De medezeggenschap is het hart van de universiteit, maar dat besef brokkelt af
De verkiezingen voor de medezeggenschap aan Tilburg University zijn weer begonnen. Maar de opkomst daalt al jaren, en fracties hebben moeite om kandidaten te vinden. Kritische tegenmacht binnen het hoger onderwijs staat onder druk, terwijl zij onverminderd een sleutelrol speelt in de besluitvorming.

Wie tijdens verkiezingstijd over de campus loopt, wordt geconfronteerd met een levendige drukte. Overal zie je stands, studenten worden benaderd door fractieleden, en er wordt druk gesproken en gediscussieerd.
Democratie in optima forma, zou je denken. Toch verhult dat beeld een hardnekkige trend: de betrokkenheid bij de medezeggenschap blijft beperkt.
Het opkomstpercentage bij de verkiezingen voor de universiteitsraad lag vorig jaar op 26 procent onder studenten, iets lager dan het jaar daarvoor. Ook op facultair niveau zijn de cijfers vergelijkbaar: doorgaans stemt slechts een kwart tot een derde van de studenten. Daarmee behoort Tilburg nog altijd tot de universiteiten met een relatief hoge opkomst en een actieve medezeggenschapstraditie — maar het draagvlak slinkt.
Coronaperiode
Die cijfers passen in een breder landelijk beeld. Aan de Universiteit Utrecht stemde in 2025 23,6 procent van de studenten en 26 procent van de medewerkers. Elders liggen de percentages nog lager: bij verkiezingen aan de Radboud Universiteit bleef de opkomst vorig jaar steken op 17,7 procent, en op sommige instellingen zakte die zelfs richting de 10 procent.
De coronaperiode, toen studenten en medewerkers veel thuiszaten, heeft er hard ingehakt. Sindsdien krabbelen op sommige universiteiten de opkomstpercentages weer op, maar het animo is vaak niet meer zo hoog als daarvoor.
Dat leidt tot zorgen. Onderwijsminister Dijkgraaf riep in 2023 studenten en medewerkers nog expliciet op om te stemmen en uitte zijn zorgen over de lage opkomst. Het ISO (Interstedelijk Studenten Overleg) deelde die zorgen ook al.
Het dalende animo laat zich ook voelen aan de bestuurlijke en organisatorische kant. Fracties hebben vaak moeite om kandidaten te vinden, steeds minder studenten lijken bereid tot een bestuursjaar. Die twee ontwikkelingen zetten samen de medezeggenschap onder druk.
Betrokkenheid
En dat terwijl de medezeggenschap, zowel op centraal als op facultair niveau, onverminderd belangrijk blijft. Ze vormt het hart van de universiteit: een instituut waar beslissingen in gezamenlijk overleg worden genomen, een democratisch bolwerk. Universiteits- en faculteitsraden hebben instemmings- en adviesrechten op onderwerpen variërend van onderwijsbeleid tot begrotingen en studentenwelzijn.
Juist daarom roept de lage betrokkenheid vragen op. Hoe kijken de partijen en betrokkenen zelf naar die ontwikkeling?
Snel diploma halen
‘Studenten komen sinds corona minder vaak naar de campus,’ zegt voorzitter Wiktoria Kaminska van fractie SAM. ‘Dat zorgt voor minder levendigheid en betrokkenheid. Studenten weten ook niet goed wat de medezeggenschap is en wat de impact ervan is.’
Fractie SAM is de oudste studentenfractie van Tilburg University, opgericht in 1995. Kaminska herkent de zorgen over de dalende opkomst tijdens verkiezingen, net zoals Niels Beeks, voorzitter van fractie Front. Deze fractie bestaat sinds 2006 en kent dus ook een lange geschiedenis in de universiteitsraad.
Het zou Beeks niet verbazen als de opkomst ook dit jaar weer lager is, omdat de fracties wegens privacywetgeving studenten niet meer mogen benaderen via berichtendienst WhatsApp. Maar, zegt Beeks: ‘Studenten zijn ook gewoon individualistischer geworden.’
Duur studentenleven
Daar kunnen studenten zelf weinig aan doen. Studeren is duur geworden, de druk om een succesvolle carrière op te bouwen is hoog, het is zaak snel je diploma te halen en door te stromen naar de arbeidsmarkt. Dan is er minder ruimte om je te verdiepen in verkiezingen – of om je in te zetten voor de medezeggenschap en voor een bestuursjaar te gaan.

Het vinden van geschikte kandidaten verliep voor fractie SAM dit jaar vlot, vertelt Kaminska met trots. Maar dat is in het verleden weleens anders geweest. Beeks erkent dat het een hele klus kan zijn om kandidaten te vinden.
‘Het is ook heftig, zo’n bestuursjaar,’ zegt Kaminska. ‘Ineens zit je tegenover het College van Bestuur en moet je je verdiepen in pittige dossiers.’ Het werven in campagnetijd kan een ander struikelblok zijn, ziet Beeks. ‘Sociale angst speelt een rol, veel studenten vinden het heel spannend om anderen aan te spreken.’
