Tilburgse hogeschool reikte eredoctoraat uit aan grondlegger Europese Unie

Tilburgse hogeschool reikte eredoctoraat uit aan grondlegger Europese Unie

Robert Schuman, grondlegger van de Europese eenwording, was een overtuigd katholiek met warme banden in Nederland. De katholieke hogeschool in Tilburg reikte hem in de jaren vijftig zelfs een eredoctoraat uit, schrijft Joep van Gennip.

Afgelopen mei las ik in de krant dat het Europees Parlement een nieuw initiatief heeft gelanceerd om de Europese identiteit onder haar burgers te versterken: de Europese orde van Verdienste. Deze hoge onderscheiding is bedoeld voor mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de verdere Europese eenwording. De voormalige Duitse Bondskanselier Angela Merkel, de oud-president van Polen, Lech Walesa, en de Oekraïense president Zelensky zijn de eerste laureaten. Veelal toppolitici dus.

Insteek was niet alleen de Europese identiteit te promoten, die tegenwoordig onder druk staat door diverse politieke ontwikkelingen, maar ook het 75-jarig bestaan te markeren van haar oprichting. Op 9 mei (wat later de Dag van Europa zou worden) 1950 lanceerde de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman (1886-1963) immers het naar hem genoemde Schuman-plan dat een jaar later leidde tot de formele oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS).

Een unieke gebeurtenis, omdat deze instelling de eerste supranationale Europese organisatie was en daarmee de directe voorganger van de Europese Economische Gemeenschap, die vanaf 1992 de Europese Unie werd.

Inzet van het plan, dat Schuman overigens ontwierp samen met de Franse zakenman en ambtenaar Jean Monnet, was om een oorlog tussen de Europese erfvijanden Frankrijk en Duitsland in de toekomst te voorkomen en daarmee het Europese continent te behoeden voor nog meer leed, met de beide wereldoorlogen nog vers in het geheugen. Dit hoopte men te realiseren door de Franse en Duitse productie van kolen en staal, zo noodzakelijk voor de oorlogsvoering, onder controle te stellen van een gemeenschappelijke Hoge Autoriteit.

Naast Frankrijk en West-Duitsland (BRD) behoorden Italië, België, Luxemburg en Nederland tot de oprichtende partijen. Hoewel de EGKS zich tot een Europees economisch samenwerkingsvehikel ontwikkelde, was het in eerste instantie dus bedoeld als instrument van vredesgarantie.

En Schuman kon het weten, geboren in Luxemburg maar opgegroeid in het Frans-Duitse grensgebied van Elzas-Lotharingen had hij beide wereldoorlogen meegemaakt en door grensveranderingen was hij zowel Frans als Duits staatsburger geweest. De Christendemocratische politicus Schuman was in 1947 kortstondig minister van Financiën geweest en daarna in 1947-1948 premier van Frankrijk.

Hij was een overtuigd katholiek. In de eerste decennia van de twintigste eeuw had Schuman bijzondere belangstelling getoond voor de katholieke sociale beweging en haar sociale leer. In dat verband had hij internationale contacten gelegd, onder meer met de Nederlandse geestverwanten op dat gebied zoals de katholieke minister van Arbeid Piet Aalberse (1871-1948). Velen van hen stonden in 1927 aan het roer van de oprichting van de RK Handelshogeschool, de voorganger van Tilburg University.

In 1952 zou de Brabantse instelling haar zilveren jubileum vieren. Dat wilde de senaat (de gezamenlijke vergadering van rector magnificus en hoogleraren) van de toen geheten Katholieke Economische Hogeschool niet ongemerkt voorbij laten gaan. Vandaar dat in oktober 1951 werd besloten om een lustrumcommissie op te richten die hiertoe plannen moest ontwikkelen.

De commissie, bestaande uit professor Cobbenhagen, rector Verberne en secretaris Smeets, bepleitte in de volgende senaatsvergadering dat een eventueel eredoctoraat alleen uitgereikt diende te worden aan een persoon met een opmerkelijke wetenschappelijke carrière.

