Carla Bax maakt al veertig jaar de campus schoon: ‘Ik ben trots op mijn werk’
Al bijna veertig jaar werkt schoonmaakster Carla Bax bij Tilburg University. Univers zette de wekker en liep een vroege dienst met haar mee. ‘Sommige mensen kijken neer op schoonmakers. Dat zegt meer over hen dan over mij.’

Als de Tilburgse Carla Bax (65) om kwart voor zes ’s ochtends haar fiets in de stalling zet, ligt de campus er sereen en verlaten bij. Onder begeleiding van enthousiast fluitende vogels loopt ze naar de ingang van het Tiasgebouw. Zonsopgang laat nog even op zich wachten.
Ze is het gewend om in het donker te arriveren, zegt Carla. ‘Mijn wekker gaat om half vijf. Vervolgens start ik rustig op, want ik wil ‘s ochtends niet haasten.’ Om half zes fietst ze vanuit de Reeshof naar de universiteit. ‘Gelukkig ben ik een ochtendmens.’
Ongestoord werken
In 1986 begon Carla Bax als schoonmaakster bij de universiteit. Sinds zeventien jaar is ze verantwoordelijk voor het Tiasgebouw, waarvan ze elke millimeter kent als haar broekzak. Vroeg beginnen heeft z’n voordelen, legt Carla uit. ‘Het is prettig om ongestoord te kunnen werken, zonder dat er studenten en medewerkers in de weg lopen.’
Carla manoeuvreert gedurende de dag een grote kar met schoonmaakbenodigdheden door Tias heen. Het is haar kar: zeepjes, doekjes, afvalzakken en wat persoonlijke spullen zijn met precisie geplaatst en geordend. Op sommige spullen staat haar naam. ‘Alles moet netjes en compleet zijn, ik houd er niet van als het een rommeltje is.’
Kijken, denken, doen
Carla begint haar werkdag op de eerste verdieping. ‘Ik loop altijd dezelfde route en ik werk het liefst alleen. Als er dan iets niet goed gedaan is, weet ik dat het mijn fout was.’ Lachend: ‘En als je met z’n tweeën werkt, wordt er veel gekletst.
‘Wanneer ik een ruimte binnenkom bekijk ik die eerst snel: ligt er rommel op de vloer, staan de stoelen recht, is het bord schoon? Blauwe stift gaat daar bijvoorbeeld heel moeilijk vanaf. Daarna ga ik aan de slag.’ Haar tactiek: ‘Kijken, denken, doen.’ Bovendien weet ze precies hoe lang ze ergens mee bezig is, en dat per verdieping. ‘Ik werk op uur en tijd.’
Toilethokje onder het bloed
‘Het is hier écht vies. Allemaal kak’, zegt Carla als ze een blik in de herentoiletten heeft geworpen. En als ze vervolgens met een borstel door een toiletpot gaat: ‘Deze zit goed vast.’ De damestoiletten zien er meestal beter uit, vindt ze. ‘Maar als die smerig zijn, dan zijn ze ook echt smerig.

