‘Zelfs mijn docenten in opleiding zetten AI in, terwijl ze het bij hun leerlingen afkeuren’
Teksten schrijven, foto’s en video’s genereren en zelfs tentamens maken. Ook aan de universiteit is kunstmatige intelligentie niet meer weg te denken. Hoe verandert AI het onderwijs volgens docenten? ‘Als je AI toelaat bij tentamens, ben je niet meer aan het toetsen wat een student weet.’

‘Er gaat iets mis als we het leerproces aan artificiële intelligentie (AI) gaan overlaten,’ zegt een uitgesproken Siebe Bluijs. Hij ziet de komst van generatieve AI, zeker van commerciële chatbots, met lede ogen aan. Bluijs is universitair docent literatuurgeschiedenis aan de faculteit Humanities and Digital Sciences én hij is docentopleider aan het Tilburg Center of the Learning Sciences (TiCeLS).
‘De inzet van commerciële gratis AI, zonder verdere randvoorwaarden en begeleiding van de universiteit, is een groot risico,’ vindt ook Annelieke Mooij. Ze geeft als universitair docent colleges over staats- en bestuursrecht bij de juridische faculteit. ‘ChatGPT en Copilot zijn inmiddels erg ingeburgerd, maar wat gebeurt er met jouw gegevens?’ vraagt ze zich af. ‘Aan het gebruik van deze gratis versies van AI kleven allerlei risico’s.’
Chatbots geven altijd antwoord
De wereld maakte eind 2022 kennis met generatieve AI, door de introductie van zogenaamde Large Language Models (LLM) als ChatGPT. Ook de Tilburgse academische gemeenschap moest snel schakelen om een antwoord te vinden op studenten die hun werkstukken en tentamens niet meer zelf schrijven, maar dat laten doen door chatbots.
‘Begrijp je nog wel precies wat er staat, als je zoveel AI inzet?’ vraagt Mooij zich af. Ze denkt dat een universitair geschoold jurist ook moet kunnen reflecteren op de uitkomsten van ChatGPT.
‘Ik kan jou meteen een inzicht aanreiken, maar dat inzicht ga je je pas eigen maken door het te herhalen, door te oefenen en uiteindelijk door het in te passen binnen je eigen denkkaders en het te verbinden aan jouw wereldbeeld,’ vindt ook Bluijs. ‘Dat is leren wat mij betreft. Dat is niet passief kennis in je hoofd stampen.’
Daarbij komt dat chatbots zo zijn getraind dat ze altijd antwoord geven op de vragen die je stelt. En dat lijkt mooi, maar dat is een probleem volgens Bluijs: ‘In de wetenschap willen we studenten ook leren om de veronderstellingen áchter de vragen te benoemen.’
Mondelinge toetsen
‘Als je AI toelaat bij tentamens, ben je niet meer aan het toetsen wat een student weet, maar hoe goed een student kan prompten,’ zegt Mooij. Om te controleren of een student zich de stof ook echt eigen heeft gemaakt, pleit Bluijs daarom voor mondelinge toetsen. Dat bevalt al prima, want op die manier kan hij dieper doorvragen en studenten laten reflecteren op kennis, houding en vaardigheden.
Toch is het slechts een deel van de oplossing, denkt Bluijs: ‘Misschien grijpen studenten wel naar AI omdat we te veel toetsen. Als we cijfers heel erg belangrijk blijven vinden, dan wordt de verlokking om AI in te zetten groter. Zelfs mijn docenten in opleiding vallen soms terug op AI, terwijl ze het gebruik door hun leerlingen afkeuren. Ze weten ook wel dat ze er zelf minder van opsteken, maar als ze in tijdnood komen is de verleiding te groot om een beetje ‘vals te spelen’.
AI in de beroepspraktijk
Intussen vindt AI zijn weg naar de beroepspraktijk, en daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor de universiteit, vindt Mooij: ‘Welke vaardigheden moeten studenten bezitten in een wereld waarin AI is ingeburgerd?’ In de praktijk kan AI juristen helpen, denkt ze, bijvoorbeeld door contracten na te lezen of door wetgeving en eerdere uitkomsten van rechtszaken na te pluizen: ‘AI is er nu eenmaal en daar moeten we ook ons onderwijsdoel op aanpassen.’