Verschil maken
Toch zijn beide voorzitters het erover eens dat een bestuursjaar het meer dan waard is. ‘Je kunt echt verschil maken,’ zegt Kaminska. ‘Toen hertentamens begin dit jaar gewoon doorgingen, ook al reden treinen en bussen niet vanwege noodweer, hebben wij als fractie SAM hierover een brief opgesteld. Al snel zaten we rond de tafel met collegevoorzitter Wim van de Donk.’
Beeks: ‘Je zorgt ervoor dat beleid er niet zomaar top-down doorheen gedrukt kan worden. De medezeggenschap lijkt iets vanzelfsprekends, maar als het weg zou vallen, dan zouden studenten pas echt merken wat ze missen.’
Betere communicatie over de medezeggenschap, in heldere taal, is volgens beide voorzitters belangrijk. Dus: socials nog meer inzetten. Of juist, zoals fractie Front doet, ouderwets papier: op de ‘pleekrant’, hangend aan de binnenkant van de toiletten op de campus, kunnen studenten lezen wat de partij heeft bereikt.
Onbekend maakt onbemind
Dat de medezeggenschap onmisbaar is, hoef je Hans Haans niet uit te leggen. Als voorzitter van de universiteitsraad leidt hij de vergaderingen in goede banen. ‘De universiteitsraad houdt het College van Bestuur een spiegel voor,’ zegt hij. ‘Vragen stellen bij het beleid, processen kritisch volgen en waar nodig je poot stijf houden, daar is de medezeggenschap voor.’
Maar de medezeggenschap is volgens hem naast onmisbaar ook behoorlijk onzichtbaar. ‘De medezeggenschap moet meer bekendheid krijgen. Daar ligt de kern van het probleem. Als je een product in de supermarkt niet kent, koop je het ook niet.’
Haans heeft al concrete ideeën om de universiteitsraad meer voor het voetlicht te brengen. ‘We zijn bezig met een medezeggenschapsportaal waarin de agenda’s, notulen en stukken voor iedereen makkelijk terug te vinden zijn.’
Dit wil Haans voor de universiteitsraad voor de zomer operationeel hebben en later ook bij de faculteitsraden uitrollen. ‘Het is moeilijk om deze stukken te vinden, waardoor mensen niet goed weten wat er inhoudelijk speelt. Dat vind ik een groot probleem.’ Haans wil ook zelf voor volle collegezalen de medezeggenschap introduceren bij studenten.
Confrontatie
Is de relatieve onbekendheid van de medezeggenschap iets van de afgelopen jaren? Of is dit iets van alle tijden? Als iemand dit kan weten, is het Marinus Verhagen. Hij zit namens fractie Onafhankelijken in de universiteitsraad, en is in totaal al zo’n twintig jaar actief in verschillende organen van de Tilburgse medezeggenschap. Zijn motto: never waste a good crisis.
Verhagen: ‘Het animo voor de medezeggenschap gaat altijd op en af. Maar grote veranderingen, crises, bezuinigingen: dat mobiliseert medewerkers. Dan gaan ze zich afvragen waar alle besluiten worden genomen en wordt de medezeggenschap herontdekt.’ Niet toevallig heeft fractie Onafhankelijken dit jaar, in financieel onrustige tijden, een comfortabel aantal van 24 kandidaten op de lijst staan.
Wat Verhagen met de jaren wel heeft zien veranderen, is de bereidheid tot confrontatie onder medewerkers. ‘Er is een soort angst om het met elkaar oneens te zijn, ook tussen de fracties. Maar het mag schuren, dat is een wezenlijk onderdeel van een levendige medezeggenschap.’
Opkomen voor je rechten
Het debat is vlakker geworden, wil Verhagen zeggen, ook dat is niet goed voor de zichtbaarheid. De hoge werkdruk onder personeel helpt hierbij niet. ‘Wie zich inzet voor de medezeggenschap, brengt offers voor het algemeen belang. Maar wie heeft daar nog tijd voor als je constant moet publiceren en beurzen binnen moet halen?’
Toch wérkt de medezeggenschap, vindt Verhagen. ‘Er wordt weleens gezegd dat er wordt geknibbeld aan de rechten van de medezeggenschap. Die indruk heb ik niet, maar wij moeten er wel zelf op letten dat we onze rechten uitoefenen.’
Daar denken beide studentbestuurders hetzelfde over. ‘Het is echt heel gaaf dat je als student kan opkomen voor je rechten binnen de universiteit,’ zegt Kaminska. ‘Je ontmoet daardoor ook zoveel verschillende mensen en staat veel sterker in je schoenen.’
Beeks: ‘De universiteit is van de medewerkers en studenten. En hun wensen krijgen vorm door de medezeggenschap. Dat is iets waar je trots op moet zijn.’