‘Zo heb ik eens meegemaakt dat in een toilethokje alles onder het bloed zat: de deur, de muren, echt alles. Met vingers van boven naar beneden uitgesmeerd’, vertelt ze terwijl ze van haar hand een klauw maakt en illustreert hoe het gegaan moet zijn. ‘Dat doe je thuis toch ook niet? Een ongelukje kan gebeuren, maar maak dat dan even schoon.’
Vervelende vochtige doekjes
De microvezeldoeken in Carla’s kar liggen op kleur. ‘Blauw is voor het interieur, rood voor de toiletten, geel voor schoolborden en dan heb ik nog vloerdoeken. Ik vouw de doekjes, zodat ik meerdere vlakken kan gebruiken. Daarna gooi ik ze in de waszak die aan de achterkant van de kar hangt. Aan het eind van mijn dienst breng ik die naar de wasruimte in Cube.
‘Schoonmaakmiddelen mag ik niet gebruiken, alleen water. Dat heeft met milieumaatregelen te maken. In mijn waterspuitbus zit wel een mechanisme dat ervoor zorgt dat ik streepvrij schoonmaak, want niemand wil strepen op zijn of haar bureau.’
Tijdens het afdoen van werknemersbureaus ziet ze af en toe langwerpige pakken met vochtige doekjes liggen. ‘Mensen denken misschien dat er niet is schoongemaakt, ondanks dat ik de bureaus dagelijks afdoe. Maar die vochtige doekjes laten strepen achter, dat is voor schoonmakers heel vervelend. Bij kwaliteitskeuringen worden wij daarop afgerekend.’
Complimenten
Carla heeft er al een paar uur opzitten als het zonlicht op de gevel van Tias valt. Het gebouw vult zich langzaam met de eerste medewerkers en studenten. Ze wordt niet altijd begroet, maar soms krijgt ze een compliment. ‘Iemand zei tegen mij: mevrouw, het ziet er hier altijd heel mooi uit.
‘Toen ik in 1986 bij de universiteit begon, groette iedereen elkaar. Nu komen de mensen naar mij toe om te zeggen dat iets vies is. Overigens heb ik wel eens een doos bonbons gekregen nadat ik op het damestoilet een ring had gevonden. Het was duidelijk een belangrijke ring, want die mevrouw was heel erg blij toen ze ‘m weer terug had.’
Flink sjouwen
Om tien uur is het tijd voor een boterham met kaas en een kopje thee. Aan tafel bij een koffiehoek vertelt Carla dat ze vroeger ook de benedenverdieping van Tias schoonmaakte. ‘Dat lukt me niet meer, ik word een dagje ouder. Schoonmaken is fysiek zwaar werk en dit gebouw heeft meer toiletten dan me lief is’, zegt ze lachend. ‘Gelukkig heb ik nu een draadloze stofzuiger, dat scheelt een hoop bukken.
‘Ik werk nu vier dagen in plaats van vijf. Ooit waren het er zes, onder andere in de bibliotheek. Soms maak ik het mezelf moeilijk, dan wil ik té goed en té netjes werken. Om alles binnen de tijd af te krijgen, moet ik flink sjouwen.’ Met trots: ‘Maar ik wil kwaliteit leveren.’
Minderwaardig werk
‘Ik startte bij de universiteit na de geboorte van mijn zoon. Het was een andere tijd. Er werd nog gerookt in de kantoren en dan moest ik die asbakken schoonmaken. Ik vond die geur zo vies en penetrant. En toen de allereerste computers kwamen, waren dat van die enorme bakbeesten.
‘Sommige mensen kijken neer op schoonmakers. Dat raakt me niet meer, het zegt meer over hen dan over mij. Maar in het begin voelde het soms als minderwaardig werk en vroeg ik me af waarom ik het überhaupt deed. Als meisje wilde ik dolgraag de verpleging in, maar dat mocht niet van mijn vader.
‘Ik verdien misschien minder dan anderen bij de universiteit, maar naarmate ik ouder word doet me dat minder. Ik zou absoluut niet willen ruilen en de hele dag achter een bureau zitten.’ Hard lachend: ‘En ik ben plee-o-loog.’
Altijd blij als Carla is geweest
We zijn altijd heel blij als Carla is geweest, zegt een onderhoudsmedewerker. ‘De mannen hier maken er een behoorlijke bende van.’ Carla heeft de vloerbedekking van de werkruimte in één oogopslag beoordeeld en grijpt naar haar stofzuiger. Niet veel later tikken kruimels en steentjes enthousiast tegen de binnenkant van de stofzuigerslang aan.

Naarmate de ochtend vordert, Carla zich in Tias letterlijk naar boven werkt en de waszak met microvezeldoekjes zich vult, wordt Carla door meer medewerkers aangesproken. ‘Niet te lang op vakantie gaan hoor, Carla’, zegt een passerende collega: ‘Want dan missen we jou.’ Hier en daar wordt een kort praatje gemaakt. Het doet Carla zichtbaar goed. ‘De meeste mensen hier zijn heel aardig. Ik denk dat ze het fijn vinden dat ze een vaste schoonmaakster hebben.’
Trots op mijn werk
In oktober 2027 gaat Carla met pensioen. Echtgenoot Cees ging haar onlangs voor en zorgt voor een kopje thee als ze thuiskomt. ‘Toen hij nog werkte, ging ik na mijn werkdag meteen thuis stofzuigen. Nu is er iemand die zegt: ‘Is dat echt alweer nodig, Carla?
‘Maar na de thee ga ik toch aan de slag. Mijn man zou ook kunnen schoonmaken. Ach, ik doe het toch niet volgens jouw standaarden, is meestal zijn verweer. En dat klopt ook wel.’ Met een knipoog: ‘Hij heeft er gewoon geen zin in.’
Na haar pensioen wil ze meer tijd besteden aan haar kleinzoon en hobby’s als borduren en ansichtkaarten maken. Ook wil ze vrijwilligerswerk met dementerende ouderen gaan doen.
Toch is Carla er nog niet zo mee bezig. ‘Ik ben trots op mijn veertig jaar bij de universiteit en ik haal voldoening uit mijn werk. Als ik het gevoel heb dat ik mijn werk goed heb gedaan, fiets ik nog steeds met een heel tevreden gevoel naar huis.’
Carla Bax is één van de 55 schoonmakers, vrouwen en mannen, die Tilburg University dagelijks schoonhouden. Zij zijn niet in dienst van de universiteit, maar werken bij schoonmaakbedrijf CSU.
Oproep
Ook meedoen aan Vaste Krachten? Ben of ken jij iemand die al 20 jaar of langer bij Tilburg University werkt en die een mooi verhaal te vertellen heeft? Neem dan contact op met de redactie van Univers: univers@uvt.nl.
