Een lage rente? Het leenstelsel laat zien wat politieke beloftes waard zijn
De rente op studieschulden zou op nul blijven staan en een studieschuld zou nauwelijks meetellen bij een hypotheekaanvraag. Dat loopt anders. Politici doen nog te vaak beloftes die ze niet kunnen waarmaken, ziet Antje Beers.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dat het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer in 2025 volgens het CBS het laagste punt sinds 2012 bereikte, komt dan ook niet als donderslag bij heldere hemel. Het is een rekening die jaren is opgestapeld. Het niet waarmaken van beloftes is één van de oorzaken. Hier moest ik meteen aan denken bij het nieuws omtrent de verhoging van rente op studieschulden.
Even terug naar het begin. Het leenstelsel kwam er op initiatief van VVD en PvdA, gesteund door GroenLinks en D66. Het idee hierachter was kort door de bocht dat een verpleegkundige niet mee zou moeten betalen aan de studie van de zoon van de Jumbo-CEO.
De schuld die uit het leenstelsel zou voortkomen, zou niet meewegen bij een hypotheek, de rente bleef nul en het was, aldus de toenmalige minister, een slimme investering in je eigen toekomst. Het geld zou naar beter onderwijs gaan. Wat volgde, waren bezuinigingen op het hoger onderwijs die elkaar opvolgden als golven op een stormachtige kust.
Nu verandert de rente voor 250.000 oud-studenten. Voor velen gaat de rente van 2,29 naar 3,28 procent. De Landelijke Studentenvakbond reageert scherp, en terecht. In het nieuws zie je vervolgens politici die de studentengeneratie nog even proberen vast te houden.
De PRO-politica noemt het onacceptabel, terwijl haar partij aan de wieg stond van het stelsel. De D66-politica zegt dat studenten het via beter onderwijs terugkrijgen. Echter… de pechgeneratie is allang afgestudeerd.
Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA belooft de rente op maximaal 2,5 procent te zetten, maar dat blijkt niet haalbaar. En die nul procent van toen? Zo te zien kon die nooit beloofd worden. Dat nu wordt gezegd dat het maken van onderscheid tussen oud-studenten die wel of niet tot pechgeneratie behoorden eigenlijk niet uitvoerbaar is, doet mijn wenkbrauwen te meer fronsen, want dat gebeurt reeds bij de compensatie.
Intussen heeft deze generatie haar leven in de wacht gezet. Geen eigen huis, geen vaste grond onder de voeten, de kinderwens op de lange baan. Dat merken we allemaal, want er worden steeds minder kinderen geboren. En nu zit men met de handen in het haar.
Er wordt druk nagedacht over hoe er meer studentenwoningen gebouwd kunnen worden. Maar kijk eens in die studentenhuizen. Daar woont nog steeds een flink deel van de pechgeneratie, omdat de starterswoning buiten bereik blijft. Laat hen doorstromen en de kamers komen vanzelf vrij, als een verstopte afvoer die eindelijk doorloopt. Dat zou een stuk beter lukken als de studieschuld niet zwaar meewoog bij de hypotheek. Precies zoals ooit beloofd.
Los van hoe je inhoudelijk naar het leenstelsel kijkt, laat dit maar weer zien wat er gebeurt als je beloftes doet zonder voorbehoud. Niemand kon in 2015 zeker weten dat de rente nul zou blijven. Dat had erbij gezegd moeten worden: dit is ons voorstel, dit verwachten we, en dit hebben we niet in de hand.
Daar komen de bestuurlijke deugden om de hoek kijken. Eerlijkheid over wat je niet weet. Bescheidenheid over wat je kunt waarmaken. Verantwoordelijkheid nemen als het anders uitpakt, in plaats van tegenvallers te verkopen als voordeel.
Zo’n voorbehoud lijkt misschien zwak, maar het is juist sterk. Wie onzekerheid benoemt, kan later worden aangesproken zonder gezichtsverlies. Wie zekerheid belooft die hij niet kan geven, betaalt met het vertrouwen van mensen, de hoogste prijs die er is in een democratische rechtsstaat.
Antje Beers is alumna van Tilburg University.
