Kinderboekenschrijver Paul van Loon: ‘Je moet kinderen altijd hoop geven’

Kinderboekenschrijver Paul van Loon: ‘Je moet kinderen altijd hoop geven’

Met klassiekers als Dolfje Weerwolfje en De Griezelbus groeide Paul van Loon uit tot een van de bekendste kinderboekenschrijvers van Nederland. Tijdens Night University vertelt hij tegen Univers waarom kinderliteratuur vaak wordt onderschat, wat wetenschap van fictie kan leren en waarom hij nooit een boek voor volwassenen zal schrijven.

Paul van Loon Night University 2026 Beeld: Jack Tummers
Paul van Loon tijdens Night University Beeld: Jack Tummers

‘Ik ben gestopt met tellen, maar het zullen er zo’n 150 zijn’, zegt Paul van Loon tegen een tot de nok gevulde zaal in het Goossensgebouw. ‘En ik heb nog genoeg ideeën voor nieuwe boeken.’ Van Loon is een van de hoofdgasten van Night University, het jaarlijkse wetenschapsfestival van Tilburg University. Samen met jeugdliteratuurwetenschapper Suzanne van der Beek duikt hij in de ‘griezelige’ wetenschap van kinderboeken en jeugdliteratuur.

Niet alleen de hoeveelheid aanwezigen geeft aan hoe populair Van Loon is, ook hun leeftijd verraadt dat hij gedurende zijn 43-jarige schrijverschap meerdere generaties lezers aan zich heeft weten te binden. Tijdens zijn Night Talk hangen jong en oud(er) aan zijn lippen. Van der Beek: ‘Kinderboeken zijn bijna nooit alleen voor kinderen geschreven.’

‘U bent mijn grote jeugdheld’, verklaart een dolenthousiaste student. Iets later signeert de auteur voor een 74-jarige lezer. ‘De kinderboekenwereld is een vrolijke wereld, totaal anders dan die van volwassenen’, zegt Van Loon als hij na afloop aanschuift voor een interview met Univers. ‘Ik krijg wel eens de vraag of ik ook een boek voor volwassenen ga schrijven.’ Stellig: ‘Nooit! Ik vind dat bijna een beledigende vraag. Alsof ik als kinderboekenschrijver met een bijproduct bezig ben.’

Over bijproducten gesproken, Tilburg University heeft als enige universiteit toch maar mooi een master Jeugdliteratuur.

‘Het is bijzonder dat die master er is en dat die er ook mag zijn. Ik hoop dat het een opleiding is die in de toekomst gaat groeien.’

Zouden volwassenen juist in deze tijd meer kinder- en jeugdboeken moeten lezen?

‘Dat zou wel verstandig zijn. Volwassenen bepalen alles in deze wereld. Kijk eens naar alle oorlogen die op dit moment woeden, daar zitten allemaal oude, grijze mannen achter. Als je een kinderboek leest, kom je in een totaal andere omgeving terecht. Daardoor leer je je blik te verruimen en zie je dat er ook andere, veel mooiere werelden zijn.’

Kinderboeken als een vorm van escapisme, bedoelt u?

‘Dat kan het ongetwijfeld zijn. Het is in elk geval hard nodig als je ziet wat er allemaal in de wereld gebeurt. Ik zou het vooral aanraden: lees kinderboeken.’

Volwassen willen kinderliteratuur nog wel eens wegzetten als minderwaardig of alleen voor kinderen. Wat vindt u daarvan?

‘Op de eerste plaats hoop ik dat ze eens een kinderboek openslaan en denken: dit is een écht boek. Er wordt jaren hard aan zo’n boek gewerkt. Niet alleen door de schrijver, ook door de illustrator.

‘Kinder- en jeugdboeken zijn in dat opzicht echt kunstwerken en veel mooier dan boeken voor volwassenen. En Nederlandse literatuur voor volwassenen moet je vooral lezen als je depressief wilt worden. Al die droefenis…’

Aan universiteiten wordt kritisch en analytisch gedacht, terwijl fictie ruimte biedt aan fantasie en het onverklaarbare. Wat kan wetenschap leren van fictie?

‘Dat niet alles zich in formules laat vangen. Ik kreeg ooit van de Radboud Universiteit de opdracht om een boek te schrijven. Daar ben ik aan begonnen, maar na een week heb ik die opdracht teruggegeven.

