Het Tilburgse pluche: universiteitsleden in het landsbestuur

Het Tilburgse pluche: universiteitsleden in het landsbestuur

Tilburg University heeft opvallend veel bestuurders en wetenschappers aan kabinetten geleverd – van premier De Quay tot minister Letschert. De band tussen Tilburg en Den Haag is sterker dan gedacht, schrijft Joep van Gennip.

‘Ja, ja, de naam wordt genoemd. Ik kan er niet te veel over kwijt, maar mijn naam wordt genoemd,’ zo stelde prof.dr.ir. Akkermans aan de verslaggever. Deze onsterfelijke woorden uit de satirische serie van Van Kooten en De Bie klonken in de jaren negentig daadwerkelijk onder enkele topbestuurders van de toenmalige Katholieke Universiteit Brabant als bij hen – gevraagd maar wellicht vaker ongevraagd – geïnformeerd werd of zij beschikbaar waren voor een ministerspost.

Recentelijk was het onze oud-studente en latere hoogleraar Rianne Letschert die tot informateur en daarna minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap werd benoemd in het kabinet-Jetten. Een topbestuurder die Tilburg University in 2016 met pijn in het hart moest afstaan aan Maastricht University waar zij rector magnificus werd. Thans staat Maastricht met lege handen.

Maar zij was zeker niet de enige Tilburgse wetenschapper of student die in het ministeriële landsbestuur kwam. Zo trad tegelijkertijd met haar oud-student bestuurskunde Tom Berendsen toe tot hetzelfde kabinet, als minister van Buitenlandse Zaken. Terugbladerend in het Tilburgse universitaire geheugen treffen we al vroeg enkele katholieke kopstukken aan die een richtinggevende rol in de Nederlandse regering speelden.

Uit de in 1912 opgerichte R.K. Leergangen ontstond in 1927 een zelfstandige economische hogeschool. Beide in Tilburg gevestigde instellingen hadden een gezamenlijk toezichthoudend bestuur, curatorium geheten. Zowel de sociaal bewogen Piet Aalberse als Charles Ruijs de Beerenbrouck, allebei uiteraard van katholieken huize, behoorden tot haar eerste leden.

Toen zij in 1918 toetraden tot hetzelfde kabinet – Aalberse als minister van Arbeid en Ruijs de Beerenbrouck als voorzitter van de ministerraad – legden zij hun nevenfuncties tijdelijk neer. Laatstgenoemde zou daarna nog een tweede kabinet formeren, waardoor hij pas in 1925 weer toe kon treden tot het curatorium. In dat jaar moest juist Max Bongaerts zich tijdelijk terugtrekken uit hetzelfde bestuur, omdat hij tot minister van Waterstaat was benoemd.

In de tweejarige aanloopfase van de Tilburgse handelshogeschool had Aalberse bedankt voor de hoogleraarspost Staathuishoudkunde, maar had hij wel plaatsgenomen in de onderwijscommissie die zowel het studieprogramma als het docentenkorps van de op te richten hogeschool bepaalde. Ruijs bleef als curatoriumlid zelfs tot 1929 aan de knoppen zitten.

Lector De Quay (derde van rechts) in 1931, met een testapparaat, voor een gezelschap van studenten. Hij stond te boek als een begeesterd en aimabel docent (collectie Academisch Erfgoed, Tilburg University).

Een jaar daarvoor was de 27-jarige Jan de Quay benoemd tot lector in de psychotechniek aan de Tilburgse instelling. Enkele jaren later werd hij aldaar voorgedragen als hoogleraar in de bedrijfsleer en psychotechniek. In die hoedanigheid was hij ook één jaar rector magnificus (1938-1939), dat toen vooral gezien werd als verplicht corvee.

Na de oorlog riep ook voor hem het landsbelang en net als zijn voorgangers was dat in dienst van de Rooms-Katholieke Staatspartij. Nadat hij in 1945 tijdelijk minister van Oorlog (nu Defensie) was geweest, klom hij op tot minister-president (1959-1963) om eind jaren zestig nog kort aan het roer te staan van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

In het kabinet De Quay zat Norbert Schmelzer, die in de oorlogsjaren economie in Tilburg had gestudeerd, als staatssecretaris van Algemene Zaken. Tien jaar later werd hij zelfs minister van Buitenlandse Zaken namens de Katholieke Volkspartij. Als vrijetijdsdichter componeerde hij een gedicht voor de Tilburgse alumnivereniging TAEK met de profetische woorden ‘de prof, minister en magnaat en hij die de schoorsteen roken laat’.

Het TAEK-lied, gecomponeerd door Norbert Schmelzer (collectie Academisch Erfgoed, Tilburg University)
Een cijferlijst van Norbert Schmelzer (collectie Academisch Erfgoed, Tilburg University)

Daarna wordt het een tijdje stil rond Tilburgse universiteitsleden in Nederlandse kabinetten. In 1989 werd de landbouwer en econoom Cees Veerman aangesteld als bijzonder hoogleraar Agrarische bedrijfseconomie- en sociologie. Hij bezette de leerstoel tot 2002, toen een landbouwministerschap hem verplichtte om die functie op te geven.

