Studeren na je studie: Tilburg University haalt werkenden terug naar de collegebanken

Studeren na je studie: Tilburg University haalt werkenden terug naar de collegebanken

Gaan we meer grijze kapsels en kale hoofden zien in de bibliotheek en op de campus? Als het aan Tilburg University ligt wel. Met het opleidingsprogramma Leven Lang Ontwikkelen wil de universiteit werkenden terug naar de collegebanken halen. ‘Na je afstuderen ben je nog niet klaar’.

Een leven Lang Ontwikkelen. Beeld Ivana Smudja

Als docent was Marjan Groen op zoek naar verdieping en reflectie. Zo heeft Groen op haar departement aan de economische faculteit (TiSEM) aangegeven dat ze graag neurodiverse studenten wil begeleiden bij hun scriptie. Daarom volgde ze de cursus ‘Maak je onderwijs neuro-inclusiever’ en ook de cursus ‘Het morele gesprek’ bood haar reflectie op haar werk. De cursussen waren handig om er op ‘een snelle manier achter te komen wat de actuele ontwikkelingen zijn in een bepaald gebied,’ aldus Groen.

Studeren, dat doe je een leven lang, is de boodschap van de universiteit. Met het programma Leven Lang Ontwikkelen (LLO) wil Tilburg University het aanbod aan cursussen, workshops en colleges voor postacademisch onderwijs veel meer stroomlijnen en daarnaast ook beter afstemmen op de vraag uit de beroepspraktijk.

Bijspijkeren

Voor alumni was het al mogelijk om zich bij te spijkeren in een vakgebied, of om ‘aan te schuiven’ bij een collegereeks uit pure belangstelling voor een onderwerp. Maar het aanbod voor afgestudeerden van Tilburg University was versnipperd, waardoor het niet altijd makkelijk was om daarin een weg te vinden.

‘Wij willen dat studenten altijd terug kunnen komen op onze universiteit om te leren en om zich te ontwikkelen,’ benadrukt Inge van Rijt, programmadirecteur van LLO. ‘In dit programma bundelen we het aanbod van alle faculteiten, met de bedoeling om de kennis die we in huis hebben toegankelijk te maken voor onze alumni én voor andere professionals.’

Leren op de werkplek

Werkenden hoeven niet altijd naar de Tilburgse campus te komen. Het onderwijs wordt ook op locatie gegeven. Adil Azoum en Dirk van Dijk werken in Eindhoven voor de Manufacturing Academy van ASML. Azoum: ‘We geven leiding bij de afdeling Leren, Ontwikkelen en Kennismanagement en dat doen we voor mensen die werkzaam zijn in de fabrieken en het logistiek centrum in Veldhoven.’ Naast trainingen wil het leiderschapsteam van de Manufacturing Academy zich meer verdiepen in het onderwerp ‘leren op de werkplek’.

Tot nu toe was ‘leren op de werkplek’ vrij onbekend, aldus Van Dijk. Azoum en Van Dijk volgden daarom een zogenaamde ‘in company’-training in Eindhoven, verzorgd door het team van Leven Lang Ontwikkelen. ‘Werkplekleren’ is volgens de universiteit vaak effectiever voor de gewenste taakuitvoering dan traditionele trainingen en is daarmee een duurzame investering voor de langere termijn.

Van Dijk: ‘We willen het leren naar de werkplek toebrengen, in plaats van mensen van de werkplek afhalen en naar klaslokalen halen. Want dan onderbreek je het werk. Dus we trainen mensen bijvoorbeeld in het logistiek centrum, als orderpikker op de heftruck, of in de shop waar wij de machines verkopen.’

Drie uitgangspunten

In het LLO-programma werkt de universiteit volgens drie uitgangspunten, aldus Van Rijt. ‘Ten eerste hebben we een open aanbod van bestaande colleges en cursussen, ten tweede zijn we met partners van buiten de universiteit aan het kijken naar vormen van structurele samenwerking, waarbij we in co-creatie onderwijsaanbod ontwikkelen, afgestemd op de wensen van de beroepspraktijk.’

Ten derde richt het team zich op het bijdragen aan impact van onderzoek, door vanuit een onderzoeksprogramma lessen te ontwikkelen op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten, waarbij wordt aangesloten op leerbehoeften uit het werkveld.

Een probleem in fietsen

‘Stel, je volgt een werkinstructie,’ zegt Van Dijk. ‘Die gaan we dan een beetje complexer maken of we gaan daar een probleem ‘in fietsen’, zodat je stap voor stap jezelf verbetert, terwijl je gewoon aan het werk bent. Dit is de uitkomst van een nieuwe visie op ‘werkplek leren’, en daar heeft LLO bij geholpen.’

