Studenten fietsen in één dag van Parijs naar Tilburg: ‘Je moet jezelf dwingen om nog een peperkoek te eten’
Terwijl de meeste mensen afgelopen weekend verkoeling zochten vanwege de zomerse temperaturen, stapten tien studenten in Parijs op de fiets voor een tocht van ruim twintig uur richting Tilburg. ‘We hebben gelukkig maar zes lekke banden gehad.’

De fietstocht van ruim 400 kilometer van Parijs naar Tilburg is een traditie binnen de Tilburgse Studenten Wielervereniging De Meet en wordt eens in de twee jaar georganiseerd. Het doel van dit jaar: een sportieve uitdaging aangaan én geld inzamelen voor het KWF. In totaal haalden de studenten ruim 1.300 euro op.
Zaterdagochtend om kwart over vier stapte de groep op de fiets in de Franse hoofdstad. Pas rond één uur ’s nachts bereikten zij Tilburg. Onder hen was de 20-jarige Tim van der Meijden, derdejaarsstudent Bedrijfskunde en secretaris van de studentenvereniging.
‘We hebben ongeveer vijftien en een half uur daadwerkelijk gefietst,’ vertelt Van der Meijden. ‘Met alle stops erbij waren we ruim 21 uur onderweg.’
Hitte en honderd liter water
Waarom iemand vrijwillig besluit om honderden kilometers op één dag te fietsen? Van der Meijden lacht. ‘Dat vragen we onszelf eigenlijk ook af. Het is vooral de uitdaging. Je doet iets waar je eigenlijk niet echt voor kunt trainen. Een half jaar van tevoren weet je al dat je eraan gaat beginnen.’
De omstandigheden waren zwaar. Niet vanwege regen of tegenwind, maar door de hoge temperaturen. In Nederland liep de temperatuur op tot 32 graden en in Frankrijk trotseerden de fietsers zelfs temperaturen van 36 graden. ‘Het was ontzettend warm. Daarom hadden we voortdurend ijs, water en natte panty’s om af te koelen.’ Om de deelnemers onderweg van voldoende drinken te voorzien, reed een ondersteuningsteam van zes personen mee.
‘Iedereen had achttien bidons van 750 milliliter beschikbaar. Dat komt neer op ongeveer vijftien liter per persoon. In totaal ging er meer dan honderd liter water doorheen. Bij iedere supermarkt kochten onze vrijwilligers al het ijs dat ze konden vinden, zodat wij op de fiets konden afkoelen.’

Om drie uur uit bed
De groep arriveerde vrijdag al in Parijs om de tocht goed voorbereid te kunnen starten. ‘We zijn naar de Eiffeltoren geweest, hebben samen gegeten en probeerden op tijd naar bed te gaan. Vervolgens ging om drie uur ’s nachts de wekker alweer.’
De eerste uren van de rit maakten direct indruk. ‘Het mooiste moment was toen we Parijs uitreden. De zon kwam op boven de heuvels en iedereen zat lekker in zijn ritme. Je bent ook blij dat je eindelijk de drukke stad uit bent.’
Onderweg bleef grote pech uit, al waren er wel wat technische problemen. ‘We hebben zes lekke banden gehad. Gelukkig hadden we reservewielen bij ons, dus dat was snel opgelost.’
Gevecht tegen de peperkoek
Fietsen bleek uiteindelijk niet eens de grootste uitdaging. Eten was minstens zo belangrijk. ‘Vanaf woensdag begin je al extra veel te eten: pasta, pannenkoeken, alles eigenlijk. Tijdens de rit moet je vervolgens elk half uur iets eten. Een banaan, een wafel of een stuk peperkoek.’
Maar na honderden kilometers wordt zelfs dat een opgave. ‘Op een gegeven moment wil je gewoon niet meer eten. Mentaal heb je geen zin om nóg een stuk peperkoek weg te werken, terwijl je weet dat je het nodig hebt. Dat wordt echt een gevecht. Snoep bleek uiteindelijk vaak de beste oplossing.’
Samen afzien
Tijdens de lange tocht werd er minder gepraat dan je misschien zou verwachten. ‘Iedereen zit vooral in zijn eigen wereld. Je bent bezig met fietsen en energie sparen. Maar tegelijkertijd sleep je elkaar er wel doorheen. Je bent trots op elkaar.’
Ook de radio zorgde onderweg voor afleiding. ‘We hadden een speaker mee. Op een gegeven moment luisterden we naar de WK-wedstrijd tussen Nederland en Zweden. Als er een doelpunt voor Nederland viel, gaf dat weer even energie. Dat soort dingen breken de rit een beetje op.’

Opluchting bij de finish
De laatste kilometers voelden voor iedere deelnemer anders, vertelt Van der Meijden. Toch kwam het besef dat de finish haalbaar was ongeveer rond Turnhout. ‘Dan weet iedereen: we gaan het halen.’
Aan het begin van de nacht van zaterdag op zondag stonden in Tilburg tientallen mensen klaar om de fietsers te verwelkomen. ‘Bij het universiteitslogo op de campus stonden zo’n dertig à veertig vrienden, familieleden en leden van de vereniging die niet hadden meegefietst. Op dat moment voel je voor het eerst echt de opluchting.’
Na meer dan twintig uur onderweg te zijn geweest, volgde nog een kleine afterparty. ‘Maar eerlijk gezegd dacht ik vooral: ik wil naar bed.’
De lichamelijke gevolgen zijn nog altijd voelbaar voor de studenten. ‘Mijn nek, schouders en handen doen pijn. En voorlopig neem ik liever geen trap. Maar spierpijn hoort erbij.’ Van rust lijkt overigens nauwelijks sprake. ‘Ik ga morgen alweer fietsen,’ zegt Van der Meijden. ‘Gewoon een rondje van zeventig kilometer.’