Vluchtelingen in de praktijk: docent NT2

Hoe ziet de opvang van tienduizenden vluchtelingen in Nederland er in de praktijk uit? Univers neemt een kijkje in de keuken. We praten met mensen die dagelijks met vluchtelingen werken en zo hun persoonlijke bijdrage leveren aan de opvang.

Gab van de Lest uit Doetinchem geeft nu ruim drie jaar les in alfabetisering en inburgering. Ze begon in 2012 als vrijwilliger, heeft ondertussen haar diploma op zak voor docent NT2 (Nederlands als tweede taal) en staat nu zelf voor de klas. Momenteel doceert ze één groep inburgeraars, vanaf januari krijgt ze er een tweede klas bij.

Vluchtelingen die hier aankomen nemen vaak een hoop emotionele bagage met zich mee. Hoe ga jij daarmee om als docent?
“Dat is lastig. Die input uit hun persoonlijke leven heeft invloed op de lessen, of je dat nou wilt of niet. Sommige cursisten hebben traumatische ervaringen meegemaakt en krijgen slaappillen van de dokter. Daardoor verslapen ze zich en komen ze iedere keer te laat in de les. Aan de ene kant moet je een bijna zakelijke hardheid hebben, en aan de andere kant moet je ook empathisch zijn.

‘Sommige cursisten hebben traumatische ervaringen meegemaakt en krijgen slaappillen van de dokter’

Als docent ben ik vaak de eerste Nederlander met wie deze vluchtelingen een langdurige relatie opbouwen. Ze hebben nog weinig contacten en kunnen moeilijk communiceren. Wel komen ze twee keer per week naar de les. Als ik ze dan afbrand omdat ze hun huiswerk niet hebben gemaakt, dan werkt dat niet, je kunt immers pas goed leren als je je veilig voelt. Maar aan de andere kant: het zijn ook volwassenen die hun verantwoordelijkheid moeten nemen.”

Lukt het je om die balans te vinden tussen empathie en zakelijke hardheid?
“Soms. Ik ben ook maar een mens. Af en toe erger ik me mateloos. Afgelopen week moest iemand een belangrijke toets maken en de avond van tevoren had ik mijn vrije tijd erin gestoken om dat te regelen en alles klaar te zetten. Op de ochtend van de toets kwam hij een uur te laat: ‘Ja, wekker ging niet af, verslapen’. Dan ben ik niet aardig.”Besteed je in de klas aandacht aan de aanslagen in Parijs?
“Ja, over de aanslagen in Parijs hebben we het wel gehad. Normaal probeer ik politiek buiten de les te houden, ik ga geen discussie beginnen over sjiieten en soennieten. Maar de aanslagen in Parijs hebben we wel besproken. Ik heb gezegd dat het heel erg is dat zoiets gebeurt, en dat ik weet dat dat soort aanslagen ook in hun thuisland voorkomen, iedere dag. We hebben het breder getrokken en een minuut stilte gehouden voor alle slachtoffers van aanslagen en oorlogen wereldwijd.”

Hier in Europa lijkt iedereen extra in shock omdat er een aanslag ‘dicht bij huis’ wordt gepleegd. In hoeverre houden jouw cursisten zich bezig met deze aanslagen?
“Ze zijn vooral bezig met wat de consequenties voor hen zullen zijn in Nederland. Deze aanslagen in Parijs worden automatisch aan de islam gekoppeld. Als je in de krant iets leest over een misdaad, dan staat er altijd bij of het een Marokkaan of moslim is; maar gaat het over een Nederlander, dan staat er niet: katholiek of blank. We hebben het er wel over in hoeverre generalisatie een probleem kan zijn.”

Merk je dan dat je leerlingen daaronder lijden?
“Nee, dat niet. Laatst bespraken we wat iedereen leuk vind aan Nederland. Toen zeiden ze: de mensen zijn zo aardig. De Nederlanders waarmee zij te maken hebben in de Achterhoek zijn nog aardig tegen ze. Of in ieder geval: niet openlijk onaardig. Maar of ze er echt niets van meekrijgen weet ik niet. Ik hoop maar van niet, maar zij zijn ook niet dom. Sommige cursisten proberen de krant te lezen of het Jeugdjournaal te kijken. Misschien vinden ze het ook wel lastig om tegen mij te zeggen dat ze Nederlanders niet aardig vinden.”

‘Ik merk dat er soms een gebrek is aan professionaliteit in de manier waarop het onderwijs is georganiseerd’

Denk je dat de komst van meer vluchtelingen problemen gaat opleveren?
“Ik zie wel in dat het een volumeprobleem is. Ik maak me dan ook zorgen over de manier waarop alles geregeld is. Een paar jaar geleden is de wetgeving veranderd en nu mag, bij wijze van spreken, iedere idioot een taalschool beginnen onder bepaalde voorwaarden. Dat gebeurt niet altijd even professioneel. Ik werk op een kleinschalige opleiding, en merk dat er soms een gebrek is aan professionaliteit in de manier waarop het onderwijs is georganiseerd. Op grotere scholen die NT2 aanbieden, is het onderwijs vaak goed geregeld en staan er kasten vol lesmateriaal. Maar dat is niet overal zo. Van de cursisten wordt een behoorlijk bedrag aan lesgeld gevraagd, dan moet het onderwijs ook in orde zijn. Het goed leren van de taal is een voorwaarde om je in Nederland te kunnen redden. Kwalitatief onderwijs is dus enorm belangrijk voor asielzoekers en voor de hele maatschappij.”

Wat kunnen Nederlanders doen om vluchtelingen te helpen integreren?
“Praat Nederlands met ze. Vaak hoor ik van cursisten dat als ze iets vragen aan een Nederlander, Nederlanders dan superaardig zijn en Engels tegen ze beginnen te praten. Maar zo leren ze de taal natuurlijk niet.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.