Familieverjaardagen

Je zit op een feestje met een kop koffie of thee voor je neus of je staat met een biertje of een glas wijn in je handen. Een familielid (een oom, een oudere nicht) komt op je af gelopen en vraagt: “Hoe zit het nu met je studie? Wanneer ben je eindelijk eens klaar?”

Ik ben bezig met mijn masterthesis, dus antwoord “Binnenkort.” Niet goed genoeg. Ze vragen hoe binnenkort. Is binnenkort een paar weken of een paar maanden? Is binnenkort soms een jaar? Ik antwoord dat ik het niet weet.

De volgende vraag gaat over het vinden van een baan. Ze vragen zich af hoeveel tijd het nou kost, dat “afstuderen”. Kan dat niet gewoon ‘s avonds, een uurtje voor het slapen gaan ofzo? Ik vertel dat ik inderdaad al wel op zoek ben naar een baan, maar dat het lastig is.

Ik heb geen werkervaring en solliciteren is eng. Dat vertel ik ze niet. In plaats daarvan vertel ik dat er een tekort is aan banen in mijn sector; niet totaal uit de lucht gegrepen.

Nu ik bijna klaar ben, zijn de vragen wel veranderd. “Maar wat kun je er eigenlijk mee?” hoor ik niet meer zo vaak. Voortaan hoor ik “Wordt het niet eens tijd voor kinderen?” Ik vraag me af of mijn oudere broer die vraag weleens krijgt op familiefeestjes.

Een van mijn docenten vergeleek het schrijven van een scriptie eens met een zwangerschap. Het zou wel makkelijker zijn om lastige familie een bevredigend antwoord te geven. Als ze vragen hoe ver je al bent, antwoord je gewoon “28 weken” in plaats van te stotteren en te stamelen: “Februari? Juni? Ehmmm…”

Familieverjaardagen. Lief lachen en zo snel mogelijk het onderwerp veranderen. (“Hoe was de vakantie, ome/tante…”)

Manon Staps (24) volgt de master  Kunst, Publiek en Samenleving aan de UvT en blogt voor Univers.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.