Woo Hah: groot succes, matige line-up

Woo Hah was, zoals Ivo Niehe het zou zeggen, een belachelijk groot succes. In één Engelstalig en één Nederlandstalig woord: fucking vet. De line-up stelde wel teleur.

Je moet het zo zien: 15.000 bezoekers op een iets te klein festivalterrein, midden in Tilburg, die allemaal van hiphop houden. Mensen krijgen kippenvel als ze over acts van vorig jaar praten en huilen als ze hun favoriete artiest zien opkomen. De liefde voor het genre stroomt door de aderen van de bezoekers. Een goede basis voor een geweldig festival.

Dat is terug te zien aan het energielevel op Woo Hah. Dat zie je zelden. Bij ieder optreden gaat het los. Artiesten stagediven, het publiek moshpit de shows door. Bij Hopsin vindt zelfs moshpitinflatie plaats: meer moshpits dan nummers. Waarschijnlijk krijgen die gasten helemaal niets mee van wat Hopsin rapt, maar ach, ze hebben het leuk. Daarnaast is er een goede afwisseling tussen grote artiesten en opkomend talent, waar een aparte stage voor is gereserveerd. Alsof je eerst de finale van de Champions League kijkt en daarna nog even Roda JC – Cambuur meepakt. Maar dat is de charme van het festival. Alles is hard, of je nou NAS of Dave Budha heet.

De artiesten die op mijn lijstje stonden kon ik allemaal zien. Geen overlap, dus ik was tevreden. De reden hierachter baart me wel zorgen: ik wil slechts een handjevol artiesten zien. Ben ik dan kritisch? Nee, eigenlijk niet. Ik ben alleen niet zo op die commerciële, newschool hiphop. En dan heb je een probleem. Hiphop verandert namelijk. Veel nieuwe artiesten komen met een commerciële stijl: trap music, autotune, simpele, aanstekelijke lyrics en een hoop onverstaanbaar gebrabbel. Op één of andere manier slaat dat aan: hiphop is weer het meest beluisterde genre ter wereld. Het is opgestaan uit het verdomhokje en domineert de hitlijsten. De line-up paste zich daaraan aan. Het was een goede afspiegeling van wat er op dit moment heet is.

Maar het steekt. Natuurlijk, voor de oldskool hiphopliefhebber was er ook wat te nassen. Icoon NAS spande de kroon, gevolgd door artiesten als Hopsin, Hilltop Hoods, Flatbush Zombies en Lil Dicky. Zij waarborgden de kwaliteit op Woo Hah. Rappers met een wat groter vocabulaire, zullen we maar zeggen. Ook Ares en de Tilburgse Aristoteles, waarvan vooral de eerstgenoemde zich nadrukkelijk verzet tegen de commerciële hiphop van nu, gaven het festival een kwaliteitsimpuls. Maar Woo Hah mocht wel wat meer van dit soort gasten verwelkomen. Voorgaande edities waren Joey Badass, Isaiah Rashad en Mick Jenkins er. De gouden middenmoot. Niet te duur, niet te groot, maar wel kei hard. Waar waren vergelijkbare namen?

Hiphop is meer dan autotune. Het is meer dan onverstaanbaar gebrabbel en een beat waar je op kunt losgaan. Het is meer dan ‘Money, Bitches en Seks’. Het genre barst van het talent. Gasten die parels van teksten schrijven met gecompliceerde rijm, wordplay en diepgang.

Tilburg wil de hiphophoofdstad van Nederland worden. Daarom hoop ik dat Woo Hah weer wat meer balans in de line-up aanbrengt voor de volgende editie. Dus met enige aarzeling: tot volgend jaar.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.