Onderwijs gaat niet alleen over het overdragen van feitjes
In de collegebanken spijkeren studenten hun vakkennis bij. Maar er moet ook oog zijn voor de menselijke maat, schrijft Antje Beers. ‘Het gaat niet alleen om het overdragen van feitjes, maar om het benadrukken van verantwoordelijkheid en betrokkenheid.’

Afgelopen semester zat ik opnieuw in de collegebanken, in Goossens Building om precies te zijn, voor het vak Verdiepend privaatrecht. Bij het inschrijven voor dit verplichte vak had ik al een beeld gevormd.
Ik verwachtte colleges over de overdracht van vorderingen, over abstracte constructies waar vooral Zuidasadvocaten zich mee bezighouden en waar de meeste mensen in hun dagelijks leven nooit direct mee te maken krijgen. Juridisch ongetwijfeld interessant, maar op het eerste gezicht ver verwijderd van de maatschappelijke werkelijkheid.
Juist daarom was het zo opvallend hoe anders dit vak uitpakte. Onze universiteit profileert zich graag als een bijzondere universiteit, waar begrippen als menselijke waardigheid en solidariteit richting zouden moeten geven aan onderwijs en onderzoek.
Toch blijft het altijd de vraag in hoeverre dat gedachtegoed ook echt zichtbaar wordt in de collegezaal. In dit vak gebeurde dat wel degelijk. En nee, dit is geen poging tot slijmen richting de docenten; het vak is inmiddels afgerond. Zie het eerder als een openbare cursusevaluatie die bedoeld is om anderen te inspireren.
Waar ik had verwacht dat de focus zou liggen op de wereld van grote geldstromen en commerciële belangen, bood dit vak juist een breder perspectief. Naast financieringsconstructies en zekerheden was er aandacht voor de menselijke gevolgen van schulden en voor de ethische vragen die bij het vakgebied horen. Studenten werden geconfronteerd met de realiteit dat juridisch handelen nooit waardenvrij is.
Kwetsbare burger in de knel, Tilburgse rechtenfaculteit wil meer sociaal advocaten opleiden
Het vak Verdiepend privaatrecht liet zien dat het recht geen gesloten systeem is van regels en leerstukken, maar een instrument dat zowel kan worden gevormd naar de hand van grootfinanciers als kan dienen als schild voor de zwakkeren.
Bovendien maakte het vak zichtbaar dat er meer routes zijn dan de voor veel studenten vanzelfsprekend lijkende weg richting de Zuidas. De sociale advocatuur is misschien minder prominent aanwezig op carrière-evenementen, maar ze bestaat wel degelijk en ze is van groot maatschappelijk belang.
Dat is allemaal geen overbodige boodschap in een tijd waarin het tekort aan sociaal advocaten al jaren nijpend is en er in Nederland nog steeds mensen leven met problematische schulden. Gezinnen die de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen, kinderen voor wie een verjaardagsfeestje geen vanzelfsprekendheid is.
Niet iedere student zal hierdoor besluiten de sociale kant op te gaan. Dat hoeft ook niet. De waarde van dit vak zit niet alleen in het aanleren van kennis, maar in de vorming van studenten als juristen en als mensen. In het ontwikkelen van oog voor de maatschappelijke context waarin het recht functioneert.
Dat is precies wat onderwijs waardevol maakt. Het gaat niet alleen om het overdragen van feitjes, maar om het creëren van bewustzijn en het benadrukken van verantwoordelijkheid en betrokkenheid. En als dat bij een paar studenten blijft hangen, dan is er al veel gewonnen.
Antje Beers is masterstudente staats- en bestuursrecht en arbeidsrecht aan Tilburg University.
