Lessen voor kwetsbaar Europa door oorlog in Iran: ‘Hoe minder olie en gas, hoe minder geopolitiek risico’
Overstappen van olie en gas naar hernieuwbare energie. Hoe moeilijk kan het zijn? In de praktijk lopen we tegen veel obstakels aan. En wie betaalt de rekening voor de energietransitie? Energie-expert Rodrigo Vallejo legt uit waar de schoen wringt voor Europa.

De oorlog in Oekraïne en de boycot van Russische olie en gas versnelden de overgang van fossiele naar hernieuwbare energie. En sinds de olie- en gasprijzen opnieuw tijdelijk door het dak zijn gegaan door de oorlog met Iran, zoeken overheden, burgers en bedrijven nog intensiever naar alternatieve energiebronnen. Het loont plotseling weer om te investeren in warmtepompen en elektrische auto’s. Maar waarom stappen we niet massaal over op groene energie?
Verspil nooit een goede crisis
‘De Iran-oorlog laat zien dat fossiele brandstoffen niet alleen een klimaatprobleem zijn; ze vormen ook een geopolitiek risico,’ legt Rodrigo Vallejo uit. Hij is universitair hoofddocent Energierecht en -regulering voor de digitale en groene transitie.
‘Elke prijsschok voor olie en gas maakt binnenlandse schone energie aantrekkelijker, en daarom hebben investeerders de afgelopen maanden veel meer geld geïnvesteerd in bedrijven die actief zijn in hernieuwbare energie. Dit geeft een groeiend vertrouwen aan dat de markt in die sector zal groeien.’
‘De oorlogen in Oekraïne en Iran hebben blootgelegd hoe kwetsbaar Europa is door de afhankelijkheid van buitenlandse fossiele energie,’ vervolgt Vallejo. ‘De les is simpel: hoe minder fossiele energie Europa importeert, hoe minder geopolitiek risico het importeert.’
Het stroomnet zit vol
Maar de overgang naar groene energie hangt niet alleen af van beschikbare investeringen, waarschuwt Vallejo. De sector staat nog steeds voor een aantal grote uitdagingen: ‘Een belangrijke bottleneck is infrastructuur: Europa probeert een economie van de 21e eeuw te elektrificeren op stroomnetten die zijn ontworpen voor de 20e eeuw.’
En Nederland loopt ongewild voorop in die ontwikkeling. Veel nieuwe zonneparken, windparken, zelfs nieuwe huizen en bedrijven zitten vast in meerjarige aansluitingswachtrijen. Er is simpelweg niet genoeg capaciteit op het net. ‘Er is geen gemakkelijke oplossing voor dit probleem, legt Vallejo uit. ‘Naast het slimmer benutten van de capaciteit lijkt het uitbreiden van de capaciteit van de elektriciteitsnetten de logische weg, maar het kost tijd.’
Het klinkt paradoxaal: in deze tijd van het jaar kunnen we meer energie verbruiken, want op zonnige of winderige dagen leveren de parken zoveel elektriciteit dat de elektriciteitsprijs zelfs negatief kan worden. Dan is het stroomverbruik zelfs gratis of krijg je geld toe als je je elektrische auto aansluit op het laadstation. Maar het terugleveren van zelf opgewekte elektriciteit kóst juist geld.
Er is op die momenten een overschot aan stroom. Daarom moet er meer opslagcapaciteit komen in de vorm van batterijen of toepassingen zoals groene waterstof, waarbij duurzame elektriciteit wordt omgezet in gas. Vallejo: ‘Dit vereist veel investeringen, van startups tot grote bedrijven, omdat opslag om een heel ecosysteem vraagt.’
Energiearmoede
In de huidige energiecrisis betalen investeringen zich uit. Maar juist de rijke huishoudens profiteren het meest van de groene subsidies. Mensen met een lager inkomen in een huurwoning met een oude benzineauto voor de deur, profiteren nauwelijks van de dynamische energieprijzen en betalen wel de hoogste prijs aan de pomp.
