‘Publicatiedruk leidt tot zelfplagiaat’

Commotie binnen de wetenschap: onderzoekers plegen veelvuldig zelfplagiaat. Vooral economen en psychologen moeten het ontgelden: daar bevat respectievelijk veertien en vijf procent van de vakpublicaties lappen tekst uit eerdere artikelen. Jelte Wicherts, hoogleraar wetenschappelijke integriteit aan Tilburg University, wijst met beschuldigende vinger naar de publicatiedruk.

Het veelvuldige zelfplagiaat blijkt uit onderzoek van de Nijmeegse wetenschapssocioloog Willem Haffman en zijn promovendus Serge Horbach. Zij analyseerden 922 Nederlandse vakpublicaties.

Drukt neemt toe

Wetenschappers recyclen dus eerder geschreven werk van zichzelf. Op die manier kunnen ze meer artikelen in kortere tijd publiceren. “Bestuurders, wetenschappelijke uitgevers en financierders van onderzoek mogen zich weleens achter de oren krabben,” zegt Jelte Wicherts. “Is het nog een goed idee om te kijken naar het aantal publicaties, of moet kwaliteit van publicaties de focus krijgen?” Een retorische vraag natuurlijk. Wicherts legt uit dat wetenschappers steeds meer druk ervaren. “De beloningsstructuur beloont enkel kwantiteit. Kwaliteit beoordelen is moeilijk, tellen gemakkelijk. De mensen die de scepter zwaaien moeten zich dat wel aantrekken.”

Maar hoe roep je die publicatiedruk een halt toe? Het is een veelbesproken onderwerp binnen de wetenschap en het is inmiddels duidelijk dat veel wetenschappers ten onder gaan aan die druk. Is het mogelijk een cultuuromslag te maken? “Dat ligt nog niet zo eenvoudig,” legt Wicherts uit. “In Nederland kan dat vanuit de VSNU worden gestimuleerd, maar iedere wetenschappelijke instelling werkt in een internationaal speelveld. Daar concurreer je mee. Als je iets wilt bewerkstellingen, moet het vanuit een Europese organisatie komen. Die zouden kunnen zeggen: we beoordelen je voortaan op je beste vijf artikelen.” Maar dan: hoe meet je of iemand goed is? Of een onderzoek waardevol is? Wicherts: “De focus moet van kwantiteit naar kwaliteit worden verlegd. Dat wil niet zeggen dat kwantiteit onbelangrijk is, maar het is niet de bedoeling dat we zoveel mogelijk losse, kleine papers publiceren. Voeg stukken samen zodat je een mooi, informatief verhaal brengt.”

Controle

De vraag die rijst is: ‘Hoe streng wordt er gecontroleerd op zelfplagiaat?’ Controleert de universiteit dat? Collega’s? En wat is de rol van wetenschappelijke tijdschriften? Wicherts denkt dat die controle niet streng is. “Het systeem wat betreft wetenschappelijke integriteit is gebaseerd op collega’s die elkaars stukken nalezen. Een zelfcorrigerend systeem. Daar is niets mis mee. Ik ben geen voorstander om commissies op te zetten die alle publicaties gaan controleren, maar voor effectieve zelfcorrectie moeten onderzoekers wel tijd maken, of tijd hebben. En dan kom je weer terug op de prestatiedruk: ze zijn te druk met een bepaald aantal publicaties halen en hebben geen tijd om ander werk te lezen.” Ook lijkt het erop dat wetenschappelijke tijdschriften niet altijd nauwkeurig te werk gaan als het om (zelf)plagiaat gaat. Peter Achterberg maakte mee dat een collega een paper van haarzelf ontdekte dat was gepubliceerd onder een andere naam. Het oorspronkelijke artikel was een paar jaar eerder gepubliceerd in hetzelfde tijdschrift. “Dat kan toch niet. De verantwoording ligt dan bij het tijdschrift, die het dus  niet controleren.”

Grijs gebied                               

Het zou kunnen dat de controle op zelfplagiaat niet nauwkeurig is doordat het in een grijs gebied valt. Het KNAW-rapport stelt dat zelfplagiaat meestal onder ‘twijfelachtige onderzoekspraktijken’ valt. ‘Een breed, grijs gebied van gerommel dat grenst aan wetenschapsfraude maar het nog net niet is.’ Daar kan Achterberg zich in vinden: “In ieders onderzoek komen wel een paar centrale thema’s terug. En dan lijkt het me dat je definities consistent hanteert, en dat de verwijzingen die je gebruikt wel altijd meer of minder hetzelfde zijn. Dan moet je die definities of omschrijvingen wel herhalen. Uit je hoofd, en dat kan soms wat overlappen.” Voor beide hoogleraren blijft het gissen waarom zelfplagiaat vooral voorkomt bij Psychologie en Economie. “Daar zal de druk misschien nog groter zijn.”

Onderzoekers Haffman en Horbach hopen vooral de wetenschap wakker te schudden, schrijft De Volkskrant. Ook zij zien het zelfplagiaat als direct gevolg van de prestatiedruk.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.