‘Want in regel zes gebeurde dit, regel tien was ‘opgebouwd door emoties’, enzovoorts. Gek werd ik ervan. Zo kan ik geen boek schrijven, dacht ik. De wetenschap zit vast aan bepaalde wetten van hoe dingen moeten verlopen. Dat heb je met schrijven natuurlijk niet. Ik werd er haast allergisch van om op die manier te moeten schrijven.’

Tijdens de Night Talk zei u dat u er heel erg op tegen bent als volwassenen kinderen bang maken, onder andere omdat het om een oneerlijke verhouding gaat. Hoe weet u als griezelverhalenschrijver hoe ver u kunt gaan?

‘Dat voel ik instinctief aan, ik heb daar geen wet of regels voor. Je moet kinderen iets geven waardoor ze met plezier lezen en verder willen lezen. En dat mogen ze best een beetje eng of spannend vinden. Dat vond ik vroeger zelf ook.

‘Als je een verhaal te spannend vindt, heb je als kind de macht om een boek dicht te slaan en de volgende keer verder te lezen. Dan is het behapbaar. Maar kinderen bang maken is heel erg, dat moet je gewoon niet doen. Kinderen hebben geen macht naar volwassenen toe, daarom ben ik er fel op tegen.’

Paul van Loon beantwoordt een vraag uit de zaal Beeld: Jack Tummers

U schrijft al 43 jaar. Heeft u in die periode de verbeeldingswereld van kinderen zien veranderen?

‘Eigenlijk niet. Als ik boeken signeer staan er nog steeds dezelfde zes- zevenjarige kopjes voor mijn neus met een deel van Dolfje Weerwolfje in hun handen. Het zijn dezelfde kinderen als dertig jaar geleden.’ Lacht: ‘Alleen ik word ouder, zo lijkt het, de kinderen zijn geen spat veranderd.’

Inmiddels hebben boeken veel concurrentie, van allerlei schermpjes bijvoorbeeld. Houdt u daar rekening mee?

‘Nee en ik denk dat Dolfje Weerwolfje daarom ook al zo lang bestaat. Apparaten en schermpjes komen er namelijk bewust niet in voor. Zodra je dat doet, schrijf je een tijdgebonden boek dat door alle technologische ontwikkelingen snel gedateerd is.

‘Wat dat betreft had Dolfje ook nu geschreven kunnen zijn in plaats van dertig jaar geleden. Bovendien: kinderen krijgen in het dagelijks leven al genoeg met schermpjes te maken. Dat hoeft in de boeken niet ook nog eens.’

Wat kunnen studenten en wetenschappers van de universiteit leren van kinderboeken als het om onnodig ingewikkeld taalgebruik gaat?

‘Dat het om de kern gaat. Zeker als je de aandacht van de lezer wilt vasthouden. Als je een zin kan schrijven in acht woorden dan maak je vervolgens geen zin van twaalf of twintig woorden. Ik probeer zelf altijd zo beknopt en duidelijk mogelijk te schrijven.’

Tijdens de Night Talk ging het over kinderverhalen van vroeger die niet goed of zelfs gruwelijk aflopen. Is de functie van sprookjes of griezelverhalen door de jaren heen veranderd?

‘Sprookjes hebben nog steeds een leerzame functie over goed en kwaad. Hans en Grietje mogen bijvoorbeeld niet van het pad af. Daar zit natuurlijk een les in, al zien kleuters dat misschien nog niet.

‘Maar het gebeurt bijna niet meer dat kinderverhalen slecht aflopen. Je moet kinderen altijd hoop geven. Ik vind dat heel belangrijk. Kinderen hebben nog zo’n lange weg te gaan in hun leven.

‘Er komen soms volwassenen naar mij toe om te zeggen dat Dolfje hun jeugd heeft gered. Ik wist niet dat mijn boeken zo’n impact hadden, totdat ik volwassen mensen bijna huilend aan mijn signeertafel had staan.

‘Kijk, sommige kinderen leven in ellendige en gewelddadige thuissituaties, waarin ze voortdurend angst voelen. En dan kunnen ze in een boek als Dolfje Weerwolfje vluchten. Ik heb dat helaas vaak gehoord. En daarom moet je kinderen altijd hoop geven.’

Paul van Loon (1955) is een van de populairste Nederlandse kinderboekenschrijvers. Onder andere Dolfje Weerwolfje, De Griezelbus, Foeksia de miniheks en Raveleijn zijn van zijn hand. Van Loon schrijft met naar eigen zeggen grumorverhalen: verhalen die grappig en griezelig zijn. Veel van zijn boeken zijn verfilmd. Van Loon won elf keer de Prijs van de Nederlandse Kinderjury.

Advertentie.

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.