Negen lessen voor de millennial

Ze hebben een berg diploma’s, de hoogste studieschuld en de meest onzekere toekomst sinds tijden. Millennials zijn de verloren generatie van onze tijd. Negen lessen om toch nog goed terecht te komen.

Het rijke Westen wordt steeds minder rijk en de toekomst is behoorlijk onzeker. De robots, Chinezen, Koreanen en de rest van de wereld komen eraan. Een vaste baan voor het leven bestaat niet meer. In deze nieuwe wereld zal de millennial (geboren tussen 1990 en 2000) zijn eigen weg moeten vinden. Daarvoor moeten een paar achterhaalde ideeën over werk en toekomst wel opzij worden geschoven.

Les 1: leid jezelf op

Iedereen wil een streepje voor hebben op de steeds competitievere arbeidsmarkt. Dus doet iedereen tegenwoordig vol gas twee masters en worden nevenfuncties verzameld alsof het spaarzegels zijn. Een verschil maak je daar niet meer mee. Als iedereen honderdtachtig rijdt, rijd je gewoon allemaal te hard. Toch zal je wel moeten, om mee te kunnen in een wereld die steeds flexibeler en digitaler wordt. “Jezelf opleiden is het beste dat je kunt doen,” zegt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen. “Een baan voor het leven bestaat niet meer, deze generatie zal blijvend moeten zoeken. En moet de stap kunnen zetten naar de banen van morgen. Daar zou je al tijdens je studie mee bezig moeten zijn, niet pas als je bent afgestudeerd. Specialiseer je, werk aan je netwerk.”

Les 2: wees optimistisch

Opleiden en voorbereiden dus. Maar waarvoor? Zoals oud-politicus Job Cohen in 2011 treffend zei: “Wij wonen in een mooi en sterk land. Maar we zijn ook onzeker geworden. Bestaat mijn baan straks nog?” Doorgetrokken: bestaan de banen waarvoor studenten worden opgeleid straks nog wel? De robotisering gaat volgens voorspellingen van 30 tot voorbij de 90 procent van de banen vervangen. Wilthagen vraagt zich af of het zo’n vaart zal lopen. En is optimistisch: “De arbeidsmarkt is geen volle kroeg, waar iemand pas naar binnen kan als er iemand vertrekt. Banen zijn altijd verschillend, jong en oud kun je niet met elkaar vergelijken. Werkgelegenheid ontstaat als mensen kansen zien. Het is bovendien makkelijker te voorspellen welke banen verdwijnen, dan welke erbij komen.”

“Ik zeg tegen mijn studenten: als je rijk wil worden, moet je loodgieter worden”

En de hoeveelheid studenten dan? Universiteiten zitten overvol, nooit studeerden er zoveel mensen als nu. Toch ziet Wilthagen geen overschot aan hoogopgeleiden. Universitair docent sociologie Bram Peper wel: “Zo’n overschot was er in de jaren tachtig á negentig al. Dus zeg ik tegen mijn studenten: als je rijk wil worden, moet je loodgieter worden. Niet dat ik het iemand wil ontzeggen om te studeren vanuit een intrinsieke motivatie.”

Les 3: niet alles is leuk

Illustratie Martien BosMaar ja, wie wil er nou loodgieter worden? Millennials barsten van de ambitie. Ze kunnen worden wat ze willen en moeten vooral doen wat ze leuk vinden, is ze een leven lang verteld. En zolang ze studeren wordt die bubbel niet doorgeprikt, maar nog verder opgeblazen. “Studenten worden opgeleid om CEO te worden van Shell, terwijl je er daar toch echt maar één of twee van hebt,” zegt Peper. “De overgrote meerderheid gaat in het middenkader werken, terwijl daar in onze prestatiemaatschappij weinig waardering voor is en nauwelijks over wordt gesproken.”

Dat alles leuk moet zijn, is volgens Wilthagen een probleem. “Het hele systeem, ook van studieadvies, is erop ingericht iets te vinden wat je leuk vindt.” Maar in de echte wereld is niet alles leuk. “Het zou ook moeten gaan om waar je goed in bent en waar mensen voor willen betalen.”

Les 4: het is niet je eigen schuld

Millennials hebben onrealistische ideeën over hun toekomst. Tragisch is dat ze bovendien denken dat ze succes of falen in eigen hand hebben. Dat idee hebben ze meegekregen uit de neo-liberale samenleving waarin we sinds de jaren tachtig leven, vertelt Peper. “De nadruk ligt op een terugtrekkende overheid, de burger moet het steeds meer zelf doen. Daarom zie je dat de huidige generatie positiever is over hun arbeidsmarktkansen dan de vorige ‘verloren’ generatie. In de jaren zestig kon je roepen dat het grootkapitaal tegen je was, als het je niet lukte. Nu wordt gezegd dat je zelf betere keuzes had moeten maken.” Eigen schuld dus, terwijl dat maar de vraag is. Peper: “Het voordeel is natuurlijk wel dat iedereen zijn eigen kansen redelijk rooskleurig inziet, ook als het slecht gaat.”

