetenschap

‘Het initiatief voor het spel kwam vanuit het Zero Hunger Lab en Tilburg University Junior,’ licht Parasiz toe. ‘Wetenschappers doen vanuit het Zero Hunger Lab onderzoek naar het maatschappelijk probleem van honger en ongelijkheid in de wereld, en willen daar graag een breed publiek bij betrekken. Samen met game designers van Breda University of Applied Sciences hebben we het spel ontwikkeld.

En Tilburg University Junior is betrokken bij het spel vanwege de kennis van de doelgroep en de uitrol van het spel richting basisscholen. Parasiz: ‘Dit spel past goed bij onze doelstellingen. Wij willen kinderen laten kennismaken met wetenschap en de universiteit.

‘Dat doen we op allerlei manieren, onder andere met kindercolleges en met wetenschapsfestivals. Dus we vertalen wetenschap naar een vorm die kinderen kunnen begrijpen. En als je het aan een kind kunt uitleggen, kun je het aan iedereen uitleggen.’

Handelen

In de klas gaat een belletje. Deze ronde van het spel is afgelopen, een ronde waarin niet gehandeld kon worden vanwege een denkbeeldige pandemie. Voor de ‘arme landen’ was dat een acuut probleem, want ze moeten intussen wel de monden vullen van de inwoners.

Sam en Siem hebben een paar kaarten getrokken zonder veel ruilmiddelen. Hun probleem is dat niemand met ze wil handelen. Nu het weer mag, moet Sam de boer op om toch voor ‘voedsel’ te zorgen. Siem: ‘Hij gaat proberen met de rijke klasgenoten te onderhandelen. Dan kunnen we misschien genoeg te eten krijgen. Maar ik weet niet of het gaat lukken.’

Niet uit een boek

Het spel gaat Nadine en Olivia een stuk beter af: ‘Het is leuk, maar met meer monden om te voeden wordt het wel steeds moeilijker,’ zegt Nadine. Dat vindt Olivia ook: ‘Ik schrok, want we kregen er nog een paar miljoen inwoners erbij. En die moeten ook allemaal eten. Nu moeten we meer maaltijden gaan regelen.’

Intussen ziet de leerkracht van groep 8 het allemaal welwillend aan: ‘Door het spel leren de kinderen niet alleen welke problemen er spelen in de wereld. In de interactie met elkaar, door toenadering te zoeken en door te onderhandelen, leren ze ook verantwoordelijkheid nemen. Dat leer je niet uit een boek.’

Leren presenteren

Ook de studenten van Tilburg University steken veel op van het spel. ‘Per spel zijn er twee begeleiders bij en dat zijn Tilburgse studenten van verschillende opleidingen en achtergronden,’ licht Parasiz toe. ‘Op deze manier dragen we bij aan hun ontwikkeling.’

‘De studenten leren om te presenteren en uitleg te geven. Dat kunnen ze in hun latere loopbaan ook gebruiken. En ze leren om wetenschap toegankelijk te maken én om kinderen te betrekken bij maatschappelijke problemen zoals honger en ongelijkheid.’

Kritisch op Nederland

Met het spel slaan de studenten een brug tussen theorie en praktijk. Babette van den Berg: ‘Toen ik zag dat er een vacature vrijkwam, dacht ik: superleuk. Mijn studie Global Management of Social Issues sluit hier heel erg goed op aan. Daar leren we hoe je maatschappelijke problemen aan kan pakken vanuit organisaties en instituties.’

Barend van der Voorden Verheuls studie sluit minder aan bij het spel. Hij studeert Rechtsgeleerdheid: ‘Ik doe dit werk vooral om de boodschap die het spel wil uitdragen. We mogen veel meer onze oogkleppen afzetten, en kritischer zijn op de rol en positie van Nederland in de rest van de wereld. Ik vind die boodschap heel belangrijk en dat is mijn motivatie om hier als speleider aan mee te werken.’

Wie wint?

En dan is het spelgedeelte afgelopen. De kinderen tellen het aantal kaartjes en hun zegeningen. Van der Voorden Verheul begint aan de nabespreking. ‘Wie heeft er gewonnen?’ vraagt hij aan de klas. Want dat mogen de deelnemers onderling zelf bepalen bij dit spel. Wat vinden ze belangrijker? Meer geld, of meer gelukkige inwoners?

De meeste kinderen wijzen Olivia en Nadine aan als winnaar van het spel. Zij hebben veel gezonde en gelukkige inwoners. De twee glunderen. ‘Is het spel eerlijk verlopen?’ vraagt de spelleider aan de klas.

Veel kinderen vinden van niet, want de kaartjes waren aan het begin al niet eerlijk verdeeld. ‘Zien jullie een vergelijking met de echte wereld?’ is de vraag aan de kinderen. Het antwoord: ‘Ja, als je in Nederland geboren bent, heb je betere kansen.’

Elkaar helpen

‘Hoe kun je het spel eerlijker maken?’ vraagt Van der Voorden Verheul tot slot. ‘Door meer te ruilen,’ stelt een team voor. Want om hulp vragen is best moeilijk, vinden ze. En als je arm bent en er teveel kinderen worden geboren, kun je niet zonder hulp van andere groepjes.

‘Ik vond het jammer dat zij niet hebben gewonnen,’ bekent Van der Voorden Verheul achteraf. ‘Als spelleider heb je je eigen visie op het spel. En zij waren het enige groepje dat zei: kom maar met ons handelen. Dat is de kern van het spel, elkaar helpen en delen. Maar goed, de kinderen mochten zelf bepalen wie er won.’

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.