Manon blogt: Kleinigheden

Wanneer ik naar de UvT fiets, zie ik studenten met tevreden gezichten op het fietspad. Sommige studenten lachen, sommige zijn moe en hongerig. Op de universiteit zelf zie ik overal mannen en vrouwen van de beveiliging. Ze fietsen rond, rijden in karretjes, en vragen als je tot sluitingstijd in een gebouw blijft zitten of je wil gaan inpakken. Het is fijn dat de securitymensen zichtbaar zijn en ik voel me er veilig door en fiets vrolijk naar huis.

Althans, meestal. Laatst zette ik, voor ik naar huis ging, mijn fiets weg om even snel naar de Study Store te gaan. Er leken fietsenrekken te zijn verdwenen, maar ik begon te twijfelen of ze er ooit hadden gestaan. Ik besloot mijn fiets in het overvolle rek voor de trap richting de Study Store te zetten.

Nog geen vijf minuten zijn voorbij en terwijl ik naar mijn fiets loop, sleept een man van de beveiliging een fiets van de plek waarvan ik dacht dat er rekken hadden gestaan naar de rekken waar ook mijn fiets staat. Hij propt de fiets er tussen. Een student komt eraan gefietst en hij wil hetzelfde met zijn fiets doen. Dat mag niet. De jongen blijkt een uitwisselingsstudent te zijn en in steenkolen engels probeert de man te vertellen dat hij zijn fiets in een andere stalling moet zetten omdat deze vol is. De jongen verontschuldigt zich en zet zijn fiets in een ander rek. De security man loopt hem achterna en zegt dat hij zijn fiets niet zomaar ergens tussen mag proppen, maar dat hij zijn band echt in het rek zelf moet zetten. De jongen is onderdanig en luistert naar hem, zoekend naar een vrij plekje. Ik kijk rond en zie dat er op het eerste gezicht nergens “echte” vrije plekken zijn. Ondertussen heb ik de knopen in mijn oordopjes ontrafeld en wil ik op mijn fiets stappen. De beveiligingsman staat ineens naast me en probeert in hetzelfde steenkolen engels te vertellen dat ik mijn fiets niet op die manier mag stallen. Mijn verwarring en verbijstering is duidelijk als ik vraag, “Sorry, wat?” Hij herhaalt zichzelf, in het engels. Ik mompel een beetje dat ik het niet meer zal doen, in het Nederlands, en vraag me af wat het probleem is. De fietsen staan netjes in rijtjes. Niemand haalt het in zijn of haar hoofd om een fiets midden in de loop te parkeren.

Ik wist niet van deze regel. Ik weet niet of het een regel is. Ik weet niet of het staat aangegeven. Is het een ongeschreven regel die ik samen met vele anderen onbewust overtreed? Wat mag ik nog meer niet? Deze vorm van toezicht maakt me nerveus. Ik vroeg me af waarom deze man zich zo druk maakte om iets kleins als waar je je fiets stalt en waarom ik daar in mee ging. Deze keer fietste ik niet weg met een glimlach op mijn gezicht.

Manon Staps (24) volgt de master Kunst, Publiek en Samenleving aan de UvT en blogt voor Univers.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.