Maak het onderwijs flexibel, zodat studenten zich breder kunnen ontwikkelen
Studenten moeten college kunnen volgen wanneer het uitkomt, zodat ze de ruimte hebben om zich ook naast hun studie te ontwikkelen. ‘Ervaringen buiten de universiteit hebben mij minstens zoveel geleerd als de theorie uit de boeken,’ schrijft Antje Beers.

In mijn vorige column stond ik stil bij mijn allerlaatste college en stonden de tentamens voor de deur. Inmiddels zijn we een maand verder. De tentamenweken liggen achter me en ik heb alles gehaald. Wat nu nog rest, is mijn scriptieverdediging. Daarna komt er echt een einde aan mijn studententijd aan Tilburg University, hoewel het als de dag van gisteren voelt dat ik begon.
Onlangs verscheen in Univers een artikel waaruit bleek dat de studiedruk tijdens tentamenweken kan oplopen tot 94 uur per week. Dat getal verbaasde mij niet. En ik denk dat het niet per se een kwestie is dat studenten niet kunnen plannen.
Veel colleges lopen tot vlak voor de tentamens door, en áls ze al worden opgenomen, verschijnen de opnames vaak laat (twee weken voordat de tentamens beginnen), wat onhandig is als je een college niet hebt kunnen bijwonen of nog eens terug wil kijken.
Zeker wanneer je tegelijkertijd aan je scriptie werkt of daarnaast ook nog werkt, kom je niet altijd eerder toe aan geconcentreerd leren. Ik zie dat niet per se als iets negatiefs. Het laat namelijk ook zien dat studenten gedurende het semester ruimte houden voor andere dingen, zoals werk, bestuursfuncties en maatschappelijke activiteiten. Dat zijn vormende activiteiten die je leren wie je bent en waar je energie van krijgt, minstens even waardevol als informatie uit colleges. Al geldt dit natuurlijk niet voor iedereen.
Voor mij is het bovenstaande een goede weergave van dit semester. Naast mijn studie stonden de gemeenteraadsverkiezingen centraal. Voeg daar werk aan toe en je hebt simpelweg niet altijd de mogelijkheid om bij ieder college aanwezig te zijn. In zulke gevallen is het heel fijn als colleges worden opgenomen.
Voor veel vakken heb ik het uiteindelijk moeten doen met zelfstudie en de aantekeningen van medestudenten. Het is allemaal goed gekomen, maar het liet me wel zien hoe fijn iets meer flexibiliteit zou zijn. Dit wordt overigens al jaren verkondigd in de medezeggenschapsverkiezingen, maar tot op heden heb ik niet veel verandering gezien.
Ik begrijp goed dat daar verschillende afwegingen bij komen kijken. Privacy, interactie in de collegezaal en de wens om studenten naar de campus te halen zijn allemaal begrijpelijke argumenten.
Tegelijkertijd is het zonde dat er zo weinig ruimte wordt geboden aan studenten die zich naast hun studie willen ontwikkelen. Juist in het kader van loopbaanoriëntatie is het mooi als studenten tijdens hun studie al actief zijn. Flexibel onderwijs ondersteunt dat, zonder dat het de waarde van fysiek onderwijs hoeft te ondermijnen.
Bij het terugblikken op mijn studententijd, besef ik eens te meer dat ik op inhoudelijk vlak niet zozeer alleen werd gevormd door colleges en tentamens, maar juist ook door alles daaromheen.
De ervaringen buiten de universiteit hebben mij minstens zoveel geleerd als de theorie uit de boeken. En dat gun ik iedere toekomstige student ook. Het zou dan ook mooi zijn als het flexibel onderwijs er in de toekomst echt gaat komen.
Antje Beers is masterstudente staats- en bestuursrecht en arbeidsrecht aan Tilburg University.