De wetenschap is een keihard vak met veel tegenwind – en af en toe een succesje
Wetenschappers werken hard, maar krijgen niet altijd waardering voor hun werk. De druk om te publiceren is hoog en succes is niet gegarandeerd. Volgens columnist Jorna Leenheer mogen wetenschappers elkaar best wat vaker prijzen.

Met prijzen geprezen. Het leverde de nodige spot op in de groepsapp van ons departement en zelfs de (inter)nationale media: het nieuws over een Franse hoogleraar die zichzelf een prijs had toegekend. Het ging om de Internationale Vereniging van Filologie die jaarlijks een prijs uitreikte die naar eigen zeggen vergelijkbaar was met de Nobelprijs.
De betreffende professor prijkte trots op een foto met een mooie medaille opgespeld. Maar de Vereniging bleek niet te bestaan en de eerdere prijswinnaars, waaronder Umberto Eco, hadden de prijs nooit ontvangen. De Franse hoogleraar ging over alle grenzen heen.
Maar waarom zijn universitaire wetenschappers eigenlijk zo verzot op prijzen? Want ieder wetenschappelijk cv bevat een of meer prijzen. Zelf heb ik er ook enkele, dat voelt toch goed. Ik doe er in ieder geval toe. Iedere zichzelf respecterende faculteit of academisch gezelschap reikt er jaarlijks een of meer uit.
En ja, die prijzen bestaan er vooral uit dat wetenschappers elkaar behangen met prijzen. Jezelf prijzen gaat weer een stap verder, maar zelfs dat is niet volledig ongebruikelijk. De betreffende professor zit bijvoorbeeld zelf in de nominatiecommissie of heeft de regels van het spel ontwikkeld.
De harde werkelijkheid is dat de wetenschap een keihard vak is met hard werken, veel tegenwind en slechts af en toe een succesje. De crème de la crème is om in wetenschappelijke top journals te komen, maar die hebben meestal een zeer lage acceptatiegraad.
En om er dan uiteindelijk daadwerkelijk in te komen, moet je doorgaans diverse zware reviewrondes door waarin het paper moet worden herzien of het onderzoek nog beter uitgewerkt.
‘Het behalen van een toppublicatie duurt gemiddeld vijf jaar en ik ben er na twintig jaar klaar mee’, verzuchtte een collega onlangs. Hij is in de veertig en na jaren van hard ploeteren heeft hij er geen zin meer in. Wel in het doen van onderzoek, maar niet in de eindeloze druk. Hij wilde zich nu gaan richten op leuk onderzoek, verklaarde hij.
Soms vraag ik me af of de buitenwacht zich hier wel bewust van is. Studenten in ieder geval niet, de wereld buiten de universiteit ook niet. Hoeveel ondersteunend personeel en bestuurders zich werkelijk bewust zijn van die druk, durf ik niet te zeggen.
Ik respecteer wetenschappelijke topprestaties ten diepste, hoewel mijn eigen carrièrepad wat anders is gelopen na mijn promotie. Misschien is het tijd om elkaar te prijzen in plaats van af te branden, waar wetenschappers zo goed in zijn.
Bij deze wil ik de hele wetenschappelijke staf prijzen voor alles wat ze dag-in-dag-uit doen en wat ze daarvoor opofferen. Want op topniveau onderzoek doen, lukt de meesten niet in veertig uur per week. Jullie verdienen allen een prijs!
Gaat dit werken? Ik vrees van niet. Misschien moet ik mijn Franse collega eens raadplegen hoe ik zo’n prijs van de grond krijg. En vooral op welke brocantemarkt hij die medaille heeft gekocht.
Jorna Leenheer is universitair hoofddocent Marketing aan de Tilburg School of Economics and Management.

