Filosoof Jenny Janssens over Ali B en Borsato: ‘We moeten het over de slachtoffers hebben’
De veroordeling van Ali B en de vrijspraak van Marco Borsato laten zien hoe grillig cancel culture werkt, stelt filosoof Jenny Janssens. Volgens haar gaat het publieke debat daarbij steevast de verkeerde kant op: ‘We praten liever over de comeback van de beroemdheid dan over het échte probleem.’

Cancel culture is een term die overal opduikt, maar zelden scherp wordt gedefinieerd. Volgens filosoof en alumna Jenny Janssens begint daar al de verwarring. ‘Voor de een betekent het dat je tegenwoordig ‘niks meer kunt zeggen’ zonder gecanceld te worden. Anderen zeggen juist dat het niet bestaat, omdat gecancelde artiesten uiteindelijk toch weer een podium krijgen. Beide definities zijn te simpel.’
Juridisch of sociaal straffen
Volgens Janssens draait cancel culture in essentie om informeel sociaal straffen: publieke afkeuring buiten de juridische procedure om. ‘In ons rechtssysteem zijn er heldere kaders: ruimte voor hoor en wederhoor, onafhankelijke toetsing en duidelijke autoriteiten die bepalen wat proportioneel is,’ zegt Janssens.
Al deze kaders ontbreken bij cancel culture, stelt Janssens: ‘Iedereen met een platform kan zijn ongenoegen (online) delen. Een boze reactie op Instagram of X is snel geschreven. Hierbij wordt niet zorgvuldig afgewogen of de sociale straf die door het cancelen ontstaat wel proportioneel is, of iemand voldoende kans krijgt op een weerwoord en wanneer een straf eigenlijk eindigt. Dat maakt cancel culture zo problematisch: het is een sanctie zonder duidelijk afgebakende grenzen.’
Juist daardoor lopen juridische en morele oordelen in het publieke debat gemakkelijk door elkaar, ziet Janssens. Een vrijspraak wordt al snel gelezen als morele onschuld, terwijl een veroordeling vaak geldt als definitief maatschappelijk oordeel.
Ali B en Marco Borsato
Neem de zaken rond Ali B en Marco Borsato. In het publieke debat worden die vaak tegenover elkaar gezet: de een werd veroordeeld, de ander niet. Maar volgens Janssens zegt dat juridisch onderscheid niet automatisch alles over morele schuld.
‘Bij zedenzaken is bewijs vaak lastig rond te krijgen. Dat legt vooral bloot hoe moeilijk seksueel geweld juridisch vast te stellen is. Dat Ali B wél is veroordeeld en Borsato niet, betekent niet dat de morele werkelijkheid daarmee volledig in kaart is gebracht.’
Volgens Janssens laat de zaak-Borsato juist zien hoe selectief het publieke oordeel soms werkt. ‘Er zijn dingen die Borsato zelf heeft toegegeven, zoals seksueel getinte berichten sturen naar een minderjarig meisje. Dat blijft moreel gezien op zijn minst problematisch.’
Dat veel mensen dat lijken weg te wuiven, vindt ze zorgelijk. ‘Wanneer fans hem direct weer omarmen, geef je indirect de boodschap af dat dit gedrag niet zo ernstig is. Dat is schadelijk, ook voor slachtoffers en mensen met vergelijkbare ervaringen.’
Halo-effect
Waarom beroemdheden bij hun publiek vaak met grensoverschrijdend gedrag wegkomen, heeft volgens Janssens te maken met het halo-effect: de neiging om positieve eigenschappen op andere vlakken door te trekken. ‘Borsato is jarenlang neergezet als charmant, warm en sympathiek. Daardoor wordt het moeilijker om kritisch te kijken naar wat hij heeft gedaan. We laten ons verblinden door positieve eigenschappen en zijn geneigd om slechte daden door de vingers te zien. Ons morele kompas lijkt dan ineens minder goed te werken.’
Bij Borsato ziet ze dat duidelijk gebeuren. Na jaren van stilte verscheen hij opnieuw in de media, met een framing die vooral draaide om zijn terugkeer. ‘Dan gaat het ineens over hoe zwaar híj het heeft gehad, hoe erg híj gemist werd. Niet over het meisje, niet over haar familie en ook niet over slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag in bredere zin.’
‘Kunst is groter dan de artiest’
Een andere manier om het niet over de inhoud van wangedrag te hoeven hebben, is via het argument dat de kunst losstaat van de maker. Bij artiesten als Michael Jackson klinkt dan al snel: de kunst is groter dan de mens. Janssens gelooft daar niet in: ‘Een kunstwerk is nooit volledig los te koppelen van degene die het maakte. Het is een direct product van iemands creatieve geest.’
Dat mensen juist bij immoreel gedrag ineens zeggen dat kunst en kunstenaar los van elkaar staan, noemt ze een vorm van zelfrechtvaardiging. ‘Het is een copingmechanisme. We willen iets waar we emotioneel in hebben geïnvesteerd – zoals jarenlang fan zijn van Michael Jackson – niet kwijtraken, dus overtuigen we onszelf ervan dat het niets met elkaar te maken heeft.’
Dat argument duikt bovendien vrijwel alleen op wanneer een kunstenaar in opspraak raakt. Bij kunstenaars zonder controverse vragen we ons zelden af of hun werk los te zien is van de maker.
Verantwoordelijkheid
Volgens Janssens ligt de verantwoordelijkheid daarom bij ons allemaal, de consumenten. ‘Wij creëren de vraag naar kunst. Door muziek te streamen, tickets te kopen voor een concert en een artiest aandacht te geven, houden we bepaalde artiesten op een voetstuk.’
Zelf stopte ze daarom met het luisteren naar rapper Kanye West, ooit een van haar favoriete artiesten, vanwege zijn antisemitische uitspraken. ‘Ergens moet je jezelf afvragen: wil ik nog mijn geld en aandacht geven aan deze man? Mijn korte antwoord: nee. Door hem links te laten liggen, draag ik uit dat ik zijn gedrag onacceptabel vind.’
Toch pleit ze niet voor eeuwige verbanning. Ruimte voor terugkeer moet er zijn. Maar alleen als die gepaard gaat met échte reflectie. ‘Het probleem is dat cancel culture zelden leidt tot morele groei. Neem Johan Derksen; heb je hem ooit zijn oprechte excuses horen maken voor de kaars-kwestie? Hij ging juist met de hakken in het zand en was binnen korte tijd weer op tv te zien.’
Daarom moeten we stoppen met obsessief praten over wie wel of niet gecanceld is, besluit Janssens. ‘De echte vraag is niet of iemand terug mag komen. We moeten ons juist afvragen wat een zaak blootlegt over machtsverhoudingen, over hoe slachtoffers worden gehoord en waarom bepaalde patronen zo hardnekkig zijn.’