Diezelfde eind jaren tachtig, als de hogeschool door een wetswijziging is omgedoopt tot Katholieke Universiteit Brabant (KUB), wordt er weer op de Haagse deuren gebonkt. De CDA-hegemonie is hierbij opvallend. Europarlementariër Yvonne van Rooy verliet in 1986 Brussel om staatssecretaris van Economische Zaken te worden in het tweede kabinet Lubbers (1986-1989). In 1990 werd zij opnieuw staatssecretaris met dezelfde portefeuille in het derde kabinet Lubbers (1989-1994).

Nadat het kabinet de rit had uitgezeten en Van Rooy daarna namens het CDA nog enkele jaren Tweede Kamerlid was geweest, vertrok zij in 1997 naar Brabant om daar voorzitter te worden van het College van Bestuur van de KUB. Zij was hiermee de eerste vrouwelijke CvB-voorzitter van een Nederlandse universiteit.

In datzelfde derde kabinet Lubbers was Ernst Hirsch Ballin, namens het CDA, benoemd tot minister van Justitie, nadat hij de voorafgaande jaren hoogleraar staats- en bestuursrecht was geweest op de Tilburgse universiteit. Hoewel niet zijn alma mater keerde hij er weer terug na zijn ministerschap met de leeropdracht internationaal recht om vervolgens vanaf 2006 opnieuw minister van Justitie te worden in het derde en vierde kabinet onder leiding van minister-president Jan Peter Balkenende. In 2011 werd Hirsch Ballin opnieuw hoogleraar in de Tilburgse rechtenfaculteit, later gevolgd door zijn bijzondere en eervolle benoeming tot Universiteitshoogleraar.

In de zomer van 1994 kwam er een einde aan het derde kabinet Lubbers. Het daaropvolgende jaar werd Hirsch Ballin, hoewel niet gepromoveerd, tot deeltijdhoogleraar Globalisering aangesteld aan de KUB. De verhalen doen de ronde dat hij soms met een elektrische auto (!) het campusterrein opreed, waar uiteraard nog geen laadpaal te vinden was. Toen in 1997 Van Rooy CvB-voorzitter was geworden deed zich de unieke situatie voor dat maar liefst drie leden uit het kabinet Lubbers III invloedrijke posities bekleedden aan de KUB.

Sommigen betitelden de universiteit als een CDA-bolwerk, zeker nadat een jaar later ook nog de invloedrijke bestuurder en econoom Herman Wijffels, eveneens van CDA-huize, een eredoctoraat in Tilburg kreeg opgespeld. Hoewel de Tilburgse oud-student Wijffels nooit aan een kabinet had deelgenomen, legde hij eind 2006-begin 2007 als informateur wel de basis voor het kabinet Balkenende IV. Hiertoe had hij afscheid genomen van zijn voorzittersrol van het Stichtingsbestuur (voorheen curatorium) van de inmiddels omgedoopte Universiteit van Tilburg. Wijffels droeg in 2006 de voorzittershamer over aan… Ruud Lubbers.

Het was ‘draaischijf’ Lubbers die Koen Becking in 2012 bij het bestuur van de KRO ‘weghaalde’ om Collegevoorzitter aan Tilburg University te worden. Na een onstuimige bestuursperiode en een topfunctie aan Nyenrode Business Universiteit trad Becking in het najaar van 2025 namens de VVD als staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toe tot het, eveneens onstuimige, demissionaire kabinet-Schoof.

De Tilburgse economie-alumnus Ruben Brekelmans had er toen al een jaar opzitten in genoemd kabinet, als minister van Defensie. Het was dezelfde VVD die jaren eerder, in 2010, de Tilburgse oud-student en jonge doctor Klaas Dijkhoff naar Den Haag had gehaald voor het Tweede Kamerlidmaatschap. Toen Fred Teeven in 2015 als staatssecretaris van Veiligheid en Justitie noodgedwongen moest vertrekken volgde Dijkhoff hem op in het tweede kabinet Rutte.

Alles overziend is de as Tilburg – Den Haag sterker dan men wellicht aanvankelijk zou denken en dan hebben we het nog niet gehad over de ambtelijke top en de vele Eerste en Tweede Kamerleden die hun carrière begonnen in Tilburg. Student, (ere)doctor, (bijzonder) hoogleraar, Universiteitshoogleraar, rector magnificus en voorzitter van het curatorium/stichtingsbestuur, ze kwamen allemaal voorbij.

Uitreiking van een eredoctoraat aan Marga Klompé in 1982 (collectie Academisch Erfgoed, Tilburg University)

Eentje zijn we nog vergeten en dat is de katholieke politica Marga Klompé. Zij werd in 1956 geïnstalleerd als de eerste Nederlandse vrouwelijke minister ooit, en wel in het reeds genoemde kabinet De Quay. Haar portefeuille Maatschappelijk Werk werd in 1965 omgezet naar het departement van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk waar zij haar ministerschap continueerde en daardoor een belangrijke bijdrage leverde aan de uitbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat. Voor haar grote verdienste ontving zij in 1982 een eredoctoraat, inderdaad van de Tilburgse universiteit.

Joep van Gennip is Coördinator Academisch Erfgoed van Tilburg University.

Advertentie.

 

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.