Ze ziet de nieuwe techniek in een lange lijn van ontwikkelingen: ‘Kaartenbakken zijn ontwikkeld om zoeken makkelijker te maken. Daarna kwamen bibliotheken met een digitale zoekfunctie en Google Scholar en ineens kon je wereldwijd alles vinden. AI is een logisch vervolg op technologische ontwikkelingen die al honderden jaren gaande zijn.’
Menselijkheid verliezen
Ook Bluijs geeft les over de inzet van AI, op een andere, creatievere manier: ‘Ik geef een vak over de wisselwerking tussen hedendaagse technologieën en de literatuur. Over schrijvers en makers die AI op creatieve manieren gebruiken, om die technologie tegen het licht te houden en kritisch te bevragen. Bijvoorbeeld hoe ‘digitale literatuur’ de leeservaring beïnvloedt en opnieuw vormgeeft.’
Om studenten te leren reflecteren op de invloed van AI laat Bluijs in zijn colleges zien hoe AI-technologie en maatschappij met elkaar verweven zijn: ‘Dat is nooit eenrichtingsverkeer.’ betoogt hij. Makers van technologie hebben zich al vroeg laten inspireren door de literatuur en film: ‘De kunstzinnige verbeelding gaat vaak vooraf aan die technologieën. Denk maar aan de roman Ik, Robot van Isaac Asimov.
‘Of neem de prachtige film Her, waarin hoofdrolspeler Joaquin Phoenix een ‘relatie’ aangaat met voice-assistent Scarlett Johansson. Die film vormde een inspiratiebron voor de makers van ChatGPT. Het opvallende is: vaak zijn dit soort verbeeldingen dystopieën, waarin personages hun menselijkheid verliezen.’
Eigen chatbot
Om minder afhankelijk te worden van big tech is Mooij voorstander van het ontwikkelen van eigen AI-gereedschap, zoals de chatbot Tilly door Tilburg.ai, een werkgroep van Tilburg University. ‘Bij onze faculteit zijn we bezig met het maken van een eigen chatbot waarbij studenten juridische casussen kunnen testen. De student krijgt niet meer een casus op papier, maar moet in gesprek gaan met die chatbot,’ zegt Mooij.
AI is gereedschap, en het is belangrijk dat alle studenten over het juiste gereedschap beschikken, vindt Mooij. ‘Als wij niks doen, krijg je een kloof tussen studenten met meer financiële bestedingsruimte, die zich betaalde en privacy-veilige AI kunnen veroorloven, en studenten die moeten terugvallen op gratis gereedschap. Dan krijgen we dus een vergroting van de kloof tussen die twee groepen, en dat is wat we niet willen.’
De invloed van AI
‘Ik denk niet dat we AI-technologie helemaal buiten de deur kunnen houden,’ erkent ook Bluijs. Maar hij stelt de ‘instrumentele houding’ aan de kaak waarmee AI wordt omarmd: ‘AI is er nou eenmaal en we moeten er iets mee, klinkt het verkoopverhaal uit Silicon Valley. En dat nemen we klakkeloos over. Daar zouden we veel kritischer over moeten zijn.’ Zo beaamt ook Mooij: ‘Als opleidingsinstituut hoeven wij onze strategie niet door Silicon Valley te laten bepalen.’
Volgens Bluijs dringt AI door tot in de haarvaten van ons leven. Studenten gebruiken chatbots niet alleen als vraagbaak, maar steeds vaker als klankbord, als ‘maatje’ voor persoonlijke vraagstukken en zelfs als therapeut. En hij maakt zich zorgen om de emotionele band die je kunt opbouwen met zo’n chatbot: ‘We moeten meer reflecteren op die invloed van AI.’
‘En juist daar kan de universiteit een grote rol spelen’, vindt Bluijs. ‘Want die is er om fundamentele vragen te stellen over de rol van technologie in de samenleving, en de geesteswetenschappen zijn daar bij uitstek geschikt voor. Wat mij betreft bereiden we studenten niet zomaar voor op de arbeidsmarkt, maar leren we ze te reflecteren op dit soort maatschappelijke ontwikkelingen.’