Daar ging de senaat, die in die tijd nog bestond uit een handjevol hoogleraren, niet in mee. Zij wenste dat ook andere, waaronder maatschappelijke, terreinen binnen de kwalificatiecriteria getrokken dienden te worden: “een typisch sociale figuur mag echter niet worden uitgesloten”. Wel diende de potentiële eredoctor als het ware voor het ‘oprapen te liggen’. Er moest dus niet actief worden gezocht naar een kandidaat. Twee potentiële kandidaten werden genoemd, maar het is onbekend wie dat waren.

Eind april, tijdens een bijzondere senaatsvergadering waarbij tevens de lectoren (docenten) aanwezig waren, bleek dat door enkele collegae bezwaar was gemaakt tegen één van de kanshebbers. Daarop werd besloten om aan de andere, nog steeds onbekende, kandidaat het eredoctoraat toe te kennen, maar niet nadat professor Cobbenhagen had afgetast bij het curatorium, het toezichthoudend bestuur van de hogeschool, of diegene op hun instemming kon rekenen.

Mocht dat niet het geval zijn, zo kreeg Cobbenhagen uitdrukkelijk van de senaat mee, dan ging de senaat opnieuw op zoek naar een kandidaat. Het was geenszins de bedoeling dat het curatorium zich hiermee bemoeide.

Wellicht zag men de bui al hangen, want inderdaad kwam genoemde persoon niet door de ballotage van het curatorium. Op voorstel van Cobbenhagen werd tijdens de senaatsvergadering van augustus 1952 een andere, nog niet eerder genoemde, gegadigde naar voren gehaald, die ieders goedkeuring kon wegdragen. Alvorens tot zijn definitieve kandidaatsstelling te komen, diende eerst nog door de buitengewoon hoogleraar staats- en administratief recht A. de Block inlichtingen over hem te worden ingewonnen.

Han Kaag, hoogleraar in de economie, het geld-, crediet- en bankwezen, werd zijn erepromotor. Als ceremoniedatum kwam 21 of 22 november 1952 naar voren, een krappe drie maanden later dus! Om meerdere redenen bleek dat niet realistisch en er werd uitgeweken naar zaterdag 13 december. De dag waarop tijdens een officiële zitting in de Tilburgse schouwburg Metropole en onder het wakend oog van talloze hoogwaardigheidsbekleders diegene zou worden gepromoveerd tot doctor honoris causa.

Inderdaad, Robert Schuman. De Fransman was in 1910 aan de universiteit van Straatsburg in de Rechten gepromoveerd en had vóórdat hij de Tilburgse cappa omgehangen kreeg al eredoctoraten ontvangen van de universiteiten van Laval (Québec), Harvard, Birmingham en in juli 1952 nog van de University of Edinburgh. De Franse minister van Buitenlandse Zaken accepteerde de uitnodiging.

Hoewel zich onder de toehoorders tal van prominenten bevonden, onder wie minister-president Drees, de Nederlandse ministers van Binnenlandse en Buitenlandse zaken en de Franse ambassadeur, leek het onthaal enigszins amateuristisch te zijn. De organisatie was dan wel belegd bij een hooglerarencomité, maar de senaat had uitdrukkelijk de Tilburgse alumnivereniging T.A.E.K. een grote rol gegeven in het geheel.

Zo was W. Heere, hoogleraar positieve en beschrijvende sociologie, door de senaat aangewezen “voor het afhalen en wegbrengen van Minister Schuman”. In zijn huis had hij in de ochtend van de buluitreiking ook het ontbijt gebruikt, terwijl de cappa tegelijkertijd werd aangemeten. Op de vraag van Schuman wanneer hij deze terug diende te geven, zoals hij recentelijk in Edinburgh nog verplicht was te doen, antwoordde Heere “dat hij deze toga, hem in Tilburg gegeven, mocht behouden”.