Groen noemt nog een voorbeeld: ‘De cursus Neurodiversiteit helpt me vooral om veel beter te begrijpen waar studenten tegenaan lopen. En het nieuwste inzicht is: het is niet zo effectief om voor elke diagnose een specifieke aanpak te maken. Het zou beter zijn als we over de brede linie ons onderwijs meer inclusief maken. Dat vond ik echt een eyeopener.’

Reflectie

‘Als ik deze cursus niet had gevolgd, had ik nog steeds mijn werk kunnen doen,’ zegt Marjan Groen. ‘Maar het helpt me vooral als het gaat om morele kwesties, waar je met de vastgestelde regels niet zoveel kan.

‘Om je een voorbeeld te geven,’ zegt Groen: ‘Ik had een vakantievierende student die eigenlijk in de klas hadden moeten zijn. Ze werkten in een team, en dan mist dat team die student. Ik heb van die cursus geleerd hoe je ze daarop kunt aanspreken. Wij als docenten zoeken het altijd in straffen en belonen. Maar dat kan hier helemaal niet, want er is geen aanwezigheidsplicht. Dus: hoe leer je studenten om zelf verantwoordelijkheid te nemen?’

Daarnaast zijn onderlinge contacten met andere cursisten erg waardevol, geeft Groen aan: ‘Zo leer je nieuwe mensen kennen op andere plekken in de organisatie. En dat helpt je soms om anders naar dingen te kijken en te reflecteren. Het gaat dus niet alleen om de inhoudelijke kennis.’

Beroepen veranderen

Veel beroepen zijn aan het veranderen, door robotisering maar ook door de opkomst van AI, waardoor na- en bijscholing waarschijnlijk meer vanzelfsprekend zal worden. En dan niet alleen in traditionele sectoren waar bijscholing een verplicht onderdeel van de beroepspraktijk is, zoals de advocatuur, accountancy of onder huisartsen.

‘Daar willen we ook een bijdrage aan leveren,’ zegt Van Rijt. ‘En hoe kunnen we zorgen dat bedrijven niet alleen investeren in techniek of in infrastructuur, maar ook in mensen?’

Het lijkt erop dat er straks meer ouderen op de campus en in de bibliotheek te zien zijn. ‘Ja, dat hoop ik wel. Dat lijkt me wel tof,’ zegt programmadirecteur Inge van Rijt. ‘De toekomst van de universiteit ziet er anders uit. Je hebt nu voornamelijk reguliere studenten rondlopen, en dat zal de komende jaren veel meer verbreden, we gaan meer studenten zien die al meer werk- en levenservaring hebben.’

‘Is het over tien jaar nog normaal om pas te gaan werken ná een bachelor én een master?’ vraagt Van Rijt zich hardop af. ‘Waarom gaan studenten niet na een bachelor eerst een paar jaar werken, om daarna weer een master te gaan volgen?’

Kosten

Terwijl reguliere studenten hun studie betalen uit een beurs of lening, is de bekostiging van het LLO-onderwijs met verschillende doelgroepen minder evident. Groen: ‘Nou, dat is nog wel een punt, want de cursus Het morele gesprek was gratis, maar Neuro-inclusiever onderwijs kostte zeshonderd euro.

‘Daarvoor heb ik aan mijn leidinggevende budget gevraagd, met het idee dat ik de inzichten binnen het departement verder kan uitdragen. Maar als ik het zelf moest betalen zou ik het niet doen, want het hoort toch bij het werk.’

Normale zaak

Toch is het programma niet ontwikkeld als een nieuw verdienmodel, benadrukt Van Rijt. ‘We hebben geen winstoogmerk. Toegankelijk LLO-onderwijs voor iedereen, daar streven we naar, niet alleen voor grote bedrijven en vermogende alumni.’

Marjan Groen: ‘Het zou een normale zaak moeten worden dat je om de zoveel tijd nieuwe workshops volgt. Iedereen die onderwijs geeft moet de basiskwalificatie onderwijs (BKO) doen. Het lijkt me logisch dat je twee jaar later weer zo’n cursus volgt. Mijn Engels is niet slecht, maar het is bijvoorbeeld verfrissend om eens te luisteren naar iemand van het Talencentrum en samen te bedenken hoe je taal effectiever kunt gebruiken in je onderwijs.’

Advertentie.

 

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.