Praxe

Vorige week was ik in Portugal; in Lissabon om precies te zijn. Ik was niet de enige. Groepen bejaarde toeristen werden uit touringcars geworpen als ware zij versgeboren kittens. Elkaar verdringend vergaapten ze zich aan mozaïeken, paleizen en gele trams, en aan de praxe.

Vrijwel overal in Europa hebben studentenorganisaties rites de passages die vaak gepaard gaan met afval en alfamannetjes. Zo ook in Portugal. Anders dan in Nederland is praxe niet iets wat zich vooral op afgelegen heides of in smalle door ‘munneerj, munneerj, niet filmen, munneerj’-roepende meisjes afgeschermde straatjes afspeelt.

Portugese studenten hullen zich in het verenigingskostuum, bestaande uit een veel te hete zwarte wollen jas, een wit overhemd, een zwarte stropdas (ook de meisjes) en een tartan-rok (ook de jongens) en nemen vervolgens de grote pleinen van de stad in. Daar laten ze eerstejaars met bevlekte shirts, eten in hun haren en bordjes met Portugese woorden om hun nek zingen. Urenlang zingen ze, dan weer in groepjes, dan weer als veelkoppig koor.

Ze zingen niet alleen voor zichzelf, ze brengen ook aubades. Dat deden ze voor die vele Franse en Engelse bejaarden die het vaak wat vereerd lieten gebeuren. Ook aan mij. Ik voelde me niet vereerd, ik voelde me ongemakkelijk; extreem ongemakkelijk. De dertig seconden dat die vier jonge mensen op hun knieën voor mij zaten leken minuten, kwartieren. Terwijl acht ogen me aanstaarden en vier handen verleidingsgebaren maakten wist ik niet waar ik moest kijken.

Ik twijfelde of ik weg moest lopen. ‘Maar dan moeten ze nog een keer, dan maak ik het alleen maar erger,’ zei ik tegen mezelf, misschien wel om mijn roerloosheid te rechtvaardigen. Ik deed uiteindelijk niets, als aan de grond genageld. Na een groepsknuffel en een foto was de vernedering voorbij. Toen ik wegliep voelde ik me viezer dan zij waren.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.