Overhandiging van de bul, behorend bij het eredoctoraat, aan Robert Schuman door hoogleraar Han Kaag van de Katholieke Economische Hogeschool in Tilburg (collectie Academisch Erfgoed, Tilburg University)

Om klokslag elf uur begon de ceremonie in de schouwburg met het zingen van het ‘Io Vivat’ door de studenten, die begeleid werden door het politiemuziekcorps. Nadat het Franse volkslied had geklonken en de academische plechtigheid met het “gebruikelijke gebed” was geopend, nam rector magnificus Smeets het woord. Bij zijn toekenningsrede maakte hij een opvallende parallel tussen het vorige eredoctoraat, in 1947 toegekend aan de sociaal bewogen Limburgse ‘mijnenpriester’ Henri Poels, die net als Schuman nu “een ziener in de toekomst was”.

Smeets vervolgde “Ook hij [Schuman] baant nieuwe wegen, waarlangs vrede en welvaart, economie en recht in het Europa van deze tijd, naar mag worden gehoopt, zullen gedijen, en ook bij hem valt het accent van de belangstelling op de economisch zo gewichtige kolensector”.

Robert Schuman op het bordes van het paleis-raadhuis van Tilburg, geflankeerd door (links) Louis Beel, minister van Binnenlandse Zaken en (rechts) minister-president Willem Drees (collectie Academisch Erfgoed, Tilburg University)

Nadat Kaag zich van zijn rol had gekweten door Schuman de cappa om te hangen, ging hij in op de criteria die tot deze toekenning hadden geleid. Hierbij sprak hij hem aan met de voornaam, mon cher frère Robert, zoals gebruikelijk was onder Tilburgse academici.

Kaag: “het waren speciaal de studenten, de jeugd dus, die begrepen dat het hier niet alleen een wetenschapsmens betrof, maar bovenal de excellente promotor van ’n nieuw Europa, een nieuwe wereld. Deze onderscheiding, dit eredoctoraat was dan ook geheel overeenkomstig de geest van hen, en speciaal van die studenten die voor dit Europees en voor dit vredes-ideaal streden”.

Vervolgens nam de jonge doctor, in het Frans, het woord. In zijn dankwoord sprak hij over de moeilijke taak die Europa wacht en die erop neerkwam om christelijke broederliefde te kweken onder haar landen om de aloude vijandschap geen kans te geven en om te zoeken naar gemeenschappelijke eenheid. De christelijke moraal was hiervoor toonaangevend, zo stelde Schuman.

De senaat van studentencorps St. Olof biedt Schuman een taart aan in de vorm van een Vikingschip (collectie Academisch Erfgoed, Tilburg University)

Nadat het Wilhelmus de plechtigheid had afgesloten, troonde het gevolg zich naar het paleis-raadhuis waar Schuman recipieerde. Daar kreeg hij van de senaat van het Tilburgse studentencorps St. Olof een feesttaart aangeboden, voorstellende een Vikingschip met Europese vlaggen en het – toepasselijke – Olofdevies per institiam ad pacem (door gerechtigheid tot de vrede). Nu hij ook onderdeel van de Tilburgse universiteitsgemeenschap was geworden, werd hem in één moeite het T.A.E.K.-lidmaatschap aangeboden.

Duits krantenartikel waarin bericht wordt over de Tilburgse studenten die naar Straatsburg reisden om Robert Schuman, de eerste voorzitter van het Europees Parlement, een voorzittershamer te overhandigen (collectie Academisch Erfgoed, Tilburg University)

Om vier uur liep de ceremonie ten einde en kon Heere zijn professorabele rol weer omruilen toen hij Schuman naar het station van Roosendaal reed. Vandaaruit zou de jonge doctor de trein naar Parijs nemen. De Tilburgse studenten zouden de Vader van Europa niet vergeten.

Jaren later, in 1958, reisde een viertal van hen met de auto naar Straatsburg om de zojuist benoemde eerste voorzitter van het Europees Parlement een houten voorzittershamer te overhandigen. Das originelle Geschenk gilt als Symbol für die Notwendigkeit zur Europäischen Einigung, kopte een Duitse krant. Helaas, is die Europese eenheid nog niet voltooid.

De ceremonie is opgenomen en te beluisteren via de Schatkamer van Beeld en Geluid.

Joep van Gennip is Coördinator Academisch Erfgoed van Tilburg University.

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.