Het kabinet snijdt in de sociale zekerheid, maar wie beschermt de burger?
Het kabinet snijdt fors in de sociale zekerheid. Antje Beers maakt zich zorgen over de kwetsbare burger. ‘We gaan een fase in waar meer mensen hun rechten zien afnemen. De behoefte aan rechtsbescherming neemt toe.’

Vorige week presenteerde het kabinet het coalitieakkoord. Al snel ging de aandacht uit naar de forse bezuinigingen in de zorg en het sociaal domein. Dat deze keuzes zouden worden gemaakt, is gezien de financiële situatie misschien niet verrassend. Maar dat maakt de gevolgen niet minder ingrijpend. Met name in de sociale zekerheid wordt stevig gesneden in bestaande rechten, en juist daar raakt beleid direct het dagelijks leven van mensen.
Een sprekend voorbeeld is de Werkloosheidswet. De maximale uitkeringsduur wordt teruggebracht van twee jaar naar één jaar. Ook bouwen mensen minder snel recht op WW op. Daar staat tegenover dat de uitkering in de eerste maanden iets hoger wordt: 80 procent in plaats van 75 procent. De gedachte is dat de WW zo ‘activerender’ wordt.
Die afbouw zal niet iedereen even hard treffen. Vooral mensen in een kwetsbare positie krijgen hiermee te maken: mensen met een zwakkere arbeidsmarktpositie, gezondheidsproblemen of een beperkt netwerk. Juist voor hen is goede rechtsbescherming van groot belang. En precies daar wringt het.
Geschillen over sociale zekerheid spelen zich grotendeels af in het bestuursrecht. Een advocaat is daarbij niet verplicht, wat kosten kan besparen. Tegelijkertijd is het socialezekerheidsrecht technisch en complex. Veel mensen hebben bovendien te maken met stress en een verminderd doenvermogen. In zo’n situatie is professionele rechtsbijstand een voorwaarde om daadwerkelijk je recht te kunnen halen. De toegevoegde waarde van sociaal advocaten of andere vormen van rechtsbijstand is dan ook groot.
Het probleem is alleen dat die rechtsbijstand al jaren onder druk staat, ook voor de middenklasse. Het tekort aan sociaal advocaten is nijpend en structurele investeringen blijven achter. Dat veel sociaal advocaten de sector hebben verlaten, is dan ook geen verrassing. En dat terwijl we nu een fase ingaan waarin meer mensen hun rechten zien afnemen en de behoefte aan rechtsbescherming juist toeneemt.
In het coalitieakkoord wordt wel gesproken over investeren in de sociale advocatuur, maar het is dan wel van belang dat dit voldoende en structureel zal zijn. Daarnaast ligt een verlaging van griffiekosten voor de hand, evenals het ruimer openstellen van bijzondere bijstand voor gerechtelijke procedures.
Rechtsbescherming gaat verder dan toegang tot een advocaat. Macht vraagt om tegenmacht. Voor de uitvoering van het akkoord zijn wetswijzigingen nodig, maar in Nederland kunnen wetten nog altijd niet worden getoetst aan de Grondwet, het Statuut of algemene rechtsbeginselen zoals het evenredigheidsbeginsel. Dat is een gemis. Het is positief dat het kabinet via de Wet versterking waarborgfunctie Awb stappen wil zetten om toetsing aan evenredigheid mogelijk te maken, maar ook hier geldt wederom dat dit zonder rechtsbijstand vooral een papieren belofte is.
Tot slot kan het afnemen van sociale rechten aan iets meer fundamenteels raken, namelijk vertrouwen in de overheid. Onderzoek laat zien dat procedurele rechtvaardigheid (het gevoel gehoord en serieus genomen te worden) van groot belang is, ongeacht de uitkomst van een besluit. Het recht op menselijk contact en het bieden van maatwerk zijn daarom van groot belang. Zonder versterking van rechtsbescherming en uitvoering wordt de afbouw van sociale rechten een risico voor de rechtsstaat zelf.
Antje Beers is masterstudente staats- en bestuursrecht en arbeidsrecht aan Tilburg University.
