Hans van den Heuvel werkt ruim 35 jaar in het sportcentrum: ‘Ik blijf dit tot de allerlaatste dag doen’
Al ruim 35 jaar is Hans van den Heuvel een vertrouwd gezicht in het sportcentrum. De sportleraar en sportmanager zag generaties studenten komen en gaan en sporttrends verschuiven. Wat bleef is zijn liefde voor sport en de overtuiging dat het sportcentrum vooral een plek moet zijn waar studenten elkaar ontmoeten.

Eigenlijk wilde hij sportleraar op een middelbare school worden, maar Hans van den Heuvel (65) kwam in 1990 als tennisleraar en volleybaltrainer bij het Sports Center terecht. Later gaf hij ook nog fitnesslessen. Inmiddels is hij manager sport en daardoor verantwoordelijk voor het hele sportprogramma van het sportcentrum.
‘Het is fantastisch om hier met al die enthousiaste jongeren te werken,’ zegt Van den Heuvel in een lokaal op de eerste verdieping van het sportcentrum. ‘Het verschil met lesgeven op een middelbare school? Studenten die hier komen hebben vrijwillig een abonnement aangeschaft, die willen écht iets doen en leren.’
Sinds dit jaar geeft Van den Heuvel zelf geen sportlessen meer. ‘Ik mis lesgeven heel erg, maar in het sportcentrum gaat het continu door. We zijn altijd open, ook als het onderwijs vakantie heeft. Na veertig jaar vond ik iets meer vrijheid om een vakantie of concert te kunnen plannen wel fijn.’
Over twee jaar gaat Van den Heuvel met pensioen. ‘Ik ben daar nog helemaal niet mee bezig, want ik heb de leukste baan ter wereld. Toch zal ik het los moeten laten, net zoals ik het lesgeven heb losgelaten. Het is ook goed als er jonge, nieuwe mensen komen.’ Maar zo ver is het nog niet. Resoluut: ‘Ik blijf dit tot de allerlaatste dag doen.’
Mbo-studenten binnenlaten
Het sportcentrum van Tilburg University werd geopend in 1962 en was toen nog alleen toegankelijk voor studenten en medewerkers van de universiteit. Sinds 1984 zijn ook hbo’ers welkom. ‘Logisch, want hbo’ers en universitaire studenten wonen samen in studentenhuizen. Dus die willen ook samen kunnen sporten.’
Van den Heuvel vindt dat onderzocht moet worden of het sportcentrum ook mbo-studenten binnen kan laten. ‘Maar of dat haalbaar is, is de vraag. Het lastige is dat veel mbo’ers thuis wonen en zich op hun lokale sportvereniging richten.
‘Universitaire- en hbo-studenten wonen vaker op kamers en week je daarom makkelijker los van thuis. Bovendien zouden mbo-opleidingen aan het sporten moeten meebetalen. Met Fontys en Avans hebben we namelijk ook een overeenkomst.’
In het sportcafé hangen
Mbo-studenten hebben de weg naar het sportcentrum dus nog niet weten te vinden, maar internationale studenten wel. ‘In mijn begintijd waren er nog nauwelijks internationals,’ gaat Van den Heuvel verder.
‘Later kwamen er studenten uit China, Duitsland en het voormalige Oostblok. Ik herinner me dat studenten uit het Oostblok met verbazing tegen mij zeiden: ‘U praat tegen mij.’ Dat waren ze niet gewend. Zij kenden leraren als mensen die opdrachten gaven, niet als personen om tegen te praten.’ Lachend: ‘Daar hebben ze nu geen last meer van hoor.’
Er is de afgelopen jaren wel meer veranderd, stelt Van den Heuvel vast. ‘Toen ik hier net werkte, studeerden jongeren nog makkelijk tien jaar. En we hadden een sportcafé waar ze na het sporten tot een uur of twee of drie in de ochtend bleven zitten.’
Verenigingscultuur
‘Zo lang studeren kan niet meer en de openingstijden van het sportcafé zijn aangepast. Bovendien kost alles meer geld, waardoor jongeren keuzes moeten maken. Dat geldt ook voor sporten.
‘Met 27 studentensportverenigingen heerst er nog wel een verenigingscultuur, maar toch zie je dat er steeds meer voor individuele sporten wordt gekozen. Dan doen studenten van die oortjes in en zitten ze volledig in hun eigen wereld.’
Van den Heuvel heeft bewondering voor studenten die naast hun studie in het bestuur van een sportvereniging zitten. ‘Soms zie ik iemand van achttien met ontzettend veel energie en goede ideeën flink wat uren maken binnen zo’n bestuur en dan denk ik: wauw, zo jong en dan al zo goed weten wat je wilt.