Tegelijkertijd neemt het aantal gezinnen dat leeft in zogenaamde ‘energiearmoede’ sterk toe. Vooral nu de salderingsregeling voor zonne-energie in 2027 afloopt, waardoor eigenaren van zonnepanelen zelfopgewekte stroom niet meer wegstrepen tegen hun verbruik, en er mogelijk een nieuwe belasting op CO2-uitstoot komt.
Mensen met een laag inkomen hebben vaak te weinig geld of kansen om te investeren in dure, energiezuinige installaties of elektrische auto’s. Studenten lopen ook het risico opnieuw slachtoffer te worden van hoge energierekeningen.
Cultuurveranderingen
Vallejo erkent dat probleem, maar blijft voorzichtig optimistisch: ‘We boeken vooruitgang, ook al is het soms langzaam. We zien dit bijvoorbeeld in de verkoopcijfers van elektrische voertuigen. Vorig jaar was één op de vijf verkochte auto’s in Europa elektrisch, vergeleken met slechts twee procent in 2019. In minder dan tien jaar is het aandeel EV’s bijna tien keer zo groot geworden.’
Vallejo: ‘Er kan en moet nog veel meer gedaan worden. Auto’s elektrificeren is belangrijk, maar we moeten schone mobiliteit niet beperken tot privé-autobezit. Duurzaam openbaar vervoer, gedeelde mobiliteit en schonere brandstoffen voor luchtvaart en scheepvaart maken deel uit van dezelfde transitie.’
Korte termijn
Eerder deze maand promoveerde onderzoeker Dongchen He aan Tilburg University op elektriciteitsbeleid in de energietransitie. He pleit er in haar proefschrift voor om huishoudens meer keuzevrijheid te geven in subsidies. Omdat mensen met een lager inkomen vooral de voorkeur geven aan financiële prikkels die op korte termijn geld opleveren en investeringen op de lange termijn afslaan.
Vallejo ziet vooral een rol voor de overheid weggelegd bij het maken van groene keuzes: ‘Kortetermijndenken is een van de grootste bedreigingen op dit gebied. De overgang vereist langetermijnbeleidszekerheid, maar huishoudens leven met kortetermijnbudgetten. Goed beleid moet beide doen: mensen nu beschermen en hen helpen ontsnappen aan de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in de loop van de tijd.’
‘Dit geeft aan dat de overgang niet alleen draait om het mogelijk maken van technologische innovatie. Het gaat ook om het uitfaseren van de fossiele brandstoffen op een eerlijke manier – voor lage inkomens, voor arme regio’s en huishoudens wiens leven nog steeds afhankelijk is van olie en gas,’ benadrukt Vallejo.
Lichtpuntjes
Ondanks alle energiecrises ziet Vallejo ook lichtpuntjes: ‘Er is echte vooruitgang: hernieuwbare energie levert nu bijna de helft van de EU-elektriciteit, naast ongeveer een kwart van het totale energieverbruik in Europa. Maar elektriciteit is slechts een deel van het verhaal. Verwarming, transport en industrie moeten nog steeds veel sneller elektrificeren.’
Toch benadrukt Vallejo: ‘Als Europa sneller wil gaan na Oekraïne en Hormuz, moeten we in de volgende fase niet alleen inzetten op hernieuwbare energie. Europa moet vooral ook investeren in nieuwe infrastructuur: netwerken en opslag, en regels die een duurzame levensstijl bevorderen.’
Congres over klimaat- en energietransities
Hoe geven we de klimaat- en energietransitie vorm op een manier die niet alleen duurzaam en betaalbaar is maar ook rechtvaardig? Dat is de centrale vraag op het congres ‘Powering Change Together’ dat de Academische Werkplaats Klimaat en Energie op donderdag 25 en vrijdag 26 juni organiseert.