Studeren is meer dan een diploma halen
De opkomst bij de medezeggenschapsverkiezingen is opnieuw gedaald. Dat ligt niet alleen aan de universiteit, schrijft Antje Beers. ‘Ook van studenten mag iets worden verwacht. Wie invloed wil hebben op wat er gebeurt, zal ook de moeite moeten nemen om te stemmen.’

De verkiezingen voor de medezeggenschap zijn weer achter de rug. En opnieuw is de opkomst gedaald. Vorig jaar schreef ik al dat de medezeggenschap zichtbaarder moet worden. Want hoe kun je betrokkenheid verwachten als stukken nauwelijks te vinden zijn en het onduidelijk is wat er eigenlijk besproken wordt?
In dat licht is het goed nieuws dat er nu concrete stappen gezet gaan worden. Er wordt gewerkt aan een medezeggenschapsportaal waarin agenda’s, notulen en andere documenten overzichtelijk beschikbaar komen. Als dat daadwerkelijk voor de zomer operationeel is, en later ook wordt uitgerold naar faculteitsraden, dan is dat al een mooie stap vooruit.
Ook het idee om actief praatjes te houden voorafgaand aan colleges om studenten te informeren over de medezeggenschap verdient waardering. Het zijn precies dit soort initiatieven die nodig zijn om de kloof te verkleinen.
Maar daarmee zijn we er nog niet. De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de universiteit. Ook van studenten zelf mag iets worden verwacht. Wie invloed wil hebben op wat er gebeurt, zal zich ook moeten verdiepen en, op zijn minst, de moeite moeten nemen om te stemmen.
Tegelijkertijd moeten we constateren dat de context waarin zij studeren is veranderd. De samenleving is individualistischer geworden. Studenten hebben minder contacturen, zijn vaker buiten de campus en voelen zich daardoor minder verbonden met de universiteit als gemeenschap. Voor velen is studeren vooral een middel geworden om zo snel mogelijk een diploma halen en door te gaan.
Dat zie je terug op de campus. Natuurlijk zijn er nog altijd actieve studenten bij verenigingen en organisaties. Maar het aantal studenten dat uitsluitend voor colleges en tentamens naar de universiteit komt, lijkt toe te nemen. En dat heeft gevolgen. Want wie zich niet verbonden voelt met de universiteit, zal zich ook minder snel betrokken tonen bij medezeggenschap.
Dit fenomeen beperkt zich overigens niet tot de universiteit. In bredere zin zie je dat het steeds meer moeite kost om mensen ergens actief bij te betrekken. Het individuele leven vraagt veel aandacht, terwijl de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor het collectief onder druk staat.
Juist daarom is het belangrijk om stil te staan bij het mensbeeld dat de universiteit als bijzondere instelling zelf zegt te omarmen. Een universiteit is immers meer dan een plek waar kennis wordt overgedragen. Het is ook een gemeenschap waarin studenten worden gevormd tot mens, als onderdeel van het grotere geheel. Studenten moeten niet alleen opgeleid worden voor de arbeidsmarkt, maar de universiteit moet hen ook meegeven dat het leven om meer draait dan het individu alleen.
Dit is niet eenvoudig. De druk op studenten is hoog, studeren is duurder geworden en de verwachtingen richting de toekomst zijn groot. In zo’n context is het begrijpelijk dat de focus vaak ligt op het eigen pad en het zo snel mogelijk afstuderen.
Maar het is belangrijk om daar zo nu en dan bewust van los te komen. Om even te ontsnappen aan de studiestress en je te richten op iets anders. Bijvoorbeeld door je in te zetten voor een ander, of voor de gemeenschap waarvan je deel uitmaakt.
Dat is een wezenlijk onderdeel van je vorming als mens. Want uiteindelijk kom je als mens tot je recht in relatie tot de ander.
Antje Beers is masterstudente staats- en bestuursrecht en arbeidsrecht aan Tilburg University.
