Winkelwagentjesfile en lachende ogen

Met de handen in mijn haren schrijf ik mijn eerste column. Er zijn al een aantal dappere pogingen aan voorafgegaan, maar mijn ontevredenheid brak die potentiële columns elke keer vroegtijdig af. Wat te schrijven? Wat houdt de mensen tegenwoordig bezig? Hoe schrijf ik een column à la Marja Pruis of Sander Schimmelpenninck?

Ik heb me erbij neergelegd. Na weken ervan uit te zijn gegaan dat ik een excellente eerste column zou schrijven, een ware grand opening, heb ik de realiteit geaccepteerd en omarmd. Om ergens goed in te zijn, moet je oefenen. Een eerste keer staat aan het begin van die oefening en is dus per definitie nog niet geweldig.

En dat heeft eigenlijk wel iets moois. Tegenwoordig willen we vaak dat de dingen zo snel en zo efficiënt mogelijk gebeuren, maar misschien mag het allemaal ook weleens wat trager en wat minder efficiënt. Een beetje zoals het nieuwe boodschappen doen, want dat vergt vandaag de dag iets meer geduld en beleid dan voorheen. Dat gaat namelijk ongeveer zo.

Je begint ergens in je tas of zakken naar je mondkapje te graaien. Als het mondkapje eenmaal driekwart van je gezicht bedekt, bewapen je jezelf met een winkelwagentje die vanaf dat moment zowel dient als meetlint voor de afstand tot andere mensen alsook als klassiek vangnet voor je boodschappen. De geluksvogels met een mandje even daargelaten in dit verhaal. Het is natuurlijk slim om vervolgens zo tactisch mogelijk de winkel door te gaan, maar dat pakt vaak anders uit.

Het is een opgave, maar we komen er wel

Op een gegeven moment neem je ergens een verkeerde afslag, waarbij je in een winkelwagentjesfile belandt en zo nog verder verwijderd raakt van je avondeten. Of je moet plotseling terug naar de andere kant van de supermarkt omdat je iets vergeten bent, manoeuvrerend tussen stapels dozen en mensen met pantsers in de vorm van winkelwagens. Dit allemaal terwijl de druk van de anderhalve meter afstand onafgebroken in je nek hijgt.

Daarbij komt nog de non-verbale communicatie met andere mensen, die lastig wordt gemaakt door de al dan niet modieuze driehoekige beschermers die de helft van menselijke expressies verhullen. Zowel het spreken met je eigen ogen als het lezen van andermans ogen, is een nieuwe uitdaging. Boze ogen als iemand te dichtbij komt, lachende ogen als de ander braaf wacht, flirtende ogen als je goed in je vel zit en ogen met tranen als dan ook nog eens je favoriete snack uitverkocht is. Het is een opgave, maar we komen er wel.

Eindelijk bij de kassa aangekomen, voel je de druk langzaamaan van je schouders zakken. Het einde van het hele boodschappenavontuur is daar en zo ook het einde van deze column. Ach, dat viel allemaal toch best wel mee.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.