Les 5: je gaat jezelf vinden

Uitzoeken wat je met je leven wil, lijkt typisch iets voor millennials. Eerdere generaties hadden hun leven sneller op de rails. Millennials zijn ook reflectiever, denkt Peper. “Ze zijn opgegroeid met enorm veel psychologische bagage via hulpprogramma’s op tv, zelfhulpboeken en mindfulness cursussen. En ja, dat geeft natuurlijk ook meer keuzestress.” Toch is zelfreflectie geen nieuw verschijnsel, vertelt universiteit hoofddocent ontwikkelingspsychologie Theo Klimstra.

Milllennials, jongeren, zelfinzicht, denken, nadenken, peinzenIn de psychologie staat het bekend als zelfexploratie, uitzoeken wie je bent en wat je wil. Eerst zoek je in de breedte (economie, rechten of toch iets met ICT?), daarna ga je in de diepte uitzoeken wat je precies wil doen. En committeer je je aan een keuze. Heel normaal, het duurt tegenwoordig alleen wat langer. Klimstra: “Vroeger hadden mensen rond hun 20e een vaststaande keuze gemaakt over hun identiteit, nu is het proces tussen het 20e en 30e levensjaar nog volop gaande.” Reden tot wanhoop is dat volgens Klimstra niet. Na die periode hebben de meeste mensen volgens hem een identiteit gevonden om mee verder te leven.

Les 6: denk goed na over wat je wil

Belangrijk is dat je in die zoektocht naar jezelf dus niet alleen in de breedte zoekt. De diepte ingaan is ook belangrijk. Wie alleen kiest voor bijvoorbeeld psychologie, maar zich niet afvraagt wat er precies mee te doen, loopt het risico van persoonlijke crisis naar persoonlijke crisis te strompelen. Dan ben je als het ware niet goed voorbereid op wat er op je pad komt. “In zo’n crisis vraag je je af of je normen en waarden, idealen en toekomstplannen bij elkaar passen,” vertelt Klimstra. Wie daar goed over nadenkt, is gewapend en wordt zo gelukkiger en succesvoller. “Een stabiele identiteit is een kompas voor het leven.”

Les 7: je kan altijd nog wat anders doen

“Vroeger hield je vast aan de identiteit die je zo rond je 20e had gekozen,” vertelt Klimstra. Tegenwoordig duurt het niet alleen langer om die identiteit te vinden, mensen gaan ook vaker wat anders doen. Wilthagen: “Niemand is tegenwoordig tot zijn zeventigste advocaat of loodgieter.” Studeer je psychologie, word je eerst praktijkassistente, daarna zelfstandig lifecoach en later kinderboekenschrijfster. Psychologisch gezien kan dat best: “Je hebt niet één identiteit voor het leven,” zegt Klimstra. “Er zijn altijd alternatieven die je vaardigheden en interesses ook raken.”

Les 8: accepteer de realiteit

In theorie komt het dus allemaal wel goed. Maar als je halverwege de twintig bent, ben je waarschijnlijk ook doodsbang dat je leven gaat floppen. Als je nu geen topbaan scoort, zal het wel nooit meer lukken. En zelfs in het middenveld is het moeilijk binnenkomen. Wil je advocaat worden, zit je na je glansrijke afstuderen achter de balie bij de rechtshulp en sta je na drie tijdelijke contracten weer op straat. Volgens Klimstra overleef je de flexibele en onzekere arbeidsmarkt psychologisch gezien wel, als je een duidelijk idee hebt wat je wil doen en het werk enigszins relevant is.

“Je hebt niet één identiteit voor het leven”

Moeilijker wordt het als je gevangen zit in een callcenter of horecabijbaantje, om de rekeningen te betalen. Wie zich dan stukbijt op de ambitie om bijvoorbeeld psycholoog te worden, moet zich nog eens achter zijn oren krabben. “Dat noemen we foreclosure,” vertelt Klimstra. “Je ziet dat bij mensen die in de kindertijd al weten wat ze willen worden. Vaak hebben ze daar niet actief over nagedacht, dan is het extra lastig voor ze als het niet haalbaar blijkt.”

Moeilijk of niet, soms is er maar één weg uit het hopeloze bijbaantje: heroriëntatie. Ofwel: realistisch zijn en goed nadenken over alternatieven. Klimstra: “Dat is tijdelijk stressvol, maar zo kan je je binden aan een alternatief toekomstplan, waardoor je wel gelukkiger wordt.”

Les 9: vergelijk jezelf niet met je ouders

Het is zo oneerlijk, hè? Opgegroeid in een wereld die steeds rijker werd, zijn je gouden bergen beloofd. Nu je ouders met gevulde buik op de ruime hoekbank voor het breedbeeldscherm zitten, blijkt dat de koek op is. Er is één vanzelfsprekende impuls die je niet moet volgen: in je studentenkamer op je tweedehandse, doorgezakte bank gaan liggen huilen. En jezelf vergelijken met je ouders. Totaal. Onzinnig. Zij konden meeliften op een stijgende welvaart na de Tweede Wereldoorlog. Die tijden zijn voorbij en het zijn niet jouw tijden. “Vergelijk jezelf liever met je leeftijdsgenoten,” adviseert Klimstra. “Dat maakt het allemaal net wat makkelijker, want zij zitten in dezelfde situatie.” En je moet maar zo denken, jij had tenminste wél een Playstation of Xbox in je jeugd.

Uit Univers #07, jaargang 54.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.