Hogescholen en universiteiten moeten hun economische waarde laten zien, vindt Tweede Kamer
Van patenten tot spin-offs, in hoeverre dragen hogescholen en universiteiten bij aan de Nederlandse economie? Dat moeten ze in kaart gaan brengen, vindt een ruime meerderheid van de Tweede Kamer.

Dinsdag stemde de Tweede Kamer voor een motie van D66 en PRO over ‘valorisatie’. Dat is een wettelijke taak van hogescholen en universiteiten: ze moeten hun kennis aan de maatschappij overdragen, zodat onder meer bedrijven er gebruik van kunnen maken.
Maar er is geen ‘uniform en vergelijkbaar landelijk beeld van de resultaten’ van die valorisatie, staat in de motie. Daar moet verandering in komen, vinden niet alleen D66 en PRO, maar ook regeringspartijen CDA en VVD en een flinke groep oppositiepartijen van links tot rechts.
Het kabinet zou erover in gesprek moeten gaan met de kennisinstellingen. Dat moet leiden tot een openbaar toegankelijke set ‘kernindicatoren’ voor valorisatie, bijvoorbeeld hoeveel bedrijfjes de kennisinstellingen voortbrengen (spin-offs) en hoeveel geld ze binnenslepen met hun patenten.
Haalbaar
Universiteitenvereniging UNL vindt het prima. ‘Dit lijkt ons zeker haalbaar’, zegt woordvoerder Ruben Puylaert. ‘De universiteiten zijn er al mee bezig. Er lopen al gesprekken met het ministerie en er zijn ook steeds meer data op het gebied van valorisatie beschikbaar.’
Het is niet de eerste keer dat er een poging wordt gedaan om de valorisatie in kaart te brengen. Al in 2012 beloofden hogescholen en universiteiten een set indicatoren te ontwikkelen, maar dat heeft niet tot een helder landelijk overzicht geleid.
Dit voorjaar verscheen een rapport over de maatschappelijke relevantie van onderzoek: die kon je eigenlijk niet in cijfers vangen, was de conclusie. Het is afwachten hoe de instellingen dat met economische valorisatie gaan doen.
