Tilburgse studenten debatteren over ‘Dutch Only’ studentenkamers

Tilburgse studenten debatteren over ‘Dutch Only’ studentenkamers

Wie een studentenkamer zoekt, belandt al snel in een stroom Facebookberichten. En stuit daarbij opvallend vaak op één harde eis: ‘Dutch Only’. Waarom willen Nederlandse studenten geen internationale huisgenoot? Daarover gaat het ‘Dutch Only Housing Debate’ in het Tilburgse stadhuis.

Mohammad Barhoumi en Thijs Jansen. Beeld Jack Tummers

Maar liefst 65% van alle kameradvertenties bevat de voorwaarde Dutch Only. Internationale studenten lopen niet alleen tegen een nijpend tekort aan kamers aan, maar ook tegen uitsluiting van studentenhuizen. Daarover gaat het debat op woensdag 6 mei, dat is georganiseerd door Fractie SAM, F.U.S.T., RADAR, debatvereniging Cicero, de gemeente Tilburg en Tilburg University.

Wethouder Wonen Yusuf Çelik opent het debat namens de gemeente. Hij bedankt de organiserende partijen voor het initiatief en benadrukt dat Tilburg een stad moet zijn ‘waar iedereen zich thuis voelt’. 

Voorafgaand aan het debat presenteert SAM-bestuurder Mohammad Barhoumi de resultaten van een enquête naar studentenhuisvesting. Volgens hem is taal veruit de belangrijkste reden waarom studenten kiezen voor een ‘Dutch Only’-huis. Ook culturele verschillen en leefgewoonten worden vaak genoemd.

Dat roept in de zaal de vraag op: zijn die argumenten valide om een hele groep studenten op voorhand uit te sluiten?

Zelf debatteren vertegenwoordigers van de studentenpartijen ook mee. SAM-bestuurder Mohammad Barhoumi en oud-voorzitter van F.U.S.T. Thijs Jansen pleiten tégen de ‘Dutch Only’-voorwaarde. Aan de andere kant staan Barbaros Siraci en Barend van der Voorden Verheul, zij verdedigen de voorwaarde juist. Siraci stond tijdens de afgelopen universiteitsraadsverkiezingen op plek drie voor Fractie SAM.

Taalbarrière

Van der Voorden Verheul en Siraci wijzen op de begrijpelijkheid van de voorwaarde. ‘Ik wil niet constant Engels spreken in mijn eigen huis’, aldus Van der Voorden Verheul. Siraci, die zelf ook als internationale student naar Tilburg is gekomen, begrijpt dat. ‘Gesprekken worden oppervlakkiger als mensen niet in hun moedertaal kunnen spreken’, erkent hij.

Volgens Jansen is dit maar een klein ongemak, en geen reden om internationale studenten uit te sluiten. ‘Een studentenhuis bestaat uit talloze kleine ongemakken’, aldus Jansen. Afwas die blijft staan, lawaai, kapotte apparaten. Allemaal kleine ongemakken.

Studentencultuur

Toch is dat niet het enige struikelblok volgens Van der Voorden Verheul en Siraci. Volgens hen draait het in een studentenhuis in Nederland vaak om een specifieke manier van samenleven: veel gedeelde sociale activiteiten, verenigingsleven en een vergelijkbaar ritme rondom studie en vrije tijd. Van der Voorden Verheul en Siraci stellen dat internationale studenten hun tijd vaak anders indelen.

Barend van der Voorden Verheul en Barbaros Siraci. Beeld Jack Tummers

Barhoumi en Jansen zetten daar vraagtekens bij. Jansen benadrukt dat ‘Dé Nederlandse studentencultuur’ niet bestaat. Studentenhuizen lopen volgens hem ver uiteen in hoe ze functioneren. Sommige huizen zijn actief en sociaal, andere juist rustig en individueel.

Hetzelfde geldt volgens Jansen voor ‘de internationale student’. ‘Het is geen homogene groep, dus op basis van het ‘international zijn’ kan je helemaal niet voorspellen of iemand in een huis past.’ Barhoumi vult aan: ‘Internationals worden nu afgerekend op hun afkomst, terwijl ze heel erg op je kunnen lijken. Voor een huisgenoot wil je toch iemand die zijn afwas doet, achter zichzelf opruimt en met wie er een klik is.’

Vertrekkende vrienden

Als het goed past, geeft Van der Voorden Verheul alsnog de voorkeur aan een Nederlandse huisgenoot. Hij stelt dat veel internationale studenten na hun studie weer weggaan. ‘Ik wil mijn huisgenoten na mijn studententijd nog kunnen opzoeken’, vertelt hij. ‘Ik denk dat veel studenten zoeken naar vrienden voor het leven.’

Een zekerheidje die je bij Nederlandse huisgenoten ook niet hebt volgens de tegenpartij. ‘Ik ben lang niet met al mijn oud-huisgenoten bevriend’, beargumenteert Jansen. ‘Dat risico heb je altijd.’

Barhoumi stelt ook dat internationale studenten niet altijd willen vertrekken. ‘Soms worden ze gedwongen te vertrekken omdat ze niet de kans kregen om te integreren of geen geschikte huisvesting konden vinden.’

Kansen(gelijkheid)

Barhoumi en Jansen zien juist veel kansen. Barhoumi: ‘Er wordt te snel uitgegaan van verschillen, terwijl samenleven je horizon juist kan verbreden.’ Jansen vult hem aan: ‘Ik denk dat vriendschappen met internationals veel voordelen hebben, je kan een hoop van elkaar leren.’

Daarnaast benadrukt Barhoumi dat internationale studenten vaak al in een kwetsbare positie zitten op de woningmarkt. Ook Jansen herkent dat uit zijn bestuursjaar bij F.U.S.T. ‘Ik sprak studenten die wekenlang in een auto moesten slapen.’ Dat vindt hij lastig te rechtvaardigen tegenover de studenten die de universiteit uitnodigt om in Tilburg te studeren, en waar de gemeenschap volgens hem van profiteert.

Het debat laat zien hoe dun de grens is tussen een praktische woonvoorkeur en uitsluiting. Waar voorstanders ‘Dutch Only’ zien als een manier om zich thuis te voelen in een studentenhuis, benadrukken tegenstanders dat diezelfde keuze internationale studenten op voorhand buitensluit in een tijd van woningnood.

Advertentie.

 

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.