‘En natuurlijk staat een bestuursfunctie van een sportvereniging goed op je cv, daar gaat het uiteraard ook om.’
Geen padel
Het sportcentrum gaat ook mee met sporttrends. ‘De grote traditionele sporten, zoals voetbal, hockey, tennis en basketbal, die blijven. Maar laatst kwam er iemand naar mij toe die heel enthousiast vroeg: ‘Kan ik hier aan Brazilian jiu-jitsu (BJJ) doen?’ Dat kan, als je vijftien andere mensen vindt die dat ook leuk vinden, dan roosteren we BJJ in. Een buitenlandse student wilde graag schaken. Ook dan maken we een afspraak om te kijken wat mogelijk is.’
Het ontbreken van één specifieke sport doet Van den Heuvel een beetje zeer. ‘We zouden heel graag padel aanbieden. Daar wordt door studenten ontzettend veel naar gevraagd.’ Wijzend naar buiten: ‘We hebben de ruimte om die faciliteiten te bouwen, maar dat mag niet vanwege de geluidsoverlast die padel veroorzaakt. Binnen hebben we de mogelijkheden helaas niet, we zitten bomvol.’
En sommige sporten op een andere locatie onderbrengen heeft niet de voorkeur, aldus Van den Heuvel. ‘We zien dat studenten graag naar het sportcentrum komen. Dit wordt toch gezien als dé centrale plek om te sporten. Bovendien kom je hier vrienden en bekenden tegen. Maar er zijn enkele uitzonderingen, zo zit de turnhal iets verderop en de rugbyvelden liggen aan de Bredaseweg.’
Een veld en een bal
Waar studenten in het onderwijs en in hun dagelijks leven volop te maken hebben met digitalisering en AI, is dat in het sportcentrum vooral op kantoor aan de orde, zegt Van den Heuvel lachend. ‘Het mooie aan sport is dat je over het algemeen alleen een veld en een bal nodig hebt. De rest is competitie, respect en gezelligheid.
‘Respect is hier een groot goed. Studenten zitten allemaal in hetzelfde schuitje: ze hebben dezelfde leeftijd, maken allemaal fouten en zijn allemaal weleens onzeker. Daarom vinden we het belangrijk dat het sportcentrum een veilige omgeving is. We zijn blij dat studenten elkaar opzoeken en naar elkaar omkijken.’
Naar elkaar omkijken
Als er iets ingrijpends gebeurt, wil het sportcentrum zelf ook naar studenten omkijken, zegt Van den Heuvel. ‘Het meest verschrikkelijke wat je als sportvereniging kan meemaken, is dat één van je leden overlijdt. Voor jonge mensen is de dood van een leeftijdgenoot iets onwerkelijks. Het hakt er behoorlijk in.
‘Voor dit soort tragische gebeurtenissen hebben we protocollen klaarliggen. Vanuit het sportcentrum kunnen we het verenigingsbestuur begeleiden en gelukkig heeft de universiteit vertrouwenspersonen waar we naar kunnen doorverwijzen.’
Grensoverschrijdend gedrag
Het sportcentrum probeert ook met de tijd mee te gaan. ‘Waar open douches eerst geen probleem waren, willen studenten nu in gesloten cabines douchen. Dat zal onder andere met de camera’s op mobiele telefoons te maken hebben.
‘Jongeren zijn heel erg bezig met hoe ze overkomen op YouTube, TikTok of Instagram. Vaak filmen ze zichzelf tijdens het sporten. Dan zeggen we vanuit het sportcentrum: prima, maar let erop dat je alleen jezelf filmt en dat er niemand anders te zien is.
‘De hele maatschappij is veranderd en alles wat daarin gebeurt, zie je in het sportcentrum ook: vrouwonvriendelijk- en grensoverschrijdend gedrag, het gebruik van pilletjes, dat soort dingen.
‘Zowel het sportcentrum als het College van Bestuur van de universiteit wil dat grensoverschrijdend gedrag niet plaatsvindt. We moeten onze ogen er zeker niet voor sluiten en er iets aan doen. Tegelijkertijd kunnen we moeilijk altijd overal bij gaan staan.
‘Sport betekent ook dat je elkaar moet aanraken,’ concludeert Van den Heuvel. ‘Zeker bij contactsporten. Ik ben blij dat we sporten als judo, turnen of cheersport (cheerleading, red.) kunnen aanbieden en dat jonge mensen elkaar nog gewoon durven aan te raken.’
Ook meedoen?
Wil jij ook meedoen aan Vaste Krachten? Ben of ken jij iemand die al 20 jaar of langer bij Tilburg University werkt en die een mooi verhaal te vertellen heeft? Neem dan contact op met de redactie van Univers: univers@uvt